Uit de ordners van Jan

"In 1977 vonden de wereldkampioen- schappen wielrennen plaats in San Cristobal in Venezuela en op zondag 28 augustus waren de baankampioenschappen nog in volle gang. Voor Nederland tot dan weinig succesvol. Lau Veldt werd 18e in het onderdeel kilometer tijdrit, Herman Ponsteen haalde de kwartfinales in het achtervolgingstoernooi. Op die zondag stonden er twee halve finales voor de amateurstayers gepland. Gaby Minneboo won met overmacht de eerste rit voor de Duitser Burges, de Spanjaard Fuentes en Martin Rietveld. In de tweede rit waren de finaleplaatsen voor de Duitser Podlesch, de Spanjaard Caldentey, de Belg Sprangers en voor Matthé Pronk. Drie landgenoten in de finale en Minneboo werd achter de rug van Bruno Walrave voor de derde keer in zijn carrière wereldkampioen met 45 meter voorsprong op Caldentey en 270 op Podlesch. Rietveld werd vierde en Pronk negende. (op de foto van Cor Vos Gaby Minneboo (l) met Matthé Pronk senior)

Op diezelfde zondag werden er in Nederland twee ...

... profcriteriums verreden. De Grote Sint Rosa Ronde van Sittard werd gewonnen door Henk Lubberding en de 30e Regenboogkoers te 's Heerenbroek door Jan Raas.

De profronde van Nederland had het in 1983 niet gemakkelijk. Slechts drie dagen toerden de heren professionals door Nederland. Een proloog en een criterium in Boxmeer, een etappe van Boxmeer naar Zutphen en op de slotdag eerst van Zutphen naar Assen om daar te eindigen met een ploegentijdrit over 22 kilometer. De onverwachte winnaar werd Adri van Houwelingen uit de ploeg van Peter Post. Aanvankelijk lag het helemaal niet in de planning dat de Gelderlander de Ronde zou rijden. Op de avond voor de proloog belde Post hem echter met de mededeling dat Jan Raas niet kon rijden en of hij zich maar even in Boxmeer wilde melden. Extra verbaasd was hij omdat het contact met de baas aanmerkelijk was verslapt, nadat hem verteld was dat er geen contract voor 1984 in zat. Drie dagen later had hij de Ronde van Nederland op zijn palmares staan.

De basis voor zijn zege werd gelegd in de rit van Zutphen naar Assen. Er ontstond een kopgroep van vier en de Belg Herman Frison won voor Nico van Hest, Johnny Broers en Van Houwelingen. Ze hadden een voorsprong op nummer vijf van 6 minuut 52. En omdat Raleigh (uiteraard) de ploegentijdrit won, werd Van Houwelingen de uiteindelijke winnaar met 31 seconden voorsprong op Broers en 35 op Frison. In de krant werd hij enigszins denigrerend ‘BESTE KLEINTJE’ genoemd. ‘Ronde van Nederland voor dissident’ was de kop in De Telegraaf.

Op 28 augustus 1985 werd in Veenendaal voor het eerst een serieuze voorbereidingswedstrijd voor het WK verreden. De koers werd gedomineerd door de 38-jarige Joop Zoetemelk, die de jongeren een lesje in wielerbeleving gaf. Hij was de grote animator van een kopgroep van zestien man, die na 100 kilometer uit het peloton vertrok. Veertig kilometer voor de finish, bij Amerongen, demarreerde de Tourwinnaar van 1980 en pakte maximaal 3 minuut 45 voorsprong. Aan de streep had hij nog 2 minuut 44 over op de achtervolgende vijftien, van wie Leo van Vliet de sprint won voor Adri van Houwelingen en Henk Lubberding. Het peloton, dat bij vertrek zestig man telde, bestond aan de finish nog maar uit vier renners. De rest was afgestapt. De organisatoren konden tien van de dertig geldprijzen in de zak houden, maar ze beklaagden zich na afloop wel over de instelling van de heren professionals.
Een paar dagen later zou Joop Zoetemelk in het Italiaanse Giavera di Montello de tot op heden laatste Nederlandse wereldkampioen bij de profs worden!
In Italië werd op dezelfde dag als Veenendaal als opening van het WK de 100 km ploegentijdrit verreden. De Sovjet Unie won voor Tsjechoslowakije en Italië. Nederland, met Piet Kleine, Rob Harmeling, Tom Cordes en Henk Boeve, werd slechts zevende.

Spraakmakend was de finish van het WK op zondag 28 augustus 1988 in het Belgische Ronse. Op 75 meter voor de streep ging er een kreet van ontzetting door de dichte rijen toeschouwers. Claude Criquelion sloeg in volle sprint tegen de grond, nadat hij tegen de afrastering was gedrukt door Steve Bauer. De Canadees verloor zelf ook bijna zijn evenwicht en de Italiaan Maurizio Fondriest profiteerde optimaal van dit voorval door de regenboogtrui te grijpen. Een onbevredigend slot van een matig kampioenschap, waarin de favoriete Nederlanders in de laatste twee ronden zwaar door de knieën gingen.

Op 28 en 29 augustus 1993 was Oslo het decor van het wereldkampioenschap met drie opmerkelijke winnaars. Op zaterdag won Leontien van Moorsel haar tweede wereldtitel op de weg. De Boekelse had in de finale haar zenuwen goed in bedwang. Hoewel het peloton haar en medevluchtster Jeanny Longo op de hielen zat, wachtte ze net zo lang met de sprint tot de 34 jarige Française als eerste aanging. Vanuit de meest ideale positie lag de titel toen voor het oprapen. Het deed haar zichtbaar goed dat ze juist Longo had geklopt. ‘Nu krijgt mijn zege in de Tour Féminin ineens veel meer waarde. Bijna iedereen deed minderwaardig over die zege, omdat Longo er niet bij was. Nu heb ik bewezen dat ik haar nog steeds aan kan. Ik ben dolgelukkig met deze overwinning.’

In de middag was de wereldtitel bij de amateurs verrassend voor de pas 19-jarige Jan Ullrich uit Duitsland. Hij verwees de Let Ozers en de Tsjech Tesor in de sprint naar het zilver en brons. Volgens de ploegleider van het Nederlandse team, dat op Marco Vermeij na erg teleurstelde, was Ullrich een zeer verrassende kampioen. De andere renners in de kopgroep had hij stuk voor stuk als winnaar getipt. Ullrich, geboren in Rostock in december 1973, kreeg zijn opleiding in Berlijn, verhuisde later voor zijn studie mechanica naar Hamburg om zich vanaf 1992 alleen nog maar met wielrennen bezig te houden. Plannen om prof te worden had hij nog niet. ‘Maar misschien dat ik daar nu toch eens aan ga denken. Als klein jongetje heb ik er wel eens van gedroomd, de laatste jaren eigenlijk niet meer.’

De volgende dag werd ene Lance Armstrong uit de Verenigde Staten wereldkampioen bij de beroepsrenners. Na een succesvolle periode als amateur (onder meer Amerikaans amateurkampioen 1991 en deelname aan het WK jeugd en de Olympische Spelen) werd hij eind 1992, na de Olympische Spelen van Barcelona, professional. In oktober 1996 werd Armstrong ernstig ziek en er werd teelbalkanker geconstateerd met uitzaaiingen naar longen en hersenen. De kans op overleven werd op minder dan vijftig procent geschat. Uiteindelijk bleek Armstrong maar drie procent overlevingskans te hebben gehad. Na twee zware operaties en een toen nog experimentele vorm van chemotherapie kwam Armstrong er echter weer bovenop en een paar maanden later zat hij alweer op de fiets. Sindsdien is hij actief in de strijd tegen kanker. En tussen de bedrijven door was hij zeven maal winnaar van de Tour de France.

In mijn tijdschriftenmand vond ik het inmiddels ter ziele gegane blad Wielersport. De 29e jaargang nummer 29 verscheen vandaag precies 26 jaar geleden. In de rubriek ‘Zo vader zo zoon’ schreef Charles Ruys een verhaal over Henk en Jelle Nijdam. De pas 17-jarige zoon had in dat jaar al 27 nieuwelingkoersen gewonnen en hij won volgens Ruys ‘zoals het hem uitkomt’. Vaak alleen vooruit, want dat doet hij graag. Maar als dat niet lukt dan vindt hij het ook best, want dan wint hij wel in de eindsprint. Vader Henk over Jelle: ‘dat hij aanleg heeft, dat is wel duidelijk!’

Verder staat er in dat nummer een verslag van de door Gregor Braun gewonnen Ronde van Duitsland, de profronde van Dongen en de Omloop van de Mijnstreek, respectievelijk gewonnen door Johan van der Velde en Hans Boom. Ad J. Vingerhoets startte in dat nummer een serie met de titel ‘Wieler ABC’, met verhalen over beroepsrenners. De eerste tien waren Schuiten, Van de Wereld, Lubberding, Adema, Groenendaal, Van Peer, Stamsnijder, Van den Hoek en de broertjes Van Houwelingen.


Ik heb gekozen voor het verhaal van Barry Adema. ‘Adema is geboren op 26 januari 1951 in Zaandam en hij woont aan de Broekdijk 44 in Hulten. Hij is direkteur van Adema Slachtprodukten BV. Begon op 13 jarige leeftijd de schaatssport te beoefenen en reed in de zomermaanden als training op de racefiets. Reed in 1968 drie wedstrijden als nieuweling (sleutelbeenbreuk in de derde). Van 1970 tot juni 1975 actief in de Brabantse Wielerfederatie maar ook schaatsen (enkele kampioenschappen). Was in 1975 en 1976 amateur en reed 110 wedstrijden waaruit hij 59 prijzen haalde. Ging zich daarna toeleggen op het veldrijden.
Beroepsrenner sinds 1 januari 1977. Reed in 1977 nog 68 wedstrijden. Redelijk succes in veldritten met de nadruk op de Belgische wedstrijden. Nam in het seizoen 1979-1980 deel aan het wereldkampioenschap veldrijden. Moest, wegens drukke werkzaamheden, besluiten niet langer op de weg in actie te komen. Hij heeft steeds gereden in het paarse shirt van AHV (foto: © Henk Theuns), zijn eigen bedrijf, aldus de tekst van Ad Vingerhoets.
Met even googelen ontdek ik dat Barry Adema anno 2006 nog steeds in het Brabantse Hulten (tussen Breda en Tilburg) woont en zich daar bezighoudt met het fokken van minipaardjes en honden. Adema's minipaardjes fokkerij heeft als fokdoel een klein luxe minipaardje te fokken, met de uitstraling van een Arabier. Met de hondenkennel Uit 't Wilgenbosch is Adema fokker van de Amerikaanse Beagle. Ook het slachtproduktenbedrijf bestaat nog steeds.

Eddy Merckx tenslotte won op 28 augustus twee koersen. In 1971 won hij in Poperinge een van zijn 54 (!) koersen van dat jaar, exact een jaar later won hij in Brustem.

Tot volgende week!"

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 28 augustus 2006 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web