C’est la course!


“Wielrennen is een sport waar bijna alles is geoorloofd. Combines, dopinggebruik (als je niet bent betrapt ben je schoon, is de moraal van de renners), omkoping, kwakken in de eindsprint en ga zo maar door. Het hoort er allemaal bij en tot op zekere hoogte kan ik daar mee leven. Het zijn van die vergrijpen, waarvoor Petrus aan de hemelpoort best een oogje zal dichtknijpen, om de bevolkingsgroepen in hemel en hel een beetje in evenwicht te houden. Waar ik nooit mee heb leren leven is woordbreuk. Tijdens ontsnappingen, vooral wanneer je met z’n tweeën vooruit bent, worden vaak afspraken gemaakt, die dan in het zicht van de streep soms ‘vergeten’ worden. Ik heb dat enkele malen meegemaakt en als ik er aan terugdenk kan ik er nog steeds kwaad om worden. Voor deze fraudeurs past bij de hemelpoort maar één petruslijk vonnis en dat is: naar de hel, gij woordbreker! Rudie Liebrechts, de populaire schaatsenrijder uit de jaren zestig die in de zomermaanden een zeer verdienstelijk criteriumrenner was, heeft mij in 1964 eens geflikt in de Ronde van Lekkerkerk. Rudie en ik hadden elkaar ...

... gevonden in een uitlooppoging die kans van slagen had. We losten elkaar om de zoveel meter netjes af, maar op een gegeven moment verzaakte de man uit Vlaardingen. Hij zat in het wiel en bleef in mijn wiel. Nadat ik hem diverse malen met de elleboog had verzocht over te nemen, keek ik hem achteromkijkend vragend aan. ‘Ik zit kapot’, liet hij weten maar beloofde plechtig niet te zullen meesprinten voor de overwinning. Tijd en gelegenheid om even langs de notaris te gaan was er niet en zo moest ik Rudie op zijn woord geloven. Jullie voelen het al aankomen, in de laatste meters sprintte hij vrolijk mee en liet zich daarna uitgebreid voor een enthousiast publiek als winnaar huldigen. Toen ik verhaal ging halen, lachte hij breed en zei: C’est la course! Dat gebeurt me dus nooit meer, prentte ik mij op de terugreis naar Haarlem in, maar dat was wishfull thinking. In de Franse rittenkoers Circuit des Mines deed zich twee jaar later precies hetzelfde voor. In de vierde rit naar Straatsburg was het de Belgische amateurkampioen Jean Marie Gorez die de act van Rudie eveneens opvoerde en wederom was ik het slachtoffer. Met het voorval van Lekkerkerk nog in het geheugen raakte ik zo buiten zinnen, dat ik de dolgelukkige winnaar bij het uitbollen pardoes van de fiets mepte. C’est la course?, beet ik hem met een groot vraagteken toe. Tegenwoordig word je voor slaan direct uit de koers gezet, maar in die jaren kwam je er nog met een ernstige waarschuwing af. Zo kon ik de ronde vervolgen en de eindzege van deze etappekoers op mijn erelijst bijschrijven.
Deze voorvallen stonden mij van de week weer helder voor de geest toen ik Johan van der Velde op tv hoorde vertellen hoe een van zijn etappezeges in de Tour de France tot stand was gekomen. Op 8 juli 1986 klopte hij in de vijfde rit zijn Franse vluchtmakker Joël Pelier (foto) in de sprint. Dat leverde Johan niet alleen de dagzege op, maar hij mocht ook de gele trui aantrekken. Onderweg hadden de twee echter de afspraak gemaakt dat Pelier de rit zou winnen, omdat Johan vanwege de opgebouwde voorsprong de gele trui niet kon ontgaan. Zo doen renners dat in de hoop dat ze dan allebei goed doorfietsen om dan beide rijkelijk beloond te worden. Maar in de euforie van het nakende geel wilde Johan alles, de zege, de trui, de bloemen, de kusmiss, de hele bliksemse boel. Hij sprintte voluit, liet Pelier lengtes achter zich en stak feestelijk beide armen in de lucht. De arme Joël, die zelfs nog gewacht had toen Van der Velde onderweg lek reed, was woedend en terecht. Het was een klotestreek en dat wist Johan natuurlijk ook wel. Hebzucht wint het nog wel eens van sportiviteit. 25 jaar later wilde hij dat voor de camera graag toegeven als een soort verlate boetedoening. Ik denk niet dat Joël het heeft gezien en dan heeft een schuldbekentenis niet zo veel zin. De Fransman heeft nooit meer zo’n grote kans gehad een Touretappe te winnen en ik weet als oud-renner zeker dat hij nog wel eens met bittere gevoelens aan Johan van der Velde zal terugdenken. Het kan ook zijn – maar die kans acht ik niet groot - dat hij over een grote geest beschikt die het kan relativeren met de woorden: C’est la course! (Foto: archief dewielersite.net)

Tot volgende week!”

Jan van der Horst

    

Door Fred van Slogteren, 17 juli 2011 11:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web