Uit de ordners van Jan …

“Een heuse Giro Special, deze uitgave van Wieler Revue en specials waren in die tijd nog iets nieuws.  Op 18 mei 1990 kwam het tiende nummer van de veertiende jaargang van het blad uit met een roze cover. Met een omslagfoto van een prominent in de roze trui gehulde Erik Breukink. Die was bij grote uitzondering niet gemaakt door Cor Vos, maar door diens Italiaanse collega Sergio Penazzo. Dat was in de Ronde van Italië van 1989, het jaar dat Breukink vijf dagen aan de leiding stond en wij Nederlanders even met de illusie leefden de eerste Nederlandse Giro-winnaar te gaan verwelkomen. Het mocht niet zo zijn en nog steeds staat er geen Nederlander op de erelijst van het op één na grootste wielerspektakel ter wereld. Uiteindelijk raakte De Breuk het kleinood kwijt aan de latere winnaar Laurent Fignon. De Gelderse fabrikantenzoon eindigde in de eindstand als vierde, nog steeds een mooie klassering maar minder dan de twee jaar daarvoor toen hij respectievelijk als derde en tweede eindigde. Breukink is met acht roze truien nog ... 
... steeds de landgenoot die het vaakst in het roze heeft gereden. Hij wordt op dat lijstje gevolgd door Pieter Weening met vier roze truien. 
Koningskoppel
Met de woorden Bellissimo Giro! begint Evert de Rooij, de toenmalige hoofdredacteur van Wieler Revue en de huidige columnist op de slogblog, aan zijn voorbeschouwing van de 73e editie van de Ronde van Italië, die op vrijdag 18 juni 1990 in Bari van start zou gaan. Het beloofde een prachtige Giro te worden. Niet vanwege Breukink, want die zou zich dat jaar met zijn nieuwe ploeg PDM volledig op de Tour de France concentreren, maar vanwege het koningskoppel Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse op de startlijst, dat jaar verenigd in de Panasonic-ploeg van Peter Post. De hernieuwde samenwerking met het duo moest dat jaar, volgens de Amstelveense ploegleider, tot aansprekende successen leiden, te beginnen met de Giro. Vijf aankomsten bergop, loodzware etappes in de laatste week, moesten garant staan voor een enerverende Giro met beide heren in de hoofdrol. Post zag ze hoog in het klassement eindigen, terwijl hij met Urs Freuler en Jean-Paul van Poppel twee ijzersterke troeven had voor de massasprints, Rooks was voorzichtiger in zijn verwachting en liet weten dat hij en Theunisse in principe voor etappezeges zouden gaan, maar een kans op de eindzege zeker te zullen grijpen als die zich voordeed.
Italiaanse kannibaal
Het werd echter de Ronde van Italië van Gianni Bugno. De Italiaan bleek een alleskunner. Proloogrijden, tijdrijden, aanvallen in de cols, de wedstrijd controleren op het vlakke, het maakte niets uit, want de latere tweevoudige wereldkampioen en de huidige helikopterpiloot heerste als Merckx in zijn beste dagen. Hij pakte drie ritzeges en droeg de hele Giro lang het roze. In zijn eentje gaf hij de 73e Giro d'ltalia kleur. Terwijl zijn concurrenten voortdurend naar allerlei excuses zochten om hun passieve houding te verklaren, trok Bugno vanaf de eerste dag de aandacht met een agressieve rijstijl die hem uiteindelijk alle twintig beschikbare leiderstruien zou opleveren. Daarmee evenaarde hij de prestatie van Merckx in 1973. De Tour de France was voor Rooks, Theunisse, Mottet en de geblesseerd afgestapte Fignon het grote excuus. Ook voor Van Poppel werd deze Giro een grote tegenvaller. De dikbetaalde sprinter kon zijn faam in geen enkele massaspurt bewijzen. ‘Hij heeft gewoon gefaald’, aldus Post, die ongetwijfeld met weemoed zal hebben teruggedacht aan de voorgaande jaren toen hij met Breukink een absolute troef voor de eindzege in handen had. 
In één woord slecht
De Panasonics verlieten de Giro uiteindelijk met slechts één etappezege, behaald door de Australiër Alan Peiper. ‘De ploeg heeft slecht gepresteerd. Ik ben teleurgesteld. Natuurlijk zijn er excuses, maar die kun je niet steeds blijven herhalen. Het was in één woord slecht en daarmee is dit boek uit.’ Op het podium werd Bugno geflankeerd door Mottet en Giovannetti. Beste landgenoot was Theunisse op de 15e plaats op bijna 29 minuten. Rooks haalde Milaan als 75e en deed er als vooraf benoemde kanshebber ruim twee uur langer over dan Bugno. Maar het kon nog erger, want Greg LeMond kreeg als 105e in eindstand bijna drie uur aan zijn broek. Maar dat was iedereen anderhalve maand later vergeten toen de Amerikaan voor de derde keer in zijn carrière de Tour de France won.
  
Tot volgende week!”
Jan Houterman 
Door Fred van Slogteren, 13 mei 2013 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web