Uit de ordners van Jan

“Op zondag 2 oktober 1977 streden in Cannes 18 professionals om de zege in de Grand Prix des Nations. Bernard Hinault (Foto: © Cor Vos) gaf op deze oktoberzondag de gevestigde wielerelite behoorlijk fietsles. Zoals zo vaak werd Joop Zoetemelk tweede, maar hij moest maar liefst 3 minuut 15 toegeven op de Breton. De Deen Jörgen Marcussen werd derde, Jean-Luc Vandenbroucke vierde, Fedor den Hertog vijfde, Gregor Braun zesde en Gerrie Knetemann (in die tijd toch een van de beste tijdrijders) zevende op 7 minuut 42. In de jaren hierna zou natuurlijk blijken dat deze zege van Hinault geen toeval was want hij zou de wielerwereld nog vaak versteld doen staan.

En dan de arme Raymond Poulidor, bezig met zijn afscheidstournee. Hij werd slechts zestiende. De Franse publiekslieveling werd in Cannes uitgeluid met ...

... een achterstand van 12 minuut 47. Poupou had een beter afscheid verdiend. Later dat jaar, op 26 december, hing hij zijn fiets definitief aan de wilgen. Hij boekte in zijn loopbaan, die zich over achttien jaar uitstrekte, in totaal 190 overwinningen.
Op diezelfde tweede oktober won Walter Godefroot de Grote Prijs van Knokke door Marc Demeyer in de sprint te verslaan. Jan van Katwijk werd vierde. Gerben Karstens won in Deinze een criterium over 136 kilometer voor Gery Verlinden en Fons en Piet van Katwijk. Al met al een prima weekend voor de Van Katwijkjes uit het Brabantse Oploo.

In 1978 won Jan van Katwijk het criterium van Deinze. Levien Klaassen werd derde en Richard Buckaki vierde.
Wereldkampioen Gerrie Knetemann
(Foto: © Cor Vos) voldeed op 2 oktober in Vlijmen aan zijn financiële verplichtingen ten opzichte van de Nederlandse ploeg die hem steunde tijdens zijn succesvolle race op de Duitse Nurburgring. Tijdens een door de KNWU aangeboden receptie bedacht Knetemann zijn elf ploegmakkers met flinke bedragen. In totaal werd er in Vlijmen 65.000 gulden verdeeld, wat Knetemann met verve deed. De Amsterdammer bevestigde nog eens dat het collectief van de Nederlandse ploeg dit resultaat mogelijk had gemaakt. De ploeg bestond naast Knetemann uit Jan Raas, Joop Zoetemelk, Henk Lubberding, Johan van der Velde, Leo van Vliet, Hans Langerijs, Bert Scheuneman, Martin Havik, Cees Priem, Aad van den Hoek en Piet van Katwijk.

Groot nieuws in De Telegraaf van 2 oktober 1979. ‘Zoetemelk twee jaar bij Raleigh’ en de lezer leest dat Joop in Parijs een contract voor twee jaar zou gaan tekenen. Aanvankelijk werd tussen Post en Zoetemelk gesproken over een éénjarige verbintenis, maar op zondagavond nadat hij de Grote Herfstprijs had gewonnen deelde Joop de Amstelveense ploegleider mee, dat hij toch liever een tweejarige contract wilde aangaan. De veranderde houding van Zoetemelk leidde er toe, dat er nieuw overleg met de Engelse sponsor noodzakelijk was om de nodige financiën vrij te maken. Bovendien moesten nog enkele technische bijzonderheden van het contract in Frankrijk geregeld worden. En in een Belgische krant deed Joop nog een voorspellende uitspraak. ‘Nu wil ik volgend jaar de Tour winnen, met Post……’
Op 2 oktober reed Walter Godefroot in Templeuve zijn allerlaatste wedstrijd. Geheel in stijl ging hij na 174 kilometer als eerste over de meet. In totaal won de Belgische sprinter 286 koersen, 131 bij de amateurs en 155 bij de professionals. Begin november vond het definitieve afscheid plaats op de wielerbaan van Antwerpen.

Zaterdag 2 oktober 1982 meldde De Telegraaf dat Jos Lammertink een tweejarig contract had getekend bij de Italiaanse topploeg Sammontana-Benotto. In dit team was Moreno Argentin, algemeen gezien als de talentrijkste jonge Italiaan van dat moment, de kopman. De ploeg, waarvoor ook Giacomini (de amateurwereldkampioen van Valkenburg) reed, werd geleid door Waldemaro Bartolozzi. Deze ervaren ploegleider begeleidde Roger De Vlaeminck in zijn succesvolle Italiaanse jaren. Behalve Lammertink kwam ook de Westduitser Gregor Braun naar de ploeg. Braun kwam vrij door de opheffing van de Capri Sonne formatie. Lammertink rondde het seizoen 1982 af met negen overwinningen, waaronder de proloog van de Ronde van Zweden en een wedstrijd in België. Hiermee was hij na Knetemann (16) en Raas (15) de Nederlandse renner met de meeste overwinningen in 1982.
In het weekend van 2 en 3 oktober 1982 eindigde de Ster der Beloften, een meerdaagse wedstrijd voor profs en amateurs, in Pau. Met zo’n koersnaam sta je even gek te kijken als je leest dat de 35-jarige Joop Zoetemelk op vijf seconden tweede werd in het eindklassement van de Ster der Beloften. En wat te zeggen van Laurent Fignon op plaats drie. De winnaar was de Belg Jean-Luc Vandenbroucke. Jo Maas werd negende.

Dan naar 1984. Het ging langzaamaan wat minder met het Nederlandse wielrennen. Zo slecht in elk geval dat geen enkele Nederlandse renner het predikaat AAS mocht dragen. Er werd namelijk niet één Nederlander uitgenodigd voor het klassieke Criterium der Azen, waarvan de 59e editie op 14 oktober in de Parijse voorstad Montreuil plaats zou hebben. Wie waren wel uitgenodigd? Wereldkampioen Claude Criquielion, Tour-winnaar Laurent Fignon, werelduurrecordhouder Francesco Moser, Landenprijswinnaar Bernard Hinault, Parijs-Roubaix triomfator Sean Kelly en verder Stephen Roche, Kim Andersen, Urs Freuler, Vittorio Algeri, Gilbert Duclos Lasalle, Charly Mottet, Jean-Luc Vandenbroucke, Ferdi Vandenhaute, Pascal Jules en Bernard Bourreau.
Een heel klein berichtje in de Gelderlander met groot nieuws: Herman Snoeijink had, een week voor de start van het seizoen 1984-1985, besloten te stoppen met veldrijden. De succesvolle amateur uit Denekamp had die beslissing genomen wegens rugklachten. De 33-jarige onderwijzer, die vele keren Nederlands kampioen was in deze zware specialiteit, bleef nog wel actief op de weg.

Joop Zoetemelk beëindigde 1986, zijn voorlaatste seizoen, in mineur. In het Ierse Limerick raakte hij betrokken bij een massale valpartij aan het eind van de tweede etappe van de Ronde van Ierland. Hij werd met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Zoetemelk kreeg meerdere hechtingen in zijn rechterzij, kneusde verschillende ribben en had een van zijn ellebogen open liggen. Naast Joop lagen onder andere ook Steven Rooks, Jean Paul van Poppel, Gerard Veldscholten en Frank Kersten op de grond. Steve Bauer won de etappe voor Jacques Hanegraaf. Bauer nam ook de leiderstrui over van Eric Vanderaerden.

Tot slot maken we een sprongetje naar 1987. Voor veel wielerliefhebbers was het in die tijd een vraag hoe het mogelijk was dat twee renners tot de beste profs van de wereld behoorden, terwijl hun vaderland Ierland op een te verwaarlozen wielertraditie kon bogen. Amper drie miljoen inwoners telde het land met twee unieke wielertalenten in hun midden: Stephen Roche en Sean Kelly. Stephen Roche evenaarde dat seizoen in twaalf weken tijd de legendarische Eddy Merckx, door op rij de Giro, de Tour en de wereldtitel te winnen. Enkele weken later ontving hij de Super Prestige Trofee als beste renner van het seizoen. Kelly werd tweede in dit regelmatigheidklassement.

Hoe kan deze Ierse overmacht van toen worden verklaard? Bepaald niet door een gerichte opleiding van de Ierse bond. De wielerunie was zielsgelukkig met elke licentie die ze kon uitschrijven. Door de prachtige wegen dan? Niet bepaald, want Ierland kent alleen bochtige wegen van slechte kwaliteit vol kuilen en gaten. Of is een prachtig fietsklimaat de reden? Nou nee, want het regent er veel en er staat vrijwel altijd een harde wind. Dus, we zullen het nooit weten en houden het maar op toeval.
Roche werd aan het eind van het seizoen in Dublin gehuldigd voor zijn prestaties. Duizenden mensen waren uitgelopen om hun stadgenoot, met zijn vrouw Lydia, toe te juichen. De sympathieke Ier met de babyface werd ook nog benoemd tot ereburger van de Ierse hoofdstad.

In uitgave nummer 34 van het blad Wielersport, verschenen op 2 oktober 1980, selecteerde ik in de rubriek Wieler ABC van Ad Vingerhoets Wim de Ruiter als mijn hoofdpersoon van de week. De Ruiter werd op 15 juni 1951 in Hattem geboren en woonde anno 1980 in het Zeeuwse Kwadendamme. In de lagere categorieën behaalde hij geen resultaten van belang. Hij was een jaar aspirant, twee jaar nieuweling en ruim vijf jaar amateur. Hij behaalde in die periode twee overwinningen (waaronder in 1975 het tweede deel van de derde etappe van de Ronde van Noord-Holland) en nog wat ereplaatsen. Wim de Ruiter werd beroepsrenner op 1 mei 1976 en hij reed voor achtereenvolgens voor De Onderneming, Jet Star Jeans en HB Alarmsystemen.
Hij werd prof omdat hij hoorde van de voorstelling in Gouda van een nieuwe profploeg (De Onderneming) en hij reed met de fiets direct van Hattem naar de Zuid-Hollandse kaasstad met als beloning een contract. Tot eind 1979 behaalde hij volgens Vingerhoets slechts één wegzege.
Even ter correctie: in mijn eigen archief vond ik tot eind 1979 drie overwinningen van Wim de Ruiter. Op 1 augustus 1978 won hij een omnium in Epe, op 13 juli 1979 een criterium in Waddinxveen en op 3 augustus 1979 de 9e Nacht van Zwolle. Fred van Slogteren bevestigt in zijn dagelijkse rubriek Burgerlijke Stand van 15 juni jl. dat De Ruiter inderdaad drie overwinningen heeft behaald en niet één. Misschien kan Wim zelf eens reageren en schrijven hoe de vork aan de steel zit. Wij houden ons aanbevolen!

Hoe verging het Eddy Merckx op 2 oktober? Hij heeft op de datum zelf nooit gewonnen. Wel op 1 oktober. In 1961 beleefde hij op die dag een primeur. Nadat hij als nieuweling op 16 juli van dat jaar zijn allereerste wedstrijd reed in Laken-Brussel, won hij op 1 oktober 1961 als 16 jarige in Klein-Edingen zijn allereerste koers in een reeks van 525 die pas op 17 september 1977 zou eindigen. Op 2 oktober 1969 werd hij met Davide Boifava derde in de Trofeo Baracchi.

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 2 oktober 2006 8:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web