De Burgerlijke Stand van 6 september

Bruno RISI (1968, Zwitserland)

De populariteit van de zesdaagse in Nederland had in de jaren zeventig en tachtig veel te maken met de lichting Zoetemelk, Raas en Knetemann en met René Pijnen, een van de grootste specialisten in dat spectaculaire onderdeel van de wielersport. Maar toen Pijnen plotseling moest stoppen en Zoetemelk cs. afscheid nam, verflauwde de aandacht voor het spektakel zienderogen en sloot Rotterdam in 1988 als laatste de deuren. In de jaren daarna raakte ik het zicht op het gebeuren een beetje kwijt tot ik in november 1997 een uitnodiging kreeg van Patrick Sercu om een avondje in Gent te komen kijken. Urs Freuler, Etienne De Wilde en Andreas Kappes kende ik nog van Rotterdam, maar voor de rest waren het onbekende namen.
Al bij de voorstellingsronden zag ik hem. Een diepzittende atletische renner met een big smile op zijn gezicht en uit de achterkant van zijn helm stak een krullend blond matje. Ik besloot niet op het middenterrein te blijven, maar op de tribune te gaan zitten om die renner eens goed te bekijken. Ik ben de hele avond blijven zitten en ik heb van hem genoten. Wat een macht, souplesse en snelheid was daar in één persoon verenigd. De zesdaagse is topsport, maar het is niet de bedoeling dat één koppel de rest in de vernieling rijdt. Ik ben er echter van overtuigd dat Risi - met de hulp van zijn vaste koppelgenoot (en zwager) Betschart - dat best zou kunnen. Puur op kwaliteit het hele spul op tien ronden rijden, maar dat gebeurt niet omdat het niet commercieel verantwoord is. Een dergelijk vertoon van macht zou de tribunes ontvolken en dat is niet de bedoeling. Als er gewonnen wordt is het met banddikte en dat accepteer je als wielerliefhebber alleen omdat je ziet hoe er afgezien wordt. Dat zie je aan die koppen, maar niet aan die van Risi. Die ziet er altijd hetzelfde uit. Alsof het geen moeite kost. Toen ik het eens over hem had met René Pijnen, zei die dat er in zijn tijd wel tien renners reden van het formaat van de Zwitser. Het zal wel, maar ik hoop dat we nog een aantal jaren van Bruno Risi kunnen genieten.
(Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Thomas DEKKER (1984, Nederland)

Tijdens het verslag van de laatste Eneco Tour zei Mart Smeets toen Thomas bij de proloog in Den Helder zich bij de start opstelde, dat de Noord-Hollander nu maar eens iets moest laten zien. De reactie van Maarten Ducrot verried de spanning die er vaak tussen die twee bestaat. Smeets die het allemaal met kijken heeft bereikt en Ducrot die uit ervaring weet wat een renner voelt die na een gigantisch succes aan zich zelf gaat twijfelen als er niet snel een bevestiging volgt, die hem weer een stapje verder helpt in zijn ontwikkeling. Ik denk dat Maarten het beter weet dan Mart, want Thomas Dekker is het talent dat in het prille voorjaar op een fantastische wijze de Tirreno Adriatico won. Naar de tegenwoordige maatstaven was zijn seizoen toen al geslaagd. Even later werd bekend dat hij dit jaar ook de Tour ging doen en dat verbaasde me. Dat is niet des Rabobanks om een jongen van 21 jaar in het diepe te gooien. Gelukkig is het niet doorgegaan omdat hij door een virusinfectie in een vormcrisis raakte. Geen reden voor paniek, want talent zal zich altijd manifesteren en voorzover ik kan nagaan beschikt de jongen, naast zijn specifieke wielertalenten en een verschroeiende eerzucht, over alle eigenschappen om het te maken. Hij is overtuigd van eigen kunnen, heeft geen angst voor de grote mannen in het peloton en heeft een branieachtige bravoure waarmee hij het initiatief durft te nemen. Tom Boonen is vier jaar ouder dan Thomas en die was in 2002 ook nog niet de coureur die hij nu is. Boonen reed dat jaar sterk in Parijs-Roubaix en verder was hij aan het leren. Lefevere is een vakman die hem die kans heeft gegeven, dwars tegen alle deskundige adviezen van de journalisten in, die hun Merckx-verhalen van vroeger weer uit de kast hadden gehaald. Boonen is soms nog mentaal kwetsbaar, zoals we in de laatste Tour de France hebben gezien. Daarom Mart Smeets, laat Thomas Dekker met rust. Over enkele jaren mag je over hem kraaien en jubelen en melden dat hij weer eens rechtdoor naar school en kantoor gaat. Laat hem. SENKJOE!!! (Foto: © Cor Vos)

De andere op 6 september geborenen zijn:

BARONCHELLI, Giambattista (1953, Italië)
CANO BAEZA, José Javier (1985, Spanje)
DANNEELS, Gustave (1913, overleden 13.04.1976, België)
HEEREN, Peter (1958, Nederland)
HÖRMANN, Ludwig (1918, overleden 2001, Duitsland)
HOUBRECHTS, Tony (1943, België)
KALKMAN, Chris (1887, overleden ???, Nederland)
KAMP, Harrie van de (1929, Nederland)
KARAMI, Miyoko (1974, Japan)
LEGRAND, Michel (1965, Nederland)
MAZZANTINI, Leonardo (1953, Italië)
NEUENS, François (1912, overleden 24.04.1985, Luxemburg)
PUTTEN, Mike van der (1986, Nederland)
TOTSCHNIG, Harald (1974, Oostenrijk)
VAN KERCKHOVE, Henri (1926, overleden 04.11.1999, België)
WAAIJER, Bas (1981, Nederland)
WESTDORP, Jan (1934, Nederland)

Door Fred van Slogteren, 5 september 2006 22:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web