Van de smalle bandjes naar de gladde ijzers …

"Het was me het weekje wel! had ik in navolging van de zondagse column op de slogblog best als kop kunnen gebruiken, want het was een week waarin de schaatsliefhebbers werden heen- en weergeslingerd tussen hoop en wanhoop. Tussen It giet oan en It giet net oan. Wat de eerste Elfstedentocht van de 21ste eeuw had moeten worden, eindigde in een desillusie ook al is de beslissing van het Elfstedenbestuur nog zo wijs en verantwoord. De Elfstedenkoorts heeft plaats gemaakt voor een Elfstedenkater. Om die koorts nog even op te wekken duik ik vandaag maar eens in de geschiedenis van de Tocht der Tochten om na te gaan wat wielrennende schaatsers en schaatsende wielrenners er zoal hebben gepresteerd. Drie van hen … 

… hebben we al uitgebreid in deze rubriek behandeld ook al behoren Piet Kleine, Dries van Wijhe en Rudi Liebrechts niet tot de winnaars, die eeuwige roem ten deel is gevallen. Tot de winnaars met een wielerverleden reken ik Coen de Koning, winnaar in 1912 en 1917, Reinier Paping, in deze dagen zijn de beelden van zijn heroïsche zege in 1963 weer talloze malen over ons scherm gegaan, en Henk Angenent (foto), wiens optredens in tal van wielerevenementen nog vers in het geheugen staan. 
Friese boeren
Ik zou er nog de naam van Abe de Vries aan toe kunnen voegen, de man die samen met Sipke Castelein in 1933 tot winnaar werd verklaard. Van deze stoere Fries heb ik weliswaar geen wielerprestaties kunnen vinden, maar hij was wel de vader van Sjoerd en Jean de Vries, twee sterke amateurrenners uit de jaren vijftig. Behalve De Koning - in een zeer ver verleden - kom je tot de Tweede Wereldoorlog geen winnaars tegen die ook op de smalle bandjes iets hebben gepresteerd. Tot die tijd was de tocht voornamelijk een Friese aangelegenheid en waren de deelnemers niet zelden boeren, die zich na het melken met de doorlopers onder de arm en een pak boterhammen met spek in de rugzak naar Ljouwert spoeden om vandaar een uurtje of tien à twaalf de provincie in de rondte te gaan schaatsen. Ongetwijfeld zullen er wel Miedema’s, Dijkstra’s en Sipkema’s zijn geweest die een Elfstedenkruisje in hun prijzenkast hebben bewaard, waarin ook enkele wielerbekers stonden, maar bekende namen springen er niet uit. Pas na de oorlog zijn er Elfstedenrijders geweest van wie bekend was dat ze ook in het peloton aardig konden meekomen. Op het gevaar af dat ik er één, twee of meer over het hoofd zie, volgt hier een lijstje van mij bekende schaatsers/wielrenners met een Elfstedenverleden.
Negen maal deelnemer
Het eerste Elfstedenverhaal van een schaatsende wielrenner is dat van Willem Augustin (1923-2004). Deze Amsterdammer was tot in de jaren vijftig een bekende renner in de vele straatrondjes die er toen in de hoofdstad werden verreden. Hij was lid van ARC Ulysses, de wielervereniging waarvan hij later vele jaren bestuurslid is geweest. Zijn wel zeer bijzondere verhaal is een paar jaar geleden opgetekend door schaatshistoricus Marnix Koolhaas. In het oorlogsjaar 1941 vertrok Augustin op de avond voor de aangekondigde Elfstedentocht als 17-jarige op de fiets naar Leeuwarden. Dat was niet alleen een pittige afstand, maar het was ook niet zonder risico’s, omdat de Duitsers toen al jacht maakten op jonge mannen die in Duitsland konden werken. Bij het begin van de Afsluitdijk werd hij aangehouden, maar na zijn verhaal te hebben gehoord over die schaatstocht in Friesland lieten de Duitsers hem gaan. Met slechts een paar uur slaap begon Willem aan zijn eerste Elfstedentocht die hij nog uitreed ook. In totaal startte hij in alle negen Elfstedentochten tussen 1941 en 1997 en acht keer haalde hij de finish. In de tocht van 1954 eindigde hij als 33ste, in die van ‘56 als 44ste en in 1963 als veertiende, zijn beste prestatie.
Sneeuwblind
Een andere schaatser/wielrenner die zich in de Elfstedentocht heeft onderscheiden was Anton Verhoeven (1920-1978), fietsenmaker in het Brabantse Dussen. Verhoeven was in de eerste vier tochten na de oorlog nadrukkelijk aanwezig in de kop van de wedstrijd. In 1947 eindigde hij als zesde, in 1954 als vijfde nadat hij in de chaotische eindsprint te vroeg was aangegaan en even dacht dat hij gewonnen had. In 1956 behoorde hij tot de groep van vijf, die in één lijn als eerste over de streep kwam, omdat onderling was besloten uit solidariteit niet voor de zege te sprinten. Het bestuur had wel waardering voor de sportiviteit die uit dit besluit sprak, maar oordeelde toch dat de Elfstedentocht een wedstrijd is en daarom werd er dat jaar geen winnaar aangewezen. In 1963 was Verhoeven wederom van de partij en gold zelfs als één van de favorieten, ook al was hij toen al 42 jaar. Als serieuze kanshebber zat hij lange tijd goed van voren, maar kon niet mee toen Reinier Paping uit de kopgroep ontsnapte. De Brabander bleef nog lang in de achtervolgende groep, maar werd in de ijskoude storm met sneeuwblindheid geslagen. Hij haalde wel de finish, maar met de nodige hulp. Hij werd uiteindelijk als 21ste geklasseerd, van de 57 wedstrijdrijders die deze barre Elfstedentocht wisten te voltooien. 
Fietsenwinkel
Op de erelijst van Anton Verhoeven als marathonschaatser op natuurijs staan overwinningen in de Noorderrondrit, de Ronde van Loosdrecht en de Westland Marathon. Die laatste twee wedstrijden wist hij zelfs twee keer te winnen. Naast zijn schaatscarrière is de Dussenaar ook jaren actief geweest als wielrenner. Meestal in eigen regio, omdat hij als eigenaar van een fietsenzaak te weinig tijd had om veel te trainen en naar grote koersen elders in Nederland te reizen. Zijn activiteiten in twee sporten brachten hem zakelijk veel voordeel. Daarmee legde hij de basis voor de bloeiende zaak die zijn zoon Mario nu in Apeldoorn heeft met de naam defietsenmaker.nl. Met Piet Kleine en Dries van Wijhe zijn Willem Augustin en Anton Verhoeven wel de meest aansprekende namen als het om de combinatie schaatser/wielrenner in de Elfstedentocht gaat. Er zijn er natuurlijk meer en als ik de uitslagen van de laatste drie edities van de Elfstedentocht bekijk dan kom ik er nog een tiental tegen.
De familie Pronk/Giling
Barry Adema is een van hen. Hij was een sterk marathonschaatser op natuurijs die in 1985 als 42ste eindigde en een jaar later als 105de. Gesponsord door het bedrijf van zijn vader was hij ook even beroepsrenner en als cyclocrosser werd hij in 1980 24ste bij het WK veldrijden. Ruud Christoffers is een andere naam die we uit beide sporten kennen, want als marathonschaatser was hij ook actief in de amateurcriteriums in het Rijnmondgebied. In de Elfstedentocht eindigde Christoffers in 1985 als 72ste en in 1986 als 173ste. Co Giling herinneren we ons als veelvoudig marathonkampioen en winnaar van het marathonseizoensklassement. Co stamt uit een echte schaats- en wielerfamilie. Hij is de vader van profwielrenner Bas Giling, een neef van schaatser Jos Pronk en tweevoudig wereldkampioen stayeren Matthé Pronk senior en de oom van Matthé Pronk junior. Co was ook een bekende amateurwielrenner. In de Elfstedentocht werd hij 32ste in 1985 en 20ste in ’86. Ook Bas van Hest onderscheidde zich als marathonschaatser en als amateurwielrenner. De man die als junior eens derde werd in de Ronde van Vlaanderen, kwam op de Bonkevaart in 1997 als 75ste over de finish. 
Kampioen tijdrijden
Gerard Kemper was in de jaren negentig een topamateur die onder andere enkele malen een etappe heeft gewonnen in Olympia’s Tour. Op de schaats kon hij ook uit de voeten, getuige zijn 64ste plaats in de Elfstedentocht van 1997. Hetzelfde kan gezegd worden van Bas van Lamoen, in de jaren zeventig een sterk amateurrenner, die ook even professional is geweest. In de Tocht der Tochten van 1985 verdiende hij het kruisje met een 72ste plaats. Rudie Liebrechts, onze hoofdpersoon van vorige week, eindigde in 1985 als 188ste. Rien de Roon kennen we als een goed marathon- en allroundschaatser, die op de gladde ijzers onder meer in 1979 marathonkampioen van Nederland was op kunstijs en daarnaast als amateurwielrenner en ook twee jaar als beroepsrenner zijn sporen verdiende. Hij werd in de Elfstedentocht van 1985 147ste. Ook Arnold Stam blonk in beide sporten uit. Op de fiets was hij ooit nationaal kampioen tijdrijden en in de Elfstedentocht eindigde hij in 1997 als vijfde, na de diskwalificatie van Piet Kleine. 
Topper in drie sporten
Er zijn blijkens deze rubriek enkele tientallen topsporters die zowel op de schaats als op de fiets grote prestaties hebben geleverd. Ik ken er echter maar
één die in drie takken van sport zijn partijtje heeft meegeblazen. Dan doel ik op Axel Koenders, eigenaar van een sportschool in Ouderkerk aan de Amstel. Axel was en is nog steeds een echte sportman die als er sportief bewogen moet worden als eerste zijn vinger opsteekt. Het begon allemaal met wielrennen en als sterk amateur won hij in 1982 de klassieke Ronde van Gelderland. Hij had wellicht een goede prof kunnen worden, maar was toen al in de ban van de Triatlon. 3,8 kilometer zwemmen, 180 kilometer fietsen en 42,195 kilometer hardlopen zijn de onderdelen van de sport waarin hij een grote hoogte heeft bereikt. Vier maal won hij de Holland Triathlon in Almere en jarenlang was hij wereldrecordhouder met een tijd van 8 uur, 13 minuten en 11 seconden. Deze Axel Koenders deed in 1985 en 1986 mee aan de Elfstedentocht. Als wedstrijdrijder uiteraard. Zonder specifieke schaatstraining eindigde hij respectievelijk als 122ste en 145ste. Twee Elfstedenkruisjes sieren sindsdien zijn overvolle prijzenkast. (Foto’s: © Cor Vos)
IJs en wieler dienende, tot volgende week!”
Ad van der Linden

Door Fred van Slogteren, 11 februari 2012 11:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web