Er zijn ook goede bobo’s!

“Sommige bestuurders en juryleden van de KNWU hebben bij de renners een
slechte naam. Soms terecht, maar meestal ten onrechte. Het zijn mensen die op basis van vrijwilligheid de georganiseerde wielersport mogelijk maken. Dat er in mijn tijd wel eens vreemde dingen gebeurden, schrijf ik dan ook niet toe aan gemene opzet, maar meer aan onkunde, onzekerheid op beslissende momenten en goed bedoelde vriendjespolitiek. In de jaren zestig had de KNWU een medische commissie om het gebruik van bepaalde middelen tegen te gaan. Het was een driemanschap bestaande uit de chirurgen Van Dijk, tevens voorzitter van de KNWU, en Strikwerda en de derde was de huisarts Rolink, die in die tijd heel veel topsporters medisch begeleidde. Hun bemoeienis met de wielrenners riep wel eens vragen op. 
Pilletje
In het boek Ongekend over het leven van Rini Wagtmans (foto), een generatiegenoot van me, staat een citaat van de hoofdpersoon over het ... 
... door Evert Dolman gewonnen wereldkampioenschap op de weg in 1966, verreden op het autocircuit van de Nürburgring. ‘Ik kreeg van dokter Van Dijk een pilletje met 15 milligram amfetamine dat ik kon innemen als ik in de aanval ging. Toen ik achter de vluchters Leslie West en Eef Dolman aan sprong en na een ronde van 23 kilometer bij ze aanklampte, nam ik net voor de 3 kilometer lange klim dat pilletje in.’ Halverwege dat klimmetje blokkeerde Rini volledig, werd gelost en stapte even later gedesillusioneerd af. Na het eten van drie boterhammen voelde hij zich meteen weer topfit. ‘Als ik dat pilletje niet had genomen, had ik op het podium gestaan’, was zijn conclusie. 
Placebo
Het dopinggebruik uit die tijd berustte voor een groot deel op suggestie. Als je er in geloofde kon je het gevoel hebben te vliegen, maar als je twijfels had kon je helemaal blokkeren, zoals in het geval van Rini. Toevallig weet ik dat de pilletjes die toen werden uitgedeeld coconnetjes waren gevuld met glucose. Ze waren door Strikwerda zelf gefabriceerd met geen andere reden dan dopinggebruik TEGEN te gaan. Dat heeft hij mij althans na afloop lachend toevertrouwd. Ik geloofde de man onmiddellijk, want wie wijlen Rein Strikwerda persoonlijk heeft gekend weet hoe gekant hij tegen doping was. Hoewel de methode met de kennis van vandaag dus vragen oproept, was zijn handelwijze gerechtvaardigd omdat de meeste renners van toen zich blind staarden op prestaties van renners die geprepareerd waren. De pleidooien van Strikwerda waren aan dovemansoren besteed en dat vraagt dan om een andere aanpak. Een goede bobo, in mijn ogen.
Seintje
Wout Hoolboom, de oud-voorzitter van mijn vereniging HSV De Kampioen en destijds Consul van de KNWU in Noord-Holland, was ook een echte bobo maar ik mocht hem wel. Hij had schijt aan de KNWU-regels als het om het zogeheten bijschrijven ging. Alle renners wisten dat als je geen startkaart had en op de bonnefooi naar een koers in Noord-Holland ging, je naar hem moest gaan en niet naar de jury. Bij deze rondborstige bestuurder lukte het meestal wel en hij had ook nog eens een zwak voor Haarlemmers, getuige de keer in de ronde van Bovenkarspel waar hij mij aanbood vanaf de jurykar een seintje te zullen geven als een uitgeloofde premie de moeite waard was om er voor te sprinten. 
Hartstikke fout
Niet eerlijk natuurlijk, maar minder erg dan de handelwijze van een eveneens uit Haarlem afkomstig jurylid die mij eens  tijdens baanwedstrijden in het Olympisch Stadion voor aanvang van een wedstrijd over onbekende afstand, meedeelde dat het wel verstandig zou zijn om in de 19de ronde te demarreren. Ik deed het en prompt werd de bel voor de laatste ronde geluid en was de zege voor mij. De man is al lang dood, maar ik durf nog steeds zijn naam niet te noemen. Hij deed het uit sympathie, maar het was natuurlijk hartstikke fout. Vanwege een aantal andere zeer positieve ervaringen met deze man staat hij wel op mijn lijstje van goede bobo’s, hoewel veel renners van toen daar nu anders over zullen denken.
 
Zelf bobo
Ik heb een beetje begrip voor bobo’s gekregen omdat ik er enkele jaren geleden kortstondig zelf één was. Ik had aangeboden de organisatie op me te nemen van een trainingskamp aan de Côte d'Azur. Ruim twintig mannen en een drietal vrouwen hebben in de best denkbare omstandigheden een weekje kunnen trainen. Voor de meesten was het een onvergetelijke belevenis, waar ik nog vaak enthousiast op wordt aangesproken. Van één van hen – geen idee wie? – kreeg ik echter een anonieme brief met de tekst: ‘Jan, Wat val jij tegen als mens! Je bent echt een klootzak en ook nog een vreemdganger en zit te geilen op een vrouw die meefietst. Je bent een mislukkeling als mens en ook als wielrenner mislukt. Eerst een vriend! Bedankt! voor Frankrijk. Lul!!!                                                                                                                                    
Of dat laatste woord een extra toevoeging aan mijn adres was, of de ondertekening laat ik in het midden. Ik heb iedere deelnemer van dat trainingskamp deze tekst zonder commentaar toegestuurd en ontving van bijna iedereen een steunbetuiging. Iemand schreef dat je moet accepteren dat je het als bestuurder/organisator/jurylid nooit iedereen naar de zin kan maken en dat het in dit geval ook voor mij gold. Geen idee wat ik had misdaan, maar sindsdien heb ik wel enig begrip voor het fenomeen bobo.
Tot volgende week!”
Jan van der Horst 

Door Fred van Slogteren, 29 april 2012 12:00

bobo's

In het verlengde van de genoemde geneesheren kunnen we ook dr. Lon Schattenberg nog noemen. Ik weet nog van de eindjaren 70 begin jaren 80 dat hij zogenaamde 'vliegende controles' deed bij de criteria. Waarbij ik wel eens coureurs gauw naar de permanence zag gaan om hun rugnummer in te leveren en licentie op te halen en af te druipen. Dr. Schattenberg heeft daarna aardig carriere gemaakt en had uiteindelijk een topfunctie op dopinggebied bij de UCI, meen ik.

Bijschrijven ook zo'n mooi log bureaucratisch KNWU systeem. Kreeg je je kaart met het stempel "VOL" terug. Soms zelfs waagde je het om een dubbel contract aan te gaan (duur woord voor een gewone inschrijving). Gingen we echter net effe de grens over, dan deden ze daar niet moeilijk. Hier meette (mat) de consul het parcours na en bepaalde dan dat er 80,4 renners van start mochten. In België heb ik meegemaakt dat we als bijschrijvers in het stamineeke kwamen waar de meneer achter de tafel al door zijn doos met rugnummers heen was. En pakte een rol behang en een dikke vette viltstift. 'Nummer 101, 102 en 103'. Stond je aan de start van een 3-hoekig parcours (voor de Hagenezen; à la Capitol) van zo'n 800 meter. Toen wij van start gingen kwamen de eersten al zowat om de hoek. Maar het had wel wat.

Geplaatst door MarcoV, 29 april 2012 20:53:16

Ik ben enkele jaren lid geweest van wielercomite Langedijk en regelde daar de inschrijvingen. Slimme renners,met wat minder fietskwaliteit,schreven dan in samen met een bekende renner in 1 enveloppe zodat ze nooit "Vol" terugkregen. Het was altijd een probleem om het iedereen naar de zin te maken. Overigens was het op de dag van de wedstrijd wel weer zo dat er veel coureurs wegbleven, met de flauwste smoezen.

Geplaatst door Jan Quax, 30 april 2012 09:23:49

re: Jan Quax

Idd, Jan Quax. Dat ik daar toendertijd niet eerder aan gedacht heb. Allez, niet slim genoeg.
En inderdaad afschrijvers was voor de organisatoren ook nooit leuk. Van de andere kant konden wij (mindere goden) dan met onze kaart met "VOL" toch weer opstappen, vaak. Weliswaar met het gevaar dat je reis(je) misschien voor niks was.

Geplaatst door MarcoV, 30 april 2012 20:16:46

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web