Toemaarteun!


“Sporthelden krijgen vaak bijnamen die een bepaald aspect van hun talent of persoonlijkheid benadrukken. Zoals in het voetbal de Kromme (Willem van Hanegem), de Verlosser (Johan Cruijff) of het Slangenmens (Robbie Rensenbrink). In de wielersport noemden we Peter Post de Keizer, Wim van Est IJzeren Willem en Gerrit Schulte le Fou Pédalant. Eddy Merckx keek op als je Kannibaal riep en dan waren er nog de adelaars, wat voor de begenadigde klimmer Federico Bahamontes (de Adelaar van Toledo) een zeer terechte bijnaam was, terwijl het bij Harm Ottenbros (de Adelaar van Hoogerheide) op het tegendeel sloeg. Harm kon namelijk nog geen brug op. In sommige dorpen – veelal in Noord-Holland - heeft iedereen een bijnaam en Volendam is daar een landelijk bekend voorbeeld van. Die behoefte om mensen een unieke naam te geven is ontstaan omdat vroeger in kleine leefgemeenschappen achternamen vaak niet voldoende onderscheidend waren. Zo zijn er in Zandvoort bij de oorspronkelijke bevolking heel veel mensen die Keur of Koper of Paap heten en dan was het noodzakelijk om iemand dan een bijnaam te geven zodat je wist om wie het ging. Ik noem ...

... Zandvoort met opzet omdat ik daar een oud-wielrenner ken met een bijnaam. Laat ik hem voorlopig Teun noemen, een opgewonden mannetje die in alles net zo onstuimig was als de jonge Gerrit Schulte (foto), die zijn bijnaam te danken had aan zijn niet aflatende aanvalsdrift. Schulte kon dat temperament gelukkig op de fiets kwijt, maar Teun had die uitlaatklep niet. Daarom liep het wel eens uit de hand en was hij bij menig knokpartijtje betrokken. Vooral op het voetbalveld wilde hij wel eens uithalen en nadat hij een keer als toeschouwer de scheids naar de strot was gevlogen, kreeg hij levenslang. Nooit mocht hij meer een voetbalwedstrijd bezoeken, vonniste de rechter. Om zijn agressie te beteugelen is Teuntje toen gaan wielrennen en als zodanig maakte ik als streekgenoot in de training kennis met hem. Hij fietste overeenkomstig zijn reputatie en ik bedacht een bijnaam voor hem die volgens mij de lading dekte. Karate Teun, noemde ik hem, onwetend van het feit dat hij in Zandvoort al een bijnaam had. Dat had een oude dorpsgenoot van hem me eens verteld en er een vette knipoog bij gegeven. Toen ik vroeg wat die bijnaam dan wel was, antwoordde hij dat ik dat maar aan Teun zelf moest vragen. Die weigerde dat echter pertinent. Dat ging me niks aan en het was volgens hem ook helemaal niet belangrijk. Uiteraard prikkelde dat mijn nieuwsgierigheid, reden waarom ik het aan andere wielrenners uit Zandvoort ging vragen. Een van hen onthulde het geheim en vertelde dat de bijnaam van Teun TOEMAARTEUN luidde. Een naam die enige toelichting vereist.
Voor die verklaring moeten we terug naar de tijd toen Teun als gezonde tiener last kreeg van zijn hormonen. Hij had zijn ogen niet in zijn zak en al spoedig had hij verkering met een van de mooiste meiden van het dorp. Dat levert tegenwoordig weinig problemen op, maar in de tijd waarin dit verhaal speelt werd er door de hele gemeenschap nauwlettend op toegezien dat het dekseltje goed op het potje paste. Het schroefdraad moest sporen met de geloofsovertuiging en de maatschappelijke status van de families waar de verliefden uit waren voortgekomen. Ook was er afgunst bij de jongeren zelf en een bronstige jongeling moest het niet wagen een meisje te begeren, dat al eens met een andere hitsige knul in het dorp was gesignaleerd. Dat leidde niet zelden tot bloedige knokpartijen in de duinen waar de politie meer dan eens aan te pas moest komen. Op zomerse zaterdagavonden werden er vaak burgerwachten georganiseerd om er op toe te zien dat de heersende moraal inzake vermenging der seksen stipt werd nageleefd. Aangezien de verkering van Teun niet geheel onomstreden was, werden ook zijn gangen minutieus door buurtbewoners gevolgd. Maar Teun was handig en was er op een zwoele zomeravond in geslaagd ongezien de slaapkamer van zijn geliefde te bereiken. Hij wist van de hoed en de rand en zo hoorden de omwonenden vanuit de slaapkamer op de bovenverdieping, waar het raam wijd openstond, het gekreun dat bij de eenparig versnelde beweging hoort, die we kuis wel eens DE DAAD noemen. Er was ook tekst bij, want ter aanmoediging klonk een opgewonden vrouwenstem: toemaarteun, toemaarteun, TOEMAARTEUN!!! JAAAAAAHHH!!!
Het werd zijn bijnaam en zeg nou zelf: daar kan geen andere bijnaam tegen op. Mooie Mario zou er zich niet voor geschaamd hebben, maar Teun wel. Maar dat is dan ook een Zandvoorter. Eentje met het keurmerk van een koperen Paap. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Tot volgende week!”

Jan van der Horst

Door Fred van Slogteren, 10 juli 2011 11:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web