Het geheim van Roger Rivière …

 

“Het voordeel van gepensioneerd zijn is dat je het hele jaar met vakantie kunt. Na mijn trektocht met Dik, waar ik jullie een aantal weken van op de hoogte heb gehouden, was het tijd voor de vakantie met mijn fietsvrienden vergezeld van onze vrouwen. Tim Krabbé heeft me de afgelopen jaren herhaaldelijk gevraagd wanneer ik nou eens in de Cevennen zou komen fietsen, maar steeds stonden andere leuke verplichtingen dat in de weg. Sportieve pensionado’s hebben nu eenmaal overvolle agenda’s en daarom moest ik Tim steeds weer teleurstellen. Ik heb die massale fascinatie van toerfietsers voor het rondje van Tim nooit zo goed begrepen. Toerfietsers willen doorgaans alleen maar aansprekende cols beklimmen, maar die zijn in de Cevennen nauwelijks te vinden. Het is wel een ongelooflijk mooi natuurgebied waar de Mont Aigoual met zijn 1560 meter het hoogste punt is. Toch hebben mijn fietsmaatjes en ik - nadat we …

… verplicht Tim’s boek De Renner hadden gelezen of herlezen - besloten dat we het dit jaar maar eens moesten doen. In het aan de voet van de Col du Perjuret gelegen  plaatsje Meirueis, waar we ons uitgangspunt hadden gekozen, werden we door Tim enthousiast verwelkomd. In de dagen erna hebben we het hele gebied verkend en met name genoten van de gorges, verlaten dorpjes en bovenal van de kleur geel. Het geel wat Rogier Riviere in 1960 najoeg in zijn derde jaar als beroepsrenner. Hij was toen met zijn  ongeëvenaarde stijl voorbestemd de nieuwe held aller Fransen te worden. Drie regenboogtruien in de achtervolging had hij al op zak en het werelduurrecord van Ercole Baldini had hij eveneens verbeterd. Heel Frankrijk was er van overtuigd dat de grote belofte uit Saint Étienne de Tour van 1960 zou gaan winnen, maar in de afdaling van de Col du Perjuret schatte hij een bocht verkeerd in en viel zo ongelukkig dat zijn lichaam onherstelbare schade opliep. Het was het einde van zijn veelbelovende wielercarrière. We reden in hoog tempo dezelfde afdaling en in hoog tempo passeerden we de gedenksteen bij de plek des onheils, zonder die op te merken. Beneden gekomen spraken we er onze verbazing over uit dat we het monument, dat ik ken uit de beeldentuin van Jac, niet waren tegengekomen, terwijl het er toch echt moest staan. Dus omkeren, klimmen en zoeken. Natuurlijk stond het er, maar achter het monument gaapte geen duizelingwekkende afgrond, maar slechts een geleidelijk aflopende diepte begroeit met gele brem. Niet te vergelijken met het ravijn waar Wim van Est in 1951 in donderde op de Col d'Aubisque. Daar was het enige waarneembare geel de trui van IJzeren Willem zelf, alsof een schilder een helgeel puntje had aangebracht in een diep grijsgroen tableau. Starend naar het afgrondje van Rivière vroegen we ons af hoe je op die plaats zo’n smak kunt maken? We speculeerden er langdurig over. Zou de door het Franse publiek opgezweepte favoriet zo geobsedeerd zijn geweest door de gele trui dat hij koste wat kost de voor hem rijdende Italiaan Gastone Nencini, de meest roekeloze daler van die tijd, had willen volgen? Had hij in zijn obsessie die gele bremstruiken voor een woud van gele truien aangezien? Of had hij misschien de bocht wel expres verkeerd genomen om een dreigende nederlaag te ontlopen? Uit eigen diep weggestopte ervaring weet ik dat renners soms onze lieve heer om een val of een lekke band smeken, als ze verschrikkelijk afzien en een nederlaag onafwendbaar lijkt. Maar ook na het analyseren van die mogelijkheden, begrepen we nog niet waarom Rivière toen die val maakte die zijn leven zo zou doen veranderen. Het was geen loodzware etappe en dat blijkt uit de uitslag. De rit van Millau naar Avignon werd in 1960 gewonnen door de Belg Martin Van Geneugden, een renner die vooral in de herinnering is gebleven als een rappe finisher. Tweede en derde waren André Darrigade en Jean Graczyk, ook snelle jongens, die dat jaar in fel gevecht waren gewikkeld om het winnen van de groene trui. Die uitslag maakt het drama Rivière nog triester, want het is gespeend van iedere heroïek. Toch nemen we eerbiedig afscheid van de plek waar in potentie een van de grootste renners aller tijden in luttele seconden zijn machtige sportlijf in een wrak voelde veranderen. Boven ons cirkelde een vale gier, mooi afgetekend tegen het helblauwe zwerk. Het had iets sinisters alsof er nog iets van Roger Rivière te eten zou zijn. Er was echter niets, behalve die gedenksteen die zoveel zegt over de rijke historie van de Tour de France. Eigenlijk zouden de parcoursbedenkers van de Tour verplicht moeten worden om ieder jaar de karavaan langs een stuk of wat van dit soort stoffelijke bewijzen van vergane wielerglorie te voeren om het verleden te gedenken van de mooiste en meest traditierijke van alle wielerwedstrijden: de Tour de France.

Tot volgende week!”

Jan van der Horst
 

Door Fred van Slogteren, 3 juli 2011 12:00

Perjuret

Hallo Jan,

Ik heb ergens gelezen dat het tracé van de weg wel is veranderd sinds de val van Rivière en dat er enkele scherpe bochten wat zijn rechtgetrokken.

Groeten,
Jac

Geplaatst door Jac, 03 juli 2011 16:37:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web