Uit de ordners van Jan …

“Zoals de kop en de foto van deze in mei 1977 verschenen uitgave van het weekblad Sport70 al doen vermoeden gaat het in deze uitgave hoofdzakelijk over Freddy Maertens. De Belgische rassprinter was in de eerste maanden van dat jaar namelijk onverslaanbaar. Toen hij op 15 mei in Miranda de Ebro de Ronde van Spanje winnend afsloot, had hij al het ongelooflijke aantal van dertig seizoenzeges op zijn naam staan. In de Vuelta won hij maar liefst dertien van de negentien etappes. Vijf dagen na zijn zege in Spanje begon hij in Monte di Procida aan de zestigste uitgave van de Giro d'Italia. Na elf dagen koers had de regerende wereldkampioen al weer zeven ritzeges op zak. De leiderstrui was hij na vijfde rit ... 
... echter kwijtgeraakt aan Francesco Moser, want er was wel eens een dag met een parcours waarop zelfs de Maertens van toen moest passen. 
Rechterpols
In de laatste meters van het tweede deel van de achtste etappe van de Giro was iedere toeschouwer er zeker van dat d’n Freddy bezig was zijn achtste rit te winnen toen hij op het autocircuit van Mugello in volle spurt lag met zijn landgenoot Rik Van Linden. Beide heren geselden hun fietsen die onder al dat geweld heftig van links naar rechts en terug slingerden. Tot de sturen elkaar raakten en ze vlak voor de streep keihard onderuit gingen. Maertens zat onder de schaafwonden, maar klaagde vooral over zijn rechterpols die na onderzoek in het ziekenhuis zwaar gekneusd bleek te zijn. Hij zat al gauw weer op de fiets en sloot het seizoen af met het ongelooflijke aantal van 53 overwinningen. 
Vuelta en Giro
Bij het sluiten van de redactie van deze uitgave moest het ongeval van Maertens nog plaatsvinden, reden waarom er niets over in staat. De kop: ‘De grote kracht van Freddy Maertens: een wereldkampioen die steeds bijleert’ sloeg op zijn zege in de Ronde van Spanje, die hij kon winnen omdat hij steeds beter bergop leerde rijden. Sport70 was over die progressie wel zo reëel om te erkennen dat hem dat in de Giro niet zou lukken.  ‘De eindzege is niet zijn hoofddoel en zijn voornaamste doelwit in Italië is de puntenrangschikking.’ Zelf zei Maertens over zijn kansen: ‘Ik ken het parcours niet, maar heb wel gemerkt dat het schema van de ritten in het routeboek niet overeenstemt met de werkelijkheid. Zo staat er over het bergske Irpino geschreven dat de klim zes kilometer lang is met stukken van acht procent, terwijl het maar drie kilometer is met stukken van zeventien procent. 
Tragische figuur
De val in Mugello was uiteindelijk het begin van het einde voor Maertens. De polsblessure genas maar moeizaam en bleef hem nog jaren hinderen. Na de successenreeks van 1976 deemsterde hij langzaam weg en kritikasters weten zijn teloorgang aan het grote verzet dat hij altijd rondduwde. In 1978 behaalde hij in de Tour de France nog twee ritzeges en werd hij winnaar van de groene trui en drie jaar later won hij zelfs vijf ritten en andermaal het puntenklassement. Als klap op de vuurpijl werd hij ook nog voor de tweede maal wereldkampioen. Daarna zette het verval dramatisch door en werd hij als renner op het laatst een tragische figuur. Omdat hij in zijn grote jaren ook niet altijd verstandig met zijn vele verdiende geld was omgesprongen, kwam de fiscus langs om hem als genadeklap helemaal leeg te plukken. 
Zo beëindigde deze eens zo grote coureur in 1987 zijn carrière vrijwel in de anonimiteit. Hij was alles kwijt en moest gaan werken. Hij kreeg de vertegenwoordiging van Assos, een Zwitserse wielerkledinglijn maar het werd geen succes. Wie hem anno 2013 nog eens wil ontmoeten moet naar het Centrum Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde. Op dinsdag, zaterdag en zondag is Freddy daar meestal aanwezig en wie hem aanspreekt of met een van zijn rondleidingen meegaat, zal merken dat hij een zeer aimabele maar ook bescheiden persoon is, die altijd bereid is over zijn imposante loopbaan als topcoureur en overwinningenmachine te vertellen. 
  
Tot volgende week!”
Jan Houterman 
Door Fred van Slogteren, 27 mei 2013 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web