Geert Omloop en de lentekriebels

Het zal een jaar of zeven geleden zijn toen ik met Evert de Rooij en Marcel Slagman in een volgauto in de Omloop Het Volk zat. ’s Ochtends kwam de hele wielerwereld bij elkaar op een groot plein in Gent. We dronken koffie in een groot café en de journalisten, de fotografen en de motards begroetten elkaar na de lange winterstop waarin voetbal maar een surrogaat was gewseest voor de spanning van de koers. Het was eindelijk weer begonnen, het wielerseizoen. Ik liep langs de ploegen op het plein die zich aan het voorbereiden waren op de start. De spanning was op de koppen te lezen. Ik zag Mart Smeets staan met Steven Rooks, die toen net ...

... als co-commentator/deskundige aan Studio Sport was verbonden. Na de start zigzagden we over het parcours en op de meest uitgelezen plekjes stapten we uit om de renners te zien langskomen. Op de Oude Kwaremont stonden we opeengepakt tussen de massa’s. Voor me stond een man van een jaar of 45, schatte ik. Hij zag er ongewassen en ongeschoren uit als iemand die net uit z’n bed kwam. Hij droeg een vrijwel versleten trainingspak en aan zijn voeten staken pantoffels. In zijn mondhoek gloeide zachtjes een sigarettenpeuk en hij stonk weerzinwekkend naar de pis. Ik kon geen kant op en ik wilde ook geen kant op, hoewel die pislucht me naar adem deed happen. Plotseling waren daar de renners voorafgegaan en gevolgd door claxonnerende auto’s om te voorkomen dat mensen onverhoeds zouden oversteken. De renners passeerden in groepjes van drie, vier man, want de Kwaremont is een potenbreker die in geen Vlaamse voorjaarskoers ontbreken mag. Zodra de eerste renner in zicht kwam spuide de man van de pislucht diens naam, gevolgd door de naam van de volgende en de volgende en de volgende. Dat die renners door die helmen en die zonnebrillen haast onherkenbaar waren, maakte niet uit. Hij herkende ze, want het waren zijn helden waar hij steeds weer van droomde. Een spervuur van namen mitrailleerde hij de ruimte in zonder te verzaken. De mensen om hem heen knikten bij iedere naam. Zij konden dat ook, alleen misten zij het vermogen om zo snel te spreken, want een peloton bijhouden is haast niet te doen. Plotseling viel hij stil want de laatste renner was voorbij. Eén naam gonsde nog uren in mijn kop: Geert Omloop, Geert Omloop, Geert Omloop! Wat een prachtige naam voor een wielrenner. De man maakte zich los uit de massa en toog richting cafeetje. Vlamingen en wielrennen. Cultuur, traditie, Vlaanderen wielerland. Ik voelde de lentekriebels over mijn rug gaan. Morgen begint het weer. (© Cor Vos)
Door Fred van Slogteren, 24 februari 2006 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web