De Burgerlijke Stand van 25 oktober.

Viktor KAPITANOV (1933, overleden 02.03.2005, Rusland)

‚Een blok beton’, zo omschrijft oud-renner Jan Hugens deze Rus. Hij kent Viktor Kapitanov nog van de Olympische wegwedstrijd van 1960 in Rome. Een snikhete dag was het, volgens de Limburger en in die wedstrijd speelde het beroemde verhaal van het fluitje. De Nederlandse chef d’équipe was de Hoensbroekse burgemeester Martin, een goedwillende man die uitsluitend op basis van zijn regentschap die functie had gekregen. Verder werd hij niet gehinderd door veel kennis van de wielersport, maar dat was bij hem zelf onbekend. Hij verordonneerde de renners te demarreren als hij op zijn fluitje blies en Jan Hugens gaf daar al in de eerste ronde gevolg aan. Rondenlang zwoegde de Limburgse tempobeul aan de kop tot hij werd ingelopen en al zijn energie had verspeeld. De Russen deden het beter, want die hadden geen wielernitwit als coach, maar een deskundige legerofficier die precies wist wanneer en waar er moest worden aangevallen. Kapitanov voerde de orders perfect uit en hij kreeg alleen de Italiaan Livio Trape mee. Samen reden ze naar de meet en de Rus klopte Trape makkelijk. Hugens werd met een twaalfde plaats nog de beste Nederlander. Martin had met dat fluitje zijn eigen ondergang bewerkstelligd, want een jaar later stelde de KNWU voor het eerst een echte bondscoach aan. Dat was Joop Middelink en die is Kapitanov vast ook nog wel tegengekomen. De Rus stopte in 1961 en als kapitein in het Sowjet-leger werd hij belast met de leiding over de selecties, die er voor moesten zorgen dat de hamer en de sikkel over de hele wereld in de hoogste mast kwam.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Raoul REMY (1919, overleden 22.09.2002, Frankrijk)

Een van de betere Franse profrenners van net na de tweede wereldoorlog. Hij startte negen keer in de Tour de France. Hij reed er zes uit en zijn beste klassering was 23e in 1948. Hij won twee etappes en reed meestal in een regionale ploeg, zoals toen gebruikelijk was. Voor het tijdperk van de merkenploegen aanbrak in 1962 was er altijd een nationale Franse formatie en dan zo’n stuk of wat regionale ploegen. Afkomstig uit Marseille reed Remy meestal voor de Zuid-Oost ploeg, maar in de grote jaren van Louison Bobet werd hij uitverkoren om de Bretonse bakkerszoon als knecht te dienen. In zijn 13-jarige profcarrière won hij zelf ook wel het een en ander. Behalve zijn twee ritoverwinningen in de Tour won hij ook diverse etappes in kleinere rondritten zoals Parijs-Nice en de Dauphiné Liberé. Hij won verder nog rittenkoersen als het Circuit de l’Indre, de Grand Prix de Guelma en de Tour du Vaucluse. Raoul Remy was dus een degelijke ronderenner die waarschijnlijk van alles een beetje kon. Behalve een derde plaats in Luik-Bastenaken-Luik in 1953 kom ik zijn naam niet tegen in de uitslagen van klassiekers. Hij heeft getuige zijn erelijst ook maar hoogst zelden buiten Frankrijk gekoerst.

De andere op 25 oktober geborenen zijn:

BEIMA, Marcel (1983, Nederland)
HEES, Piet van (1938, Nederland)
MAAS, Jan (1903, overleden oktober 1977, Nederland)

Door Fred van Slogteren, 25 oktober 2006 0:00

raoul remy

Raoul Rémy, een Marseillees pur-sang was een beer van een vent die van zijn negen Tours er toch wel vijf van in de nationale ploeg reed, hetgeen wat wilde zeggen in die tijd. Onmiddellijk na zijn carrière was hij ook een tijdje sportbestuurder van o.m. Margnat-Paloma (Bahamontès, Darrigade, Graczyk, Dotto...). Nadien was hij ook organisator van de Tour de la Région, een befaamde junioreskoers aan de Côte d'Azur. Rémy was vele jaren een sterke figuur van het Franse cyclisme.

Geplaatst door René Vermeiren, 27 oktober 2009 22:16:09

De burgemeester eet maar sla....!

Net lees ik het artikel van Jan Hugens over de russische ex wielrenner Victor Kapitanov.
Ik heb deze man gekend.
Wat is het geval?

In 1970 vraagt de toenmalige bondscoach en "baas" van Olympia's Tour Joop Middelink, (overigens heb ik altijd mijnheer Middelink tegen hem gezegd), of ik in "zijn" etappekoers een ploegleiders auto wil rijden.
Natúúrlijk zei ik ja.
Daar hoefde ik niet lang over na te denken.

Ik kreeg daarvoor ter beschikking wat toen in de wandel "de tweede Vredestein auto" werd genoemd.
Mijnheer Middelink had er namelijk twee.
Eén waar hij zelf in reed, zijn auto was ook de wagen van de wedstrijdleiding met Joop Floor aan de ronderadio, de tweede was op speciaal verzoek inzetbaar.
Joop jr, klopt het of niet?

Ik dus met die Vredestein wagen O.T. in.
En de ploeg waarvoor ik moest rijden was...., inderdaad de Russische ploeg.
Met Victor Kapitanov als ploegleider.
Mooi hé.

Ik sprak uiteraard geen woord Russisch maar mevrouw Bustraan was vaak in de buurt. De kenners begrijpen deze link.
En via mevrouw Bustraan had ik op het dashbord van de auto een papiertje met voorwiel en achterwiel, vertaald in het Russisch.
Dus als over de ronderadio werd geroepen dat een Rus lek had, attendeerde ik de ploegleider daarop en wees voorwiel of achterwiel aan op het briefje.
Zo wist de mekanieker welk wiel hij moest pakken.

Maar je begrijpt, tien dagen Olympia's Tour, een Rus en een Amsterdammer naast elkaar in een ploegleiders auto, dát heeft heel veel situaties opgeleverd.
Máár...., een fantastische tijd.
Ik heb dat een paar jaar gedaan, ook voor Poolse ploegen.
En Ben van Erp voor de Engelse ploeg.

Maar ik was ook jurylid bij de KNWU.
En de Sportcommissie had mij al een paar keer aangewezen om deel uit te maken van de Olympia's Tour-jury.
Ik weigerde steeds omdat ik dat met die ploegleiders auto veel leuker en spannender.

Totdat Bas Goud, (Sportcommissie KNWU) op een dag tegen me zei:
"Henk, nu is het afgelopen, ik stel je als jurylid op in Olympia's Tour".

Ik heb dat toen geaccepteerd waarna ik zestien keer Olympia's Tour heb gedaan als jurylid.
Én ook zestien keer de profronde, dus je begrijpt wel dat dit prachtige ervaringen voor me zijn geweest.
De laatste jaren met Johan Tomassen op de motor.
Fantastisch!

Wat een naam van een Russische oud wielrenner allemaal niet boven kan laten drijven........

Rest mij de naam van de toenmalige burgemeester Martin van Hoensbroek te noemen.
Deze naam, burgemeester Martin, werd ook genoemd door Jan Hugens.
Deze burgemeester was naar een kampioenschap als begeleider mee met de Nationale Ploeg.
Waarin ook Jan Hugens zat.
De burgemeester had vóór de koers gezegd, "Als ik op dit fluitje blaas moeten jullie demarreren".
Vervolgen heb de man ik weet niet hoe vaak op zijn fluitje geblazen en was er geen coureur meer die wist waar hij aan toe was.

Een ander verhaal dat gaat speelde zich af in Kopenhagen.
Het Wereldkampioenschap op de weg in 1956.
De WK-ploeg zat op een avond in het rennershotel te eten.
Er was veel sla op tafel. Maar weinig spercieboontjes en nóg minder doppertjes.
De spercieboontjes en de doppertjes waren veruit het meest populair aan tafel.
De sla, hoe gezond en goed bedoeld ook, was bij de coureurs niet in trek.

De burgemeester zat ook aan tafel en pakte de schaal met de laatste doppertjes.
Waarop Coen Niesten de schaal doppertjes uit de handen van de burgemeester trok en hem daarvoor in de plaats de schaal met sla geeft.

Waarbij Coen de legendarische woorden sprak:
"De burgemeester hoeft niet te koersen dus die eet maar sla".
En inderdaad, zoals Jan Hugens ook al zei, toen de KNWU overging tot het aanstellen van weg- en later ook baancoaches behoorden dit soort situatie's tot het verleden.
Maar wél grappig dit te memoreren.


Met groeten,
Henk Bruijntjes.

Geplaatst door Henk Bruijntjes, 25 oktober 2010 17:57:25

kapitanov

ikheb als mecanicien een keer of 7 warchau-berlijn -praag gedaan,in die tijd was kapitanov de ploeg leider en ene joeri was mecanicien,op een keer stond er een russiche renner langs de kant met lekke band,ik gaf hem een ander wiel en s,avonds kreeg ik daarvoor een eren prijs,die hangd hier nog altijd aan de muur.

Geplaatst door klaas kwantes, 28 oktober 2013 11:54:53

vervolg

die joeri kon ik goed mee opschieten,de mecaniciens waren een keer in oost duitsland een garage aan het werk en ik stond een sigaretje te roken,komt de brandweer commendant dat ik mijn sigaret uit moest maken want daar mocht niet gerookt worden komt joeri aan gelopen en vraagd aan mij wat er was,toen gingen we met nog een stel oostblokkers (behalve de oost duitser)demonstratief staan te roken en de commandant droop af,joeri was altijd tijdens de ronde jarig en ik moest ook altijd komen als enige westerling tussen al die oostblokkers,dan kwam hij iedere keer aan met een grote fles wodka en een sinaas appel dan was het NASDROVJA en meteen een stukje sinas appel er achteraan want je verbrande helemaal van binnen.(goeije oude tijd.)

Geplaatst door klaas kwantes, 28 oktober 2013 12:54:56

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web