Hoe zat het ook al weer met het WK van Raas?

Voor een goed begrip van de lezer is het belangrijk te weten dat vlak voor het WK van 1979 in Valkenburg, de belangrijkste Nederlandse renners tot een boycot hadden besloten van Mart Smeets en Martijn Lindenberg van NOS Studio Sport. Raas c.s. verweten Smeets een grote mate van onkunde en een manier van interviewen die op een derdegraads kruisverhoor leek en Peter Post leefde privé in onmin met Lindenberg. Deze oorlogjes vormden in het WK van 1979 een wedstrijd in de wedstrijd, die Raas bijna het wereldkampioenschap kostte, terwijl de kijkers thuis vergeefs hebben gewacht op een tv-interview met de nieuwe wereldkampioen.
WK 1979, EEN THRILLER
Zondag 26 augustus 1979 was misschien wel de mooiste dag in de glanzende carrière van Jan Raas. Het was de dag dat hij in eigen land wereldkampioen werd. Het was guur en koud en de herfst leek wel vervroegd ingetreden. Hoewel het volgens de kalender nog zomer was, kwam de temperatuur ternauwernood boven de vijftien graden. Het was zwaarbewolkt toen de renners om half tien 's ochtends werden weggeschoten, maar het heeft die dag alles bij elkaar maar een halfuurtje geregend. Dat was in het begin van de koers en de dreiging van nog meer schepen met zure appelen was lang aanwezig. Pas in de finale kwam er een bleek zonnetje door, een subtiel gebaar van de weergoden om de enerverende finale voor het oog van de wereld in het volle licht te zetten. De wind kwam uit het westen en was zwak tot matig.
De Nederlandse selectie van bondscoach Piet Libregts was die ochtend aan het ontbijt gespannen, waarschijnlijk het meest omdat ... 
... kopman Raas op van de zenuwen was. Dat liet hij duidelijk blijken. De koers had hij die nacht al meerdere keren gereden. Hij kende het parcours van voor naar achter en van achter naar voor, want het waren dezelfde wegen waarover ook de finale van zijn Amstel Gold Race voerde. Zeventien ronden van zestien kilometer lengte met de Bemelerberg na tien kilometer en de Cauberg na dertien als scherprechters. Raas was de enige kopman. Weliswaar waren uittredend wereldkampioen Knetemann, alsook Kuiper en Zoetemelk beschermde renners, maar de wijze waarop die de laatste drie ronden reden, toonde aan dat ze voor Raas werkten en niet voor eigen kans gingen. Dertien man telde de Nederlandse ploeg, eentje meer dan de andere grote wielerlanden, een voordeeltje omdat de regerend wereldkampioen een Nederlander was. Met negen man leverde Raleigh het leeuwendeel van de ploeg. Verder waren er Zoetemelk en Frits Pirard van het Franse Miko-Mercier, Kuiper van Peugeot en Jo Maas van DAF. Naast Raas en Knetemann was Raleigh vertegenwoordigd door Henk Lubberding, Leo van Vliet, Bert Oosterbosch, Piet van Katwijk, Johan van der Velde, Aad van den Hoek en Cees Priem. En natuurlijk ook door Peter Post, die de ploegleiderswagen bestuurde, waarin de bondscoach was gezeten. Iedereen wist wat hem te doen stond en de ploeg was goed voorbereid op het klaren van een zware klus, met Jan Raas als beoogd wereldkampioen.
Elders op het parcours bereidde nog een team zich voor op een zware klus: de NOS-équipe verzorgde de Eurovisie-uitzending, die de aangesloten Europese landen geheel of gedeeltelijk konden overnemen en uitzenden. De wedstrijd werd van start tot finish opgenomen en in Nederland ook in zijn geheel op de buis gebracht, een uitzending die in totaal bijna acht uur zou duren. De enige onderbrekingen waren de perioden waarin de helikopter moest tanken en de verbinding tijdelijk verbroken moest worden. Een klus van deze omvang was nooit eerder door de mannen van de NOS geklaard, maar onder leiding van Martijn Lindenberg was het team vastbesloten er een groot succes van te maken, mede omdat het in technisch opzicht over de modernste apparatuur beschikte. 
Voor de Nederlandse kijkers deed op de perstribune Jean Nelissen van achter een monitor verslag van het verloop van de koers. Naast hem zat Jeu Jöris uit Geleen, zijn hulpje voor die dag. Deze voormalige profrenner had de taak Nelissen tijdens de uitzending te fourageren en informatie die in het belang van de reportage was op te halen of weg te brengen. Tijdens de koers zou het commentaar van ‘De Neel’ regelmatig worden afgewisseld met dat van Mart Smeets, die achterop de motor bovenop de hitte van de strijd zou zitten. In de regiewagen had Lindenberg vol zicht op de beelden van de vaste camera's op het parcours en de twee rijdende in de wedstrijd. Bijgestaan door zijn crew bepaalde hij wat de kijkers in Europa te zien kregen. In de regiewagen zat ook ampexredacteur Hans van Houdt. Het was zijn taak het nieuwe slow motion-apparaat te bedienen, een fantastische uitvinding waarmee in een live-uitzending direct eerder uitgezonden beelden vertraagd konden worden herhaald. 
Naar het antwoord op de vraag wie er plezier beleeft aan het geheel uitzenden van een WK-race kan men slechts gissen. Hooguit een enkele verstokte wielerliefhebber die niets beters te doen heeft, want enerverend is die lange aanloop naar de finale zelden of nooit. Er gebeurt namelijk niets, behalve dat er vaak een nutteloze uitlooppoging is van een of meer onbekende renners die ter wille van de sponsor urenlang in het zicht van de camera hun ding doen. Voor de mensen die dit beroepshalve moeten volgen is het supersaai, Commentatoren vervallen dan ook meestal in gebabbel en prietpraat, om de tijd te vullen. Gelukkig had Jean Nelissen altijd veel weetjes en anekdotes paraat, maar voor Lindenberg en zijn mensen was het (gaap-gaap-gaap) kijken naar het groeien van gras. Tot het een van de medewerkers opviel dat tijdens de zoveelste beklimming van de Bemelerberg Bernard Hinault de benen stilhield en zich aan de broek van Maurice Le Guilloux omhoog liet hijsen. Mag dat? Het mocht natuurlijk niet, wist iemand, maar het werd altijd oogluikend toegestaan door de jury. Ze deden het allemaal. Ter bevestiging zagen ze Giuseppe Saronni aan een broek hangen en ook Roger De Vlaeminck, de Belgische kopman klom niet op eigen kracht. Die hing aan de broek van Carmelo Barone. Hoe kon dat nou? Een Italiaan die een Belg naar boven sjouwt? Het kon - hier waren ze officieel tegenstanders, maar in de rest van het jaar ploeggenoten. Ook Jan Raas liet zich door zijn knechten omhoogtrekken. De Zeeuw had er zelfs een systeem van gemaakt: hij klauwde met zijn handen links en rechts van de ene broek naar de andere. Van die van Van Vliet, naar die van Oosterbosch, terwijl hij zich ook nog afzette op de schouders van Van den Hoek en Van Katwijk. Dit alles om maar zo weinig mogelijk energie te verspillen voor de finale zou aanbreken. Lindenberg en zijn mensen zaten er geboeid naar te kijken en het werd direct uitgezonden. Eindelijk eens iets anders dan die grote kleurige zwerm met gezapig voortpeddelende renners. De beelden van Raas werden door het slow motion-apparaat nog een aantal keren herhaald. Alleen van Raas, maar dat kwam, volgens Van Houdt, omdat de Nederlandse kopman het veel professioneler aanpakte dan de andere coryfeeën. Er zal bij Lindenberg wel iets van wraakgevoelens meegespeeld hebben, maar het uitzenden ervan was journalistiek gezien te verdedigen. 
Jean Nelissen legde de kijkers uit dat het aan de broek hangen heel normaal was in een profpeloton. Hij gaf zelfs een voorbeeld uit de Tour de France van 1977, toen Bert Pronk, met links en rechts zijn kopmannen Kuiper en Thurau aan de broek, de Galibier op zeulde met de wagen van de jury daar net achter. Ze hadden vanuit die auto niet ingegrepen. De meeste buitenlandse commentatoren spraken echter schande van wat ze keer op keer zagen. De beelden, waarop ze hun eigen favorieten min of meer hetzelfde zagen doen,waren ze allang vergeten. Nelissen merkte intussen dat er mensen over zijn schouder meekeken. Het waren leden van de jury die in slow motion de acties van Raas zagen en direct in druk overleg gingen. Als Raas dat nog één keer zou doen, dan zou hij onherroepelijk uit de koers worden gezet, begreep de Limburgse kasteelheer en hij kreeg het Spaans benauwd toen hij zich de gevolgen realiseerde. Hij krabbelde op een briefje de tekst: “Peter, laat Raas weten dat hij direct stopt met aan de broek hangen, want het is steeds in beeld en ze willen hem uit de koers halen. Jean.” Hij gaf het briefje aan Jöris en siste zijn hulpje toe dat hij op de een of andere manier moest zorgen dat Post dat in handen kreeg. Jöris rende naar de eindstreep, wipte over het dranghek, sprong nadat het peloton was gepasseerd op de rijweg voor de auto van Post en Libregts en dwong die tot stoppen. De boodschap kwam over. Post wurmde de wagen nog voor de volgende beklimming naast de renners en schreeuwde Raas toe dat hij verder op eigen kracht moest klimmen, wilde hij althans de wedstrijd kunnen vervolgen. Op datzelfde moment meldde speaker Chris Delbressine dat Gerrie Knetemann op kop van het peloton lag. Over het hele parcours ging luid gejuich op uit de kelen van tienduizenden toeschouwers. Hoe zouden die hebben gereagereerd als de speaker had omgeroepen dat Raas, de grote favoriet van alle Nederlanders, uit de koers was genomen? Het zou wellicht tot een volksopstand hebben geleid met alle gevolgen van dien. Terwijl de ene medewerker van de NOS, al dan niet expres, bezig was het karretje van Raas in de poep te rijden, zorgde een andere medewerker ervoor dat dat feest niet doorging.
De wedstrijd voltrok zich zoals vele kampioenschappen daarvoor en daarna. In de tweede ronde ontsnapte de Engelsman Dudley Hayton en zijn vlucht hield stand tot in de negende omloop, met achter hem steeds wisselende groepjes die telkens weer werden ingelopen. Het ging in een gezapig tempo en renners met pech konden snel weer aansluiten. Hayton werd het eerst achterhaald door de Fransman Gilbert Duclos Lasalle, die direct doorzette. Even later kreeg hij gezelschap van de Italiaan Barone en onze landgenoot Jo Maas, die volgens afspraak met de ploeg in de eerste 200 kilometer zijn gezicht aan Limburg mocht laten zien, omdat de Maastrichtenaar sinds zijn zevende plaats in de Tour de France een volksheld was geworden. Aan het eind van de veertiende ronde werden de drie vooraan teruggepakt, maar op het moment van aansluiting demarreerde Duclos Lasalle wederom en daarmee gaf hij het startsein voor de finale. 
Nadat hij een redelijk gat had geslagen gingen twaalf man achter hem aan. Het was menens, want daarbij zaten toppers als Hinault, Moser, Saronni en Pollentier en die laat je niet lopen. Ze werden teruggepakt en ook Duclos moest capituleren. Door de diverse tempoversnellingen, waarbij vooral de Belg Verlinden, de Fransman Vallet en Hennie Kuiper actief waren, moesten veel renners lossen. Er ontstond een kopgroep van 23 man met daarbij alle favorieten. Namens Nederland zaten Raas, Knetemann, Zoetemelk, Kuiper en Lubberding voorin en de voorsprong op het sterk geslonken peloton werd snel groter. Net voordat de groep aan de zestiende beklimming van de Bemelerberg zou beginnen, forceerde Didi Thurau de beslissende ontsnapping. Zeven man konden hem volgen en toen de rookwolken waren opgetrokken, reden Thurau, Battaglin, Knudsen, Willems, Bernaudeau, Chalmel, Raas en Lubberding aan de leiding. De voorsprong werd snel groter, omdat de overige favorieten, zoals Hinault, Moser, Saronni en De Vlaeminck opgesloten zaten in het ploegbelang. Ze hadden allemaal een mannetje voorop en het tempo viel stil. De nieuwe wereldkampioen zou een Duitser, een Italiaan, een Noor, een Belg, een Fransman of een Nederlander zijn. 
wordt morgen vervolgd

Door Fred van Slogteren, 22 september 2012 14:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web