Het was me het weekje wel!

Een van de grootste nadelen van het ouder worden is het feit dat er steeds weer
mensen overlijden die in je leven belangrijk zijn geweest. In de eerste plaats natuurlijk in je privé bestaan, maar ook in andere opzichten. Artiesten, tv-persoonlijkheden, politici en andere publieke figuren maakten hun carrière in een tijd dat jij dat ook deed. Ook als je ze niet persoonlijk kende, dan wel bewonderde of verafschuwde, schiep dat een soort verwantschap. Gisteren werd bekend dat Dik Bruynesteyn is overleden. Een geniale cartoonist die in de jaren zeventig en tachtig op het toppunt van zijn roem stond. Hij wist in zijn karikaturen precies datgene te benadrukken dat veel sportmensen uniek maakt. Behalve tekenen kon hij ook heel goed kijken, als het ware in de ziel van zijn modellen. Dat lukte niet altijd, maar heel vaak wel. Uit zijn boekje Van Abe tot Zoetemelk uit 1973 kies ik heel bewust de karikatuur van Jan Janssen. Niet alleen omdat die goed lijkt, maar ook het unieke van het karakter van de eerste Nederlandse Tourwinnaar zo goed uitdrukt. Beter dan de beste foto. Onverzettelijk, bereid om ... 
... tot het einde van zijn mogelijkheden te gaan en er altijd in gelovend. Dat was Jan Janssen ten voeten uit en dat is allemaal in die paar lijnen van Dik te zien.
In zijn beroemde strip van Appie Happie nam hij en passant op satirische wijze de hele sportwereld op de korrel en ik en vele, vele andere lezers van Het Parool hebben er dagelijks van genoten. Ook de tekeningen die hij op zondagavond voor Studio Sport maakte en het verhaaltje dat hij er bij vertelde, vond ik altijd zeer de moeite waard. Daar stond een blij mens, had ik de indruk, maar toen ik hem in zijn nadagen enkele malen ontmoette, kwam hij op mij over als een wat norse, cynische man die zich nauwelijks bewust leek van het succes dat hij in zijn leven had gerealiseerd. Misschien kwam dat wel door het besef dat het allemaal voorbij was en de jeugd van een ander soort humor hield en zijn milde spot iets van een voorbije tijd was geworden. 
Uit zijn oeuvre blijkt dat hij een man was die als toeschouwer van gezelligheid hield, maar het vermogen miste er zelf deel van uit te maken. Daarom heeft hij zijn alter-ego Appie Happie geschapen. Die was immers in alles de beste en steeds weer het middelpunt van sportief geluk. Als je zijn tekeningen goed bekijkt, dan zie je in de periferie vaak een klein kalend mannetje staan. Beetje Paulus de boskabouter met een potloodje en een schetsbloc. Dat was Dik zelf, de Frans Hals van de twintigste eeuw.

Door Fred van Slogteren, 29 april 2012 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web