Uit de beeldentuin van Jac …

“Bij leven en welzijn zou Jean-Pierre ‘Jempi’ Monseré vandaag zijn vierenzestigste verjaardag hebben gevierd. Het heeft niet zo mogen zijn, want op 15 maart 1971, toen tijdens de jaarmarkt in Retie de wedstrijd ‘Van stad tot stad’ werd gehouden, botste de regerende wereldkampioen frontaal op een tegemoetkomende auto en overleefde de klap niet. Het is de zwartste bladzijde in de geschiedenis van wielerclub De Zonnestraal uit Retie, die de wedstrijd organiseerde. In het wielermuseum van Roeselaere - Monseré’s woonplaats - is nog het … 
… stuur te zien dat hij in een wanhopige reflex om de botsing te vermijden uit het kader heeft gerukt. Links van de weg van Gierle naar Lille, langs de N140, staat dit monument voor een jonge renner die destijds als een grote belofte werd gezien. Hij won in 1969 de Ronde van Lombardije, overigens na diskwalificatie van Gerben Karstens wegens dopinggebruik. Op 16 augustus 1970 werd hij wereldkampioen bij de profs in het Engelse Leicester. Eddy Merckx, de kopman van de Belgen, stuurde Monseré naar voren om een kopgroep met Gimondi en Vasseur terug te halen. Het pakte anders uit want de kopgroep, met het jonge talent, werd niet meer achterhaald. Tijdens de persconferentie na afloop vertelde de nieuwe wereldkampioen dat Gimondi hem geld had geboden om de regenboogtrui te kunnen behalen, maar was daar niet op ingegaan. In plaats daarvan demarreerde hij een kilometer voor de streep en kwam solo aan. Desgevraagd bestreed Gimondi de bewering van Monseré, maar kwam daar na diens dood op terug omdat hij de nagedachtenis van de overledene niet wilde bezoedelen. 
Jempi gold als een positieve en optimistische verschijning met de trekjes van een playboy. Hij was zo ontwapenend dat je hem ook zijn kleine streken en fratsen vergaf en moeilijk boos op hem kon worden. Walter Godefroot heeft eens verteld dat er voor het WK in Leicester geen financiële afspraken waren gemaakt en dat Jempi voor de grap had gezegd dat hij iedereen op een pint zou trakteren mocht hij wereldkampioen worden. Hij hield woord, want na afloop zei hij met een uitgestreken gezicht: ‘ik ga jullie allen een pint betalen, kwestie van de overeenkomst naleven’. 
Volgens Johan De Muynck wekte Monseré naar buiten toe graag de indruk vooral van het leven te genieten, maar kon hij in werkelijkheid buitengewoon hard trainen. Daarom ging hij al heel vroeg ‘s ochtends de weg op en als hij dan later op de dag andere coureurs tegenkwam maakte hij ze wijs dat hij er genoeg van had en de training die dag zou verwaarlozen. Dat hij veel serieuzer was dan hij wilde doen geloven, bleek wel uit het feit dat zijn familie zei ‘de bloemekes hebben veel drank van hem gekregen’, terwijl hij graag mocht roepen: ‘Allez hè, schenk de glaaskes nog maar eens vol’. 
Nadat hij wereldkampioen was geworden liet hij zich eens tegen zijn verzorger ontvallen dat de regenboogtrui ook zo zijn nadelen had. ‘Wat heb ik nu toch gedaan? Die wereldtitel is de grootste stommiteit die ik in mijn hele leven heb uitgehaald. Al die jaloezie op mijn nek. Wat heb ik die regenboogtrui al verwenst’. 
Jempi werd al op 20-jarige leeftijd beroepsrenner, tegen de zin van zijn ouders. Daarom trouwde hij al op jeugdige leeftijd met zijn vriendin Anne, want als getrouwd man moest er immers brood op de plank komen. Samen met zijn vriend Roger De Vlaeminck smeedde hij plannen hoe ze de macht van Merckx konden breken en na Alfredo Binda, die dat in 1931 presteerde, wilde hij als tweede renner in de geschiedenis Milaan-Sanremo in de regenboogtrui winnen. Hij was er al klaar voor, reden waarom hij tegen zijn zin in Retie van start ging als laatste voorbereiding op de Primavera. 
Vijf jaar na zijn fatale ongeluk werd de familie andermaal getroffen door een drama. Zijn zoontje werd rijdend op een koersfietsje aangereden door een auto en overleed ter plekke. Dat fietsje had hij cadeau gekregen Van Nonkel Freddy. Freddy Maertens was een volle neef van Monseré en was op dat moment in de Tour de France bezig de groene trui te winnen en acht etappezeges te behalen. Daarom hield men het nieuws bewust voor hem verborgen tot hij er na de ceremonie protocollaire op de Champs Elysées mee werd geconfronteerd. ‘Ik verkeerde na zoveel succes in een euforische stemming, maar dat bericht velde me als een mokerslag. Nooit in mijn leven heb ik de relativiteit van roem en succes meer beseft dan die dag in 1976 in een Parijse hotelkamer’.
Tot over veertien dagen!”
Jac Zwart

Door Fred van Slogteren, 8 september 2012 8:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web