Uit de ordners van Jan …


“Het Belgische maandblad SPRINT verscheen voor het eerst in februari 1991 en tien maanden later, in november van hetzelfde jaar, verscheen deze uitgave. De hoofdredacteur was Peter Stevens die in de realisatie van het blad werd bijgestaan door twaalf redactionele medewerkers, waaronder de toen negentienjarige Raymond Kerckhoffs. Dit journalistieke talent was een jaar eerder met zijn 18 jaar de jongste geaccrediteerde journalist in de Tour de France. Sinds 1995 werkt Raymond als wielerspecialist voor de sportredactie van De Telegraaf.

In deze uitgave van Sprint schrijft de Zuid-Limburger een lezenswaardig artikel over zijn regiogenoot Fred Rompelberg. De voormalige Nederlandse kampioen stayeren (1977) had het in zijn hoofd zitten om met een ...

... snelheid van ten minste 250 kilometer per uur op een fiets over een Amerikaanse zoutvlakte te razen. Daarom was de 45-jarige Maastrichtenaar ten tijde van dit interview in voorbereiding om voor de derde keer het wereldsnelheidsrecord fietsen aan te vallen. In 1988 en 1990 had hij al pogingen gewaagd om het bestaande record uit 1985 van de Amerikaan John Howard te verbeteren. Deze mislukten echter en het record bleef staan op 245 kilometer en 77 meter per uur.

 

‘In 1988 had ik onvoldoende voorbereidingstijd genomen. Ter plaatse in Utah kwam ik er toen achter dat de speciaal gebouwde racebolide, die me op snelheid moest brengen, bij snelheden boven de 200 kilometer begon te slingeren. Daardoor kon ik mijn fiets niet meer onder controle houden en ging ik onderuit met een snelheid van 209 kilometer per uur. Daarmee pakte ik wel het Europees record, maar het wereldrecord bleef buiten bereik.’ Rompelberg keerde huiswaarts met negen gebroken ribben, een gebroken sleutelbeen en veertien botbreuken in beide handen. Desondanks zei hij tegen Kerckhoffs: ‘Gevaarlijk? Nee hoor, op een Amerikaanse zoutvlakte heb je de ruimte om onderuit te gaan en daardoor vallen de letsels mee. Op een autosnelweg zou ik het record nooit aanvallen, want dan smak je al gauw tegen een boom of een vangrail en is het leed niet te overzien.’ Begin 1990 hervatte de toen oudste Nederlands beroepsrenner de training om alsnog zijn ideaal te bereiken. De kosten voor zijn recordpoging werden geschat op een half miljoen Belgische franken (ruim € 11.000), een bedrag waarvoor enkele grote sponsors garant stonden. De techniek van zowel de bolide als de fiets was aanzienlijk verbeterd en in combinatie met een fysieke en psychische topvorm had Fred Rompelberg – anno november 1991 - het volste vertrouwen in de onderneming. Zoals bekend is hij nog een aantal jaren fanatiek met het record bezig geweest tot hij op 3 oktober 1995 de ongelooflijke snelheid van 268 kilometer en 831 meter bereikte, een record dat zestien jaar later nog altijd fier in de boeken staat.

Het blad maakt verder melding van het feit dat het veldritseizoen weer was begonnen en de specialisten van de modder weer uit hun zomerslaap waren gekropen. Zo ook Roland Liboton, de wat uit de belangstelling geraakte Belgische topper. In de twee voorgaande seizoenen (1989-1990) won hij namelijk maar één keer. Een opmerkelijke terugval voor iemand die elf Belgische kampioenschappen en vijf wereldtitels op zijn naam had staan. In zijn topjaar 1984 won hij maar liefst 31 van de 32 wedstrijden, waaraan hij deelnam. Carl Berteele sprak namens Sprint met de gewezen topper en vroeg of die het nog wel zou kunnen? ‘Zonder tegenslag kan ik het zeker nog’, was het antwoord. ‘De laatste twee jaren waren lastig en op het moment dat ik er terug bovenop kwam, was het seizoen al om zeep. En ook nu in die vier crossen die ik reed, heb ik wat pech gehad: lek gereden en achteraan moeten starten door een slechte loting. Bovendien zijn de omlopen, door het droge weer in het begin van het seizoen, erg snel. Dus kan je bijna niet meer vooraan geraken. Als ik vooraan mag vertrekken, dan wil ik nog wel wat bewijzen.’ Liboton had het ook nog over Hennie Stamsnijder, jarenlang zijn grootste rivaal. ‘Met Stammie domineerde ik het veldrijden en Hennie is ook een echte vriend geworden. Als mens en als sporter een heel grote meneer. Eigenlijk was ik iets beter dan hem. Ik was ook iets sneller in de spurt. Daarom won ik ook meer. Maar we hebben vele duels uitgevochten en altijd sportief. Of we mekaar ooit eens laten winnen? Ja, ik wil dat niet verzwijgen. In die periode waren we meestal al snel met twee weg en dan regelden we dat in de laatste ronde. Ik mocht hier in België al eens een koers winnen van hem, maar daar stond dan tegenover dat ik hem eens liet winnen in Nederland. En dat gebeurde zo, zonder dat daar ooit één frank is voor betaald. We vertrouwden elkaar, ieder hield zijn woord, dat was onder echte kameraden. Dat was het fijne met Hennie!’

tot volgende week!”

Jan Houterman
 

Door Fred van Slogteren, 21 november 2011 9:00

De quizvraag is welke renner van SEFB siert de cover?

Geplaatst door Arjan, 21 november 2011 16:57:59

naam

Het zou best eens Wim Lambrechts kunnen zijn.

Geplaatst door Jan, 21 november 2011 17:40:08

Lambrechts

Even gekeken op de Wielersite.net en ik denk dat je gelijk hebt. In die ploeg SEFB reed in dat jaar, 1991, overigens ook ene Andrei Tchmile. En ook de veel te vroeg overleden Paul Hagedoorn

Geplaatst door Arjan, 22 november 2011 18:07:46

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web