De Burgerlijke Stand van 22 februari.

BALDAUF, Sebastian (1989, Duitsland)
BAZAYEV, Assan (1981, Kazachstan)
BOBET, Jean  (1930, Frankrijk)
BREIJ, Rogier de 1989, Nederland)
BRUIN, Petra de  (1962, Nederland)
DOLMAN, Evert  (1946, overleden 12.05.1993, Nederland)
GAUMONT, Philippe  (1973, Frankrijk)
HUNGERBÜHLER, Pascal (1977, Zwitserland)
JÖRIS, Jeu  (1929, overleden 24.09.2010, Nederland)
KAGGESTAD, Mads (1977, Noorwegen)
VOS, Frans  (1925, overleden 14.04.2001, Nederland)
WALRAVE, Bruno (1939, Nederland)
WHITE, Matthew (1974, Australië)
Door Fred van Slogteren, 22 februari 2013 0:00

Frans Vos nog even

Beste Fred, ik heb je destijds kennelijk te veel in ene keer verteld over Frans Vos óf ben niet duidelijk genoeg geweest, waarvoor alsnog excuus. Ter wille van de correcte geschiedschrijving die wij beiden zo voorstaan, daarom nog even het volgende.

Bij de officiële presentatie van de Tourproloog in Den Bosch ontbrak Vos niet omdat ze hem vergeten waren, maar omdat niemand in het stadhuis ooit van de man gehoord bleek te hebben. Dat is dus nog veel erger, zij het verklaarbaar. Hij heeft namelijk nog géén twee volledige seizoen bij de profs gereden.

Al gauw na het uitbreken van de oorlog is hij ondergedoken in de Peel, om daar aan de slag te gaan als boerenknecht. Pas eind 1947 is hij in het peloton teruggekeerd, om er in 1948 zijn grootste successen als amateur te boeken. Vrijwel nooit met winst, maar dat is het bekende verhaal bij álle tempobeulen/treinlopers die het zonder sprint moeten doen, wél met ereplaatsen. Negende in de Ronde van Noord-Holland, tweede in de Ronde van Midden-Nederland achter medevluchter Gerrit Voorting, tweede ook in de toenmalige Beneluxronde die van Breda naar halverwege Antwerpen leidde en vervolgens via de Langstraat naar Den Bosch, Utrecht en Amsterdam, alwaar de Leidenaar Jacques de Groot ietsje sneller de juiste route naar het Olympisch Stadion vond. Aldus Vos later.

Slechts één profkoersje

Nadat een anonieme brief aan de KNWU hem in 1949 zijn WK-plaats voor Kopenhagen had gekost, was hij dermate gedesillusioneerd dat hij prompt een proflicentie nam. Let wel, náást zijn fulltime baan in een garagebedrijf. Het bleef die nazomer van 1949 dan ook beperkt tot zegge en schrijve één profkoersje, de Ronde van zijn geboortestad op maximaal 150 meter van zijn huis aan het Hinthamereinde.

Openbaring in de nationale ronde

Pas in het voorjaar van 1950 reed Frans Vos een échte koers bij de beroepsrenners en wel de Ronde van Nederland. Al in de tweede rit trok hij ten aanval, met Piet Evers uit Wormerveer, om in de sprint uiteraard door zijn compaan te worden geklopt. Daags erop naar Zuid-Limburg reed Vos andermaal in de kopgroep. Jan Lambrichs kwam hem vragen of hij de spurt voor hem wilde aantrekken op de sintels van het sportpark in Geleen, maar Frans deed dat zo serieus dat geen mens er meer langs kwam. Etappewinst plus oranje trui! Kennelijk zinde dat sommige ploegmaats niet, want daags nadien lieten Wim van Est en Henk Faanhof zich niks gelegen liggen aan de ploegbelangen en werkten ijverig mee in de kopgroep. Weer een dag later probeerde Vos het alleen, maar Theofiel Middelkamp himself moest alles geven om de snode neofiet bij te benen. Zevende in het eindklassement, door Jan Cottaar in de Katholieke Illustratie uitgeroepen tot dé openbaring van deze ronde en ook nog een uitnodiging om mee te gaan naar de Tour. Ongetraind! Het relaas over zijn ervaringen aldaar zou op deze plek te ver voeren. Hoe het zij, Pellenaars deed in 1951 in elk geval een vergeefs beroep op de Bosschenaar, die niets meer van de Tour moest hebben. Hij reed in 1951 nog wat maanden rond, maar zette voortijdig de RIH op zolder.

Als getrouwd man moest er tenslotte brood op de plank komen en dat was in die tijd voor solisten zonder spurt amper te vinden tussen de broodrijders. Dus nam een van de beste hardrijders van Nederland definitief afscheid. Hij begon als telefonist bij een lokaal taxibedrijf, werd privé chauffeur/lijfwacht van een zakenman en uiteindelijk beheerder van een bioscoop in 't Gooi, om na zijn pensioen terug te keren naar zijn geboortestad. Daar betrok hij met vrouw Gerrie een flat in het appartementengebouw naast het ziekenhuis aan de Zuid-Willemsvaart waar Frans Vos uiteindelijk overleed.

In het crematorium had zich rond de kist hoogstens een dozijn familieleden plus de schrijver van dit stukje verzameld. Niemand die zich geroepen voelde of de moed had een afscheidswoord te spreken. Ook zijn oudere broer Servé niet, de linkshalf van het BVV-elftal dat in 1948 in de Kuip de landstitel veroverde.
Was het niet "sic gloria mundi" of zoiets?

Han de Gruiter.

Geplaatst door Han de Gruiter, 23 februari 2013 14:59:51

Niks zonnesteek!

O ja, en die fabel dat Frans Vos in de Tour van 1950 door een zonnesteek tot opgave zou zijn gedwongen, moet nu ook maar eens voorgoed de wereld uit. Hij was die hele Tour gewoon spuugzat, zoals me later ietwat beschaamd werd opgebiecht.

In de verzengende hitte van zuid-Frankrijk had de lange, mentaal toch al niet te sterke Bosschenaar zich zitten afvragen wat hij daar in die Tour eigenlijk nog te zoeken had nu vier van de zes ploegmakkers én de heren van de commandojeep al lekker thuis zaten. Waarom nog verder gekoerst voor een paar onbekende Fransen die hij niet eens verstond. Voor de verdiensten hoefde het al helemáál niet, want in Den Bosch viel meer te verdienen.

Drie dagen de hort op met Bim en Zaaf

Daarom, en niet wegens een zonnesteek, was hij aan de kant van de weg gaan zitten, wachtend op de bezemwagen. Daarna met de trein naar Parijs om zijn geld op te halen en vervolgens drie dagen in de Franse hoofdstad de hort op, samen met zijn eveneens afgestapte collega's Abdelkadar Zaaf en Bim Diederich.

Je zou Vos een gebrek aan beroepsernst kunnen verwijten, maar een mens heeft zichzelf niet gemaakt. Fietsen deed hij graag, en hard ook, maar het moest wel leuk blijven. Zo haalde hij bij de amateurs het geintje uit, om in wijlen de Beneluxronde op weg naar zijn woonplaats te demarreren, met het doel zijn teerbeminde te verrassen. Toen het jagende peloton arriveerde, liet hij dat rustig passeren, ging er achteraan, reed naar de kop en informeerde bij de trekpaarden van dienst hoe groot het gat met de koploper was.

Na drie dagen training

Frans Vos was een geboren atleet, een natuurtalent dat niet veel training nodig had om mee te kunnen. In 1952 keerde hij een blauwe maandag terug tussen de wielen en werd prompt veertiende in de Acht van Chaam. Pellenaars kon zijn ogen niet geloven. "Is die écht pas drie dagen aan het trainen?", vroeg hij de vrouw van Vos. Ja dus. Helaas in de verkeerde tijd geboren.

Een bonvivant? Ja en nee. Van zijn weduwe Gerrie hoorde ik kort na de dood van haar man: "Frans ging vaak hier op de hoek naar het café om te biljarten, maar alleen als hij een koers gewonnen had, bleef hij thuis. Dat vond ik zo jammer." Bescheidenheid? Verlegenheid? Beslis zelf maar.

Han de Gruiter.

Geplaatst door Han de Gruiter, 24 februari 2013 16:05:35

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web