Uit de ordners van Jan

“Zondag 16 oktober 1977 reden twee landgenoten in Italië de Trofeo Baracchi, een koppeltijdrit over 100 kilometer. Deze wedstrijd bestaat niet meer, net als veel andere wedstrijden van het naseizoen niet meer bestaan. De laatste Trofeo Baracchi werd in 1990 gehouden. De wedstrijd was ooit een initiatief van Mino Baracchi als eerbetoon aan zijn vader, die een groot wielerliefhebber was. In 1991 werd de koers nog één keer gehouden, zij het als een individuele tijdrit als slotaccoord van de strijd om de wereldbeker van dat jaar. Daarna werd een fusie aangegaan met de Grand Prix des Nations. De laatste koppeltijdrit kende een Nederlands succes, Tom Cordes won met de Duitser Rolf Gölz. Verder was vanaf 1949 slechts één Nederlander succesvol en dat was Roy Schuiten. In 1974 met Francesco Moser en in 1978 met de Noor Knut Knudsen.
In 1977 was voor Schuiten met koppelgenoot Baronchelli slechts de vierde plaats weggelegd, terwijl Joop Zoetemelk met Freddy Maertens tweede werd. Winnaars werden de Zweed Bengt Johansson en de Italiaan Giuseppe Barone.

Op dezelfde dag reden elders in Italië de amateurs een koppeltijdrit om de Trofeo Valco, eveneens over ...

... 100 kilometer. De Italianen Fraccaro en Pizoferrato wonnen in een tijd, waarmee ze bij de beroepsrenners om de Trofeo Baracchi tweede zouden zijn geworden. Het Nederlandse koppel Guus Bierings-Bert Oosterbosch werd vierde.

In eigen land won Fred Rompelberg in Elsloo een van de zeven wegkoersen uit zijn loopbaan. Op de meet had hij een voorsprong van vijf seconden op Cees Priem, José De Cauwer, Jos Schipper en Wim de Ruiter. Fedor den Hertog werd dertiende en Theo Smit zeventiende. Waarom vermeld ik dit? Omdat er over die twee dat weekend nog meer nieuws was. Als laatste renners uit de opgeheven Frisol-ploeg kregen ze een contract bij de Franse formatie Lejeune-BP. En Fred Rompelberg krijgt na 29 jaar nog een onderscheiding, want hij is vandaag mijn hoofdpersoon in de rubriek Wieler ABC.

Op dinsdag 16 oktober 1979 sloten de profs traditiegetrouw het Belgische wegseizoen af in Putte-Kapellen. Frans Van Looy was in de sprint Fedor den Hertog te snel af. Jos Schipper werd vierde en Bert Oosterbosch negende. En op deze dag eindigde ook de Zesdaagse van Berlijn. Met een recordverbetering want Patrick Sercu won met Didi Thurau zijn 66e zesdaagse en werd daarmee de absolute zesdaagsekeizer. De oude recordhouder Peter Post won in zijn loopbaan 65 zesdaagsen. Uiteindelijk zou Sercu op 88 uitkomen en Post werd nog gepasseerd door Danny Clark en René Pijnen. Die zelfde Pijnen werd met Jan Raas in Berlijn op twee ronden vierde.

En dan Joop Zoetemelk, die ging in oktober 1979 het hotelvak in. Eerst wilde hij nog deelnemen aan de Tour de France in 1980 waarin hij hoopte nog een goed figuur te kunnen slaan. De toen 33 jaar oude Joop Zoetemelk had op dinsdag 17 oktober 1979 in gezelschap van een aantal vrienden de eerste steen gelegd van een pand in Coeur de Meaux (departement Seine-et-Marne) waarin een aantal kantoren en een hotel met 42 kamers zou worden ondergebracht. Joop stond die dag aan de vooravond van een drukke tijd met deelnames aan de zesdaagsen van Frankfurt, Zürich, Maastricht en Rotterdam. Daar tussendoor zou hij de tijd gaan doden met het deelnemen aan wat veldritten afgewisseld met skiën en langlaufen nabij zijn vakantieadres in Montgenèvre.

Op 16 oktober 1980 was Keetie van Oosten-Hage heel blij met Artec-Hifi, de nieuwe sponsor van haar damesploeg. Maar ze was ook kritisch ten opzichte van de KNWU. ‘Als de KNWU zich wat meer gelegen zou laten liggen aan het dameswielrennen dan zouden de ontwikkelingen op dat gebied veel sneller gaan en het bedrijven van deze tak van de wielersport veel geloofwaardiger bij het publiek overkomen. Maar we moeten het van de hoge wielerheren maar zo'n beetje zelf uitzoeken. We worden echt stiefmoederlijk bedeeld. Sterker, als er geen ambitieuze sponsors als Artec, Gazelle en Batavus zouden zijn, dan zouden we het wel kunnen schudden. En dat zou ontzettend jammer zijn want de wereldtitels die ik heb gehaald in mijn loopbaan hebben het dameswielrennen wel enorme impulsen gegeven’, aldus de veelvoudig wereldkampioene op weg en baan uit Zeeland. Artec was overigens de enige volwaardige damesploeg voor het seizoen 1981.

In 1983 werd Adrie van der Poel derde in de Ronde van Lombardije. Op 600 meter voor de finish had hij in het mistige en regenachtige Como positie gekozen aan het achterwiel van de gereputeerde Ierse sprinter Sean Kelly met de bedoeling om eindelijk, na tal van ereplaatsen, een klassieker te winnen. Op dat moment, kort voor de laatste bocht, demarreerde zijn vriend, ploeggenoot en trainingspartner Hennie Kuiper aan de andere kant van de weg. Van der Poel later: ‘Die vroege sprint van Hennie heeft mijn nederlaag ingeluid. Ik kwam op de streep twintig centimeter tekort, omdat ik door zijn aktie het achterwiel van Kelly kwijtraakte.’ Bijna had Kuiper zelf nog gewonnen. Hij kwam echter door een verkeerde taxatie heel slecht uit de bocht en daardoor konden de Zwitser Seiz en de Italiaan Moser aansluiten. Zij sleepten Kelly in hun spoor mee, waardoor de Ier wereldkampioen Greg LeMond enkele centimeters kon voorblijven. Van der Poel werd derde en Kuiper vierde.
Een dag later won LeMond wel de Aas der Azen in Genève. Hij won namelijk de dernykoers Criterium der Azen die voor het eerst op Zwitserse bodem werd gehouden. Hennie Kuiper was ook hier vierde.

In de krant van vrijdag 16 oktober 1987 was te lezen dat Van der Poel in blakende vorm was. Hij won de 75e Ronde van de Piemonte in Novara. In hevige regenval was na zestig kilometer koers de helft van het aantal gestarte renners al afgestapt. De doorzetters hielden een hoog tempo aan met de regenspecialisten Roberto Pagnin en Phil Anderson als gangmakers. Kort voor het binnenrijden van Novara vluchtte een viertal weg. Dat waren de Italiaan Caroli, de Zwitser Schwarzentruber, de Franse kampioen Madiot en Peter Winnen. Kort voor de finish werd dit kwartet bijgebeend door een uitermate gedecimeerd pelotonnetje. In de nieuwe, en beslissende, ontsnapping hadden alleen Caroli en Madiot nog lucht om mee te gaan. Ze waren echter kansloos in het sprintduel tussen Adrie van der Poel en de Belg Eric Van Lancker, dat door de Nederlandse kampioen afgetekend werd gewonnen. Op 1 minuut 9 werd Marc van Orsouw elfde en Peter Winnen achttiende.

En dan, voor ik met het Wieler ABC begin, nog een bericht van 16 oktober 1998 over Fred Rompelberg. Tijdens zijn jacht op het wereldsnelheidsrecord op de fiets had de Maastrichtenaar op de zoutvlakte van Bonneville een val overleefd bij een snelheid van ruim 209 kilometer per uur. Hij schoof meer dan 200 meter over het zout alvorens hij tot stilstand kwam. Behalve bloeduitstortingen over zijn hele lichaam en een gebroken pink bleef Rompelberg ongedeerd. De crash ontstond na 3,5 mijl doordat de gangmakende formule-1 bolide begon te slingeren, waarna Rompelberg de macht over zijn stuur verloor. Na intensief onderzoek in het ziekenhuis is hij direct teruggekeerd naar de zoutvlakte om in overleg met zijn arts te bekijken of het verantwoord was zijn pogingen om het wereldsnelheidsrecord te breken voort te zetten. Na een weekje rust ging hij bij een hernieuwde poging bij een snelheid van 232 kilometer weer onderuit. Dit keer was hij minder gelukkig want de Limburgse aannemer brak maar liefst 24 botten. Of dat een wereldrecord was stond er niet bij.

Rompelberg was in oktober 1980 hoofdpersoon in de rubriek Wieler ABC in het blad Wielersport, geschreven door Ad Vingerhoets. Naar eigen zeggen was hij toen al de oudste nog actieve profrenner ter wereld, want al 36 jaar was hij in het bezit van een licentie. Ik citeer:
‘Fred werd op 30 oktober 1945 in Maastricht geboren. In 1965 debuut als nieuweling, het jaar daarop de eerste zege. Was ruim 4 jaar amateur, reed betrekkelijk weinig, en als hij al reed met weinig succes, koersen omdat zijn maatschappelijk bestaan voorrang had. Won in 1970 in Geleen een stayerskoers voor Cees Stam. Beroepsrenner sinds 27 juli 1971. Zeer afwisselend, soms jaar lang geen uitslagen, wel steeds licentie. Was, met MVV-voetballer Jo Bonfrére, ooit sponsor van een profploeg. Reed zelf voor Raleigh, Frisol en Miniflat. Tot eind 1979 zeven overwinningen op de weg. Wedstrijden in het Zwitserse Pulheim en Embrach, het criterium van Elsloo, een omnium in Geleen en dernykoersen in Heer en Valkenburg. Heeft faam opgebouwd als stayer: was op dit onderdeel Nederlands kampioen en deelnemer aan het wereldkampioenschap. In 1976 twee records: in 1 uur 79,613 kilometer en 100 kilometer in 1.15.24 uur. Nam ook deel, opgave, aan Bordeaux-Parijs. Dit jaar (1980) iets meer op de weg aan de slag. Hij rijdt voor Mini Flat-Vermeer-Thijs-Galli.’ Tot zover Ad Vingerhoets en ik kan er in dezelfde telegramstijl aan toevoegen: Houdt zich tegenwoordig samen met zijn vrouw Tiny intensief bezig met het organiseren van fietssportvakanties waarbij kwaliteit, service, persoonlijke betrokkenheid en verzorging hoog in het vaandel staan. Is, volgens zijn eigen website, nog steeds wereldrecordhouder achter de zware motoren (86,449 km in een uur), op de 100 kilometer aan de rol in 1.10,363 en houder van het wereldsnelheidsrecord fietsen (268,831 km/h).

Eddy Merckx werd op 16 oktober 1966 vierde in de Grote Prijs van Lugano en in 1971 vijfde in Calvisano. Op 17 oktober 1967 won hij de sluitingsprijs van Putte-Kapellen en in 1971 een criterium in Cordeons.

Tot volgende week!”

Jan Houterman


Door Fred van Slogteren, 16 oktober 2006 8:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web