Uit de ordners van Jan

“Zondag 23 oktober 1977 staat in mijn ordners de ‘Tour des Champions’ genoteerd. Ik vermoed dat dit een soort Criterium der Azen was in de vorm van een puntenkoers. Nederlandse deelnemers kwamen niet in de uitslag voor.
De koers over 80 kilometer werd beslist door een kopgroep van drie. Freddy Maertens, de meest regelmatige renner van het seizoen, won omdat hij 24 punten meer had dan Jean-Luc Vandenbroucke en 34 meer dan de Fransman Loth. Op 26 seconden eindigde het peloton. Marc Demeyer had hier de meeste punten en werd vierde voor de Fransen Legeay, Muselet en Delepine. Ik heb nog gezocht naar de Fransen Loth en Muselet maar zelfs in de toch behoorlijk uitgebreidde database van
http://www.cyclingranking.com/ komen ze niet voor.

Een jaar later won Joop Zoetemelk, altijd goed in het naseizoen, met overmacht de Grote Prijs van Lugano, een individuele tijdrit over 77,5 kilometer. Erkende tijdrijders als ...

... Francesco Moser (op 2 minuut 55), Bernt Johansson (4 minuut 1), Roy Schuiten (5 minuut 20) en Daniel Gisiger (5 minuut 53) eindigden op de plaatsen die niet tellen.
Francesco Moser was in 1978 de meest regelmatige renner en hij won met 323 punten de Super Prestige Pernod. Tourwinnaar Bernard Hinault was tweede. Onze landgenoten Zoetemelk, Knetemann, Raas en Kuiper eindigden keurig op de plaatsen drie tot en met zes. De Italiaanse Sanson-Benotto-ploeg (met o.a. Moser en De Vlaeminck) won de wereldbeker voor merkenploegen.

Aan het eind van het seizoen werd ook een lijst van renners gepubliceerd die het predikaat 1e categorie achter hun naam kregen. Zes landgenoten (Knetemann, Lubberding, Van der Velde, Raas, Zoetemelk en Kuiper) hadden gezelschap van negen Belgen (Pollentier, Dierickx, Demuynck, Peeters, Wellens, De Vlaeminck, Godefroot, Vandenhaute en Bruyère), drie Duitsers (Braun, Thurau en Thaler), vier Italianen (Gavazzi, Moser, Saronni en Baronchelli), twee Fransen (Hinault en Laurent), een Spanjaard (Martinez Heredia), een Brit (Corley), een Luxemburger (Didier) en een Zwitser (Schmutz). Opvallend was het ontbreken van de naam Freddy Maertens.

Geboortenieuws in 1979. Op woensdag 24 oktober werd Björn geboren, de tweede zoon van Hennie en Ine Kuiper. In deze voor Hennie zo rustige tijd was er extra drukte in Putte. Ine en de kleine Björn (die dus morgen zijn 27e verjaardag gaat vieren) maken het uitstekend.
Patrick Sercu won met koppelgenoot Dietrich Thurau de 38e Zesdaagse van Dortmund. Het duo Knetemann-Hempel was op 10 ronden vierde. Venix-Schuiten werd vijfde op 15 ronden, een gedeelde plaats met het koppel Pijnen-Jakst dat slechts een paar punten minder had.

Op 23 oktober 1980 werd in Parijs het parcours van de Tour de France 1981 gepresenteerd. De 68e editie van 's werelds belangrijkste wielerkoers verschilde nauwelijk van de rondrit van 1980 die zo glorieus door Joop Zoetemelk werd gewonnen. Toch voorspelden zowel de Telegraaf als De Gelderlander dat het verloop in 1981 veel incidentrijker zou gaan zijn. Immers, het werd organisator Felix Levitan door de profsectie van de UCI verboden nog langer tijdstraffen toe te passen. Overtredingen van de Tourreglementen mogen in het vervolg nog slechts bestraft worden met geldboetes. In de strijd om ritzeges en de gele trui is geld een middel dat het doel heiligt en dus ondergeschikt aan het wedstrijdverloop moet zijn. Renners, ploegleiders en sponsors zouden echter lachen om de vier tientjes boete voor stayeren, shirtjestrekken, elkaar in de wielen rijden en het zich laten duwen door toeschouwers. Felix Levitan, gewend een dictatoriaal bewind te voeren over het Tourcircus, was helemaal niet blij met de bemoeizucht van de hobbyisten uit de UCI proftak. ‘Laat de heren de Tour zelf eens organiseren, laat ze zelf eens proberen de controle te houden over de trucs van de doorgewinterde beroepsrenners. Dat kan alleen onder een streng bewind. De Tour heeft zich daar 77 jaar mee overeind gehouden. Als de UCI zo blijft doorzeuren is het einde nabij’.
Vervolgens stelde Levitan de 68e Tour voor. Een ronde, over zo’n 3900 kilometer, die vanuit Nice langs de Cote d’Azur richting Atlantische kust zou trekken. Na een kort bezoek aan de Pyreneeën zou het naar het noorden gaan. De ‘hel’ van Parijs-Roubaix bleef ook, terwijl na de traditionele ‘vrijage’ met België en een vliegreis van 510 kilometer het zwaartepunt opnieuw in de Alpen zou liggen. Een Tour kortom, waarvan – zeker het eerste driekwart van het parcours – op het lijf geschreven was van de tien besten uit de ploeg van Peter Post. Joop Zoetemelk beaamde dit. ‘De nieuwe Tour is vrijwel gelijk aan dit jaar. De moeilijkheidsgraad is even hoog’. Dus zou hij het succes van dit jaar moeten kunnen herhalen. ‘Dat hoor je mij niet zeggen. Op het ogenblik kan ik geen fiets meer zien, laat staan dat ik over mijn eigen kansen spreek in zo’n zware Ronde van Frankrijk. Zeker is wel dat er voor ons veel publiciteit en succes kan zijn weggelegd vanaf de proloog in Nice.’

In 1982 werd de 41e editie van de Tropheo Baracchi gewonnen door een koppel gevormd door de Zwitser Daniel Gisiger en de Italiaan Roberto Visentini. De 98,1 kilometer tussen Pontevera en Pisa raffelden ze af in 2 uur 1 minuut en 31 seconden. Met een gemiddelde van 48,783 km per uur vestigde het tweetal een record. Het Nederlandse koppel Hennie Kuiper en Bert Oosterbosch reed fantastisch, maar kwam 24 seconden tekort. Theo de Rooy werd met Ferdi Vandenhaute vierde.

Op dezelfde dag won Bernard Hinault achter de derny het Criterium der Azen, de traditionele afsluiting van het Franse wielerseizoen. Op 1 februari had de das (de scheerkwast?) ook al de allereerste wedstrijd gewonnen. Hij versloeg in Parijs Sean Kelly, Alain Bondue, Bernard Vallet en Joop Zoetemelk in de sprint. Jan Raas was op 6 seconden zesde.
De volgende dag stonden de renners aan de start bij de klimwedstrijd in het Spaanse Montjuich. Zoetemelk werd met 10 seconden achterstand op Marino Lejarreta tweede. Pedro Muñoz was op 51 seconden derde. Bernard Hinault moest 1 minuut 33 toegeven en werd zesde.

Het laatste competitieweekend van 1983 leek heel veel op dat van een jaar eerder. Daniel Gisiger won (nu met Silvano Contini) weer de Tropheo Baracchi. En weer was Hennie Kuiper, dit keer met Adrie van der Poel, tweede. Een minuut en tien seconden was het verschil. Op de vierde plaats een landgenoot die zich niet zo vaak in de schijnwerpers reed. Dat was Frits van Binsbergen en de Gelderlander eindigde met de Belg Nico Emonds met een achterstand van 3 minuut 39.
Hennie Kuiper was zeer teleurgesteld. Wekenlang had hij tegen zijn vriend Van der Poel op hun lange trainingstochten gezegd: ‘Ik wil per se de Baracchi op mijn erelijst hebben, ik vind dat een hele mooie wedstrijd en ik ben bovendien al twee keer als tweede geëindigd. Ik ben de jongste niet meer, dus moet het nu gebeuren’. In 1978 was hij met Joop Zoetemelk 23 seconden tekort gekomen op het hardrijdersduo Roy Schuiten en Knut Knudsen. In 1982 leidde hij op 15 kilometer voor de finish nog, toen koppelgenoot Bert Oosterbosch een inzinking kreeg. En dit jaar moest Van der Poel na 37 kilometer van de fiets met pech aan zijn achterwiel waarmee kostbare seconden verloren gingen. ‘Ik geef niet op, volgend jaar sta ik weer aan de start’, aldus de Kuip.
Net als in 1982 won ook nu Marino Lejaretta de klimkoers van Montjuich. Sean Kelly was nu tweede op 24 seconden, Pedro Muñoz derde. Joop Zoetemelk, de nummer twee van 1982 werd vierde.

Op 25 oktober 1987 werd de bijna 41-jarige Zoetemelk in zijn laatste belangrijke internationale wegwedstrijd tweede. De koers in Montjuich was verdeeld in twee onderdelen. De Spanjaard Alvaro Pino won eerst de rit in lijn over 27,3 kilometer voor zijn landgenoten Belda, Muñoz, en Lejaretta. Joop Zoetemelk werd op 2 minuut 2 vijfde.
Hierna was Pino ook de sterkste in de individuele tijdrit over 8,5 km. Zoetemelk was nu tweede op 22 seconden en hield genoeg tijd over om in de eindstand ook tweede te worden. Belda werd derde. Jopie nam in totaal twaalf maal deel aan deze koers die hij één maal (1981) wist te winnen.
In 1989 was er wederom Nederlands succes op de Montjuich. Erik Breukink won de rit in lijn, de tijdrit en dus ook het eindklassement. Beide keren liet hij Marino Lejaretta achter zich. Het was een afscheidscadeau van Breukink voor Peter Post na een wisselend seizoen, waarin hij niet aan de hooggespannen verwachtingen kon voldoen. De vierde plaats in de Giro was een schaars hoogtepunt en de absolute anti-climax het afstappen tijdens de 13e rit van de Tour de France. Het jaar daarna zou hij de kopman worden van de PDM ploeg.

Hoofdrolspeler in de rubriek Wieler ABC in het oktobernummer 1980 van het blad Wielersport was Livin Klaasen. Klaasen werd geboren op 20 november 1947 in Baarle-Hertog. Ik citeer verder auteur Ad Vingerhoets:
‘Is metaalbewerker bij zijn sponsor Berla. Merkwaardige loopbaan: reed op 20-jarige leeftijd zgn. wilde koersen. Was in 1970 enkele maanden amateur, stopte om in 1971 een huis te bouwen. Reed van 1972 tot en met 1977 bij de BWF (Brabantse Wielerfederatie) en bij de vrije liefhebbers in België. Won zo'n 75 wedstrijden waaronder drie nationale titels. Was tweede in de zogenaamde Olympische wedstrijd voor vrije amateurs. In de jaren 1976 en 1977 steun van Berla. Berla direktie zag hem op televisie en het idee werd geboren hem beroepsrenner te laten worden. Met behoud van salaris kan hij twee tot drie koersen per week rijden.
Beroepsrenner sinds 24 april 1978, steeds voor Berla. Tot eind 1979 120 klasseringen waaronder 30 maal bij de eerste tien, reed in Nederland en België. Heeft in 1980 zijn eerste koers als beroepsrenner gewonnen. Hij rijdt in 1980 voor Berla-Femis.’
Fred van Slogteren vond vorig jaar het mooiste van deze coureur zijn voornaam Levinus en hij wilde graag meer weten over deze coureur. Er bestaat een persoonlijke website van Livin Klaasen, in België beter bekend als Livinus en in Nederland steevast aangesproken met Levin. Op de site is te lezen dat hij tot 1983 beroepsrenner was. In zijn hele loopbaan behaalde hij 77 overwinningen waarvan één bij de profs. Op de site is bij het onderdeel foto's een prachtige opname te zien van deze voor Klaasen unieke zege in Arendonk op 8 september 1980, toen hij Eddy Verstraeten en André Boonen (jawel papa Boonen) versloeg. Toen hij vanwege gezondheidsproblemen het wat kalmer aan moest doen ontstond het idee een boek te schrijven. ‘Van trimmer tot profwielrenner’ werd het resultaat daarvan. Het adres van de website:
http://users.skynet.be/livinklaasen/. Van harte aanbevolen!

Eddy Merckx won op 22 oktober 1967 het destijds befaamde Criterium der Azen en op 20 oktober 1968 de Grote Prijs van Lugano. Deze data vormen sinds jaar en dag de scheidslijn tussen wegseizoen en winterbaan, want op 23 oktober 1973 won hij met Patrick Sercu de Zesdaagse van Dortmund.

Tot volgende week!”

Jan Houterman


Door Fred van Slogteren, 23 oktober 2006 8:00

Ronde des Champions 1977

Beste Jan,

De door jou gezochte 'Tour des Champions' 1977 heb ik gevonden, uiteraard op

http://www.memoire-du-cyclisme.net/

onder 'Critériums', 1977, FRA, 22 octobre: Paris-Longchamp (Ronde des Champions).

Die website is voor uitslagen verreweg de meest uitgebreide en meest betrouwbare.

Groeten,
Maurice

Geplaatst door Maurice, 16 november 2006 09:41:07

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web