De Burgerlijke Stand van 22 oktober.

Aad de GRAAF (1939, overleden 21.07.1995, Nederland)

Deze Rotterdammer was een van de pupillen in de baanopleiding van Arie van Vliet, toen hij in 1958 als sprinter doorbrak. Hij werd direct vierde bij het NK. In de zes jaar die volgden werd hij drie keer kampioen van Nederland en drie keer tweede achter respectievelijk Mees Gerritsen en twee maal Piet van der Touw. Bij het WK bracht hij het niet verder dan twee maal een plaats in de kwartfinales, maar daar dient bij gezegd te worden dat Aad een kleine handicap had. Hij was vrijwel doof aan één oor. Dat is iets waar een normaal mens prima mee kan leven, maar wat voor een sprinter een groot gemis is. Een sprinter – zo heeft Jan Derksen me eens verteld – moet eigenlijk over twee paar ogen beschikken en over een uitstekend gehoor. Je moet aan het suizen van de bandjes kunnen horen waar je tegenstander zit. Elk geluidje, hoe gering ook, is van belang en daardoor had Aad de Graaf een ernstige handicap, want met zijn intrinsieke snelheid en zijn tactisch inzicht was niets mis. In 1965 werd hij prof en hij verkeerde twee jaar in de beroepsrangen. De belangstelling voor het eliteonderdeel van de wielersport was zwaar tanende en er was bovendien de concurrentie van mannen als Sercu, Beghetto, Gaiardoni en Baensch. Bovendien kreeg hij in die tijd last van blessures, onder andere een polsbreuk die hem behoorlijk parten heeft gespeeld. Toch heeft Aad een mooie carrière gerealiseerd met vier Nederlandse kampioenschappen, twee deelnames aan de Olympische Spelen (1964, vierde op de tandem met Piet van der Touw) en overwinningen in de Grote Prijzen van Berlijn en Manchester. Hij was een zachtaardige, rustige jongen die iedereen altijd vriendelijk tegemoet trad en hij had dan ook geen vijanden op het stadion, waar dagelijks door de Nederlandse baanelite getraind werd. Met zijn Jenny kreeg hij twee kinderen en hij begon een groentegroothandel met de horeca als doelgroep. Hij maakte er een mooi bedrijf van en ook het fietsen werd bijgehouden. Hij deed elk jaar mee aan het WK voor veteranen in Oostenrijk. Zoon Marcel herinnert het zich als een mooi leven, waar in 1995 door een hartinfarct veel te vroeg een eind aan kwam.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Antonio BEVILACQUA (1918, overleden 29.03.1972, Italië)

Ook weer zo’n Italiaanse naam die klinkt als een regel uit een vers van Dante, maar na enig gezoek kwam ik er achter dat Bevilacqua zoiets betekent als drinkwater. Toon Drinkwater dus, die pas op zijn 23e met wielrennen begon. Hij was onderwijzer op een dorpsschooltje en dat betaalde slecht. Renners die laat beginnen worden vaak sterke hardrijders die moeite hebben met in de wielen rijden. Er was een baantje in de buurt van zijn woonplaats San Angelo en al in 1943 (hij was toen pas twee jaar wielrenner) werd hij Italiaans kampioen achtervolging. In 1946 werd hij prof en drie jaar later werd hij Italiaans kampioen. Zijn topjaar was 1950 toen hij zowel Italiaans kampioen werd op de weg als in de achtervolging en in dat laatste onderdeel werd hij ook wereldkampioen. Een jaar later werd hij weer wereldkampioen en won hij ook Parijs-Roubaix. Hij was dus ook een uitstekend wegrenner die vooral in klassiekers uitblonk. In Nederland is Bevilacqua vooral bekend gebleven vanwege zijn merkwaardige rol in het WK achtervolging 1948 in Amsterdam. Vier renners drongen tot de halve finales door. De grote Fausto Coppi was de grote favoriet en de Zwitser Hugo Koblet werd eveneens gezien als een grote kanshebber. Schulte en Bevilacqua werden veel minder kansen toegedicht. Het lot besliste dat Koblet met Schulte moest afrekenen en Coppi met Bevilacqua. De rit Schulte-Koblet werd een thriller van het zuiverste water met Schulte als nipte winnaar. Voor Coppi werd het daarentegen een walkover, want de Italiaanse chef d’équipe verordonneerde dat Coppi moest winnen. Bevilacqua was het daar totaal niet mee eens, maar hij had ook niet de moed om dwars tegen de instructie in voor de overwinning te gaan. In plaats daarvan kroop hij demonstratief over de baan met een gangetje waarmee hij nog van zijn grootmoeder zou verliezen. Het publiek floot de onsportieve vertoning uit en kreeg een dag later genoegdoening toen Gerrit Schulte in zijn eigen Amsterdam Coppi in een zinderende finale versloeg.

De andere op 22 oktober geborenen zijn:

BOCKOM, Hans (1907, overleden onbekend, Nederland)
CIANCOLA, Luciano (1929, Italië)
RENSHAW, Mark (1982, Australië)
ROBL, Thaddeus (1876, overleden 18.06.1910, Duitsland)
SHEIL, Norman (1932, Groot Brittannië)
VEGGERBY, Jens (1962, Denemarken)
VERMAUT, Stive (1975, overleden 30.06.2004, België)

Door Fred van Slogteren, 22 oktober 2006 0:00

Aad de Graaf

Zou graag (als neef van Aad)mijn jeugdherinneringen vertellen aan Marcel, zoon van Aad.
Begin jaren 60 ging ik met Oom Piet en Tante Mart regelmatig naar wedstrijden.

Geplaatst door Cock Spiering, 14 juli 2008 12:44:07

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web