Uit de ordners van Jan …

 

“Op 30 juni 1977 startte in Fleurance de 64ste Tour de France. Deze Tour, die bol stond van successen voor TI-Raleigh en Frisol, de twee Nederlandse ploegen van toen, zal vanaf volgende week donderdag dagelijks op de slogblog etappe na etappe herleven. Dat betekent dat ik in de maand juli mijn wekelijkse rubriek stopzet, maar na de vakantietijd weer terugkom met nieuwe afleveringen uit de ordners van Jan. Voor de aanvang van de Tour van dit jaar komt er na deze nog één aflevering. Vandaag vraag ik echter jullie aandacht voor een van de meest toonaangevende wielerbladen aller tijden Miroir du Cyclisme. Het is uitgave nummer 234 van dit Franse tijdschrift dat in juni 1977 in de kiosken te koop was als Special du Tour de France 77. In deze rijk geüillustreerde uitgave was er aan de vooravond van de Tour natuurlijk veel aandacht voor Eddy Merckx. Net als de Franse held Jacques Anquetil had …

… de Belg de Tour al vijf maal gewonnen. Hoewel hij in 1976 lang niet meer zo dominant was als in de jaren daarvoor had De Kannibaal laten weten vast van plan te zijn de prestatie van Anquetil niet alleen te evenaren, maar die ook te overtreffen met een zesde overwinning. Marc Jeuniau blikte in dit nummer, in maar liefst 24 pagina’s vol met prachtige kleurenfoto’s, terug op de zes Touroptredens van Merckx, de man die altijd wilde winnen. Voor Jeuniau was hij wederom een van de favorieten, maar toch had de Franse wielerjournalist gerede twijfels over de kansen van de meest succesvolle wielrenner aller tijden. Zijn debuut in de Tour van 1969 ‘Fabuleux dans les Pyrénées’ was uniek geweest. Zes etappezeges plus het winnen van alle klassementen en een complete uitzet aan leiderstruien was als staaltje van overmacht nog nooit vertoond. Daarna was hij iets minder indrukwekkend ook heer en meester geweest in 1970, ‘71, ‘72 en ‘74. In 1975 reed Merckx wel in de regenboogtrui, maar niet in le maillot jaune, Parijs binnen. Voor het eerst moest hij iemand voor zich dulden, het nieuwe idool aller Fransen: Bernard Thevenet.   

De kanshebbers voor de eindzege in de Tour van 1977 werden in deze Special onder de loep genomen door redacteur Jacques Marchand. Natuurlijk te beginnen met Bernard Thevenet. ‘Entre le doute et l'espoir’ luidde de kop boven deze beschouwing. Thevenet leek hersteld van zijn matige optreden in 1976 dat op zijn eclatante zege van het jaar ervoor volgde. Hij was bijzonder gemotiveerd maar tegenover zijn hoop op terugkeer stond de twijfel van Marchand. Kandidaat nummer twee was natuurlijk Eddy Merckx. ‘Le dernier défi’, oftewel de laatste uitdaging, voor de vijfvoudige Tourwinnaar die er zo op was gebrand om voor de zesde keer in zijn zo succesvolle loopbaan het geel naar Parijs te brengen. Kandidaat nummer drie was onze Joop Zoetemelk. De Tour de France was volgens Marchand zijn specialiteit geworden. Hij had de Tour weliswaar nog niet gewonnen, maar was wel al drie keer als tweede geëindigd. Omdat de oude Raymond Poulidor niet meer mee zou doen, was Sjop nu de absolute kopman van de Miko-Mercier-ploeg en dat was voor de Nederlandse Fransman een uitgelezen kans om eindelijk toe te slaan. De vijfde kanshebber was blond, knap en pas 22 jaar. Dietrich Thurau, het Duitse wonderkind zou zijn debuut in de Tour gaan maken en hij werd allerminst kansloos geacht. Hij had een geweldige ploeg (TI-Raleigh, JH) achter zich en het ontbrak hem niet aan zelfvertrouwen. Als zesde kandidaat werd Francesco Moser genoemd. De fiere Italiaan had weliswaar de Ronde van Italië verloren, maar zou in Frankrijk zijn revanche willen halen. De vraag was echter of hij de Tour zou kunnen winnen? Hij was allround, want hij was sterk op het vlakke, hij kon een sprint winnen, kon dalen als de beste, maar zou hij ook in het hooggebergte mee kunnen, want er moest in deze Tour nogal wat geklommen worden. De laatste kandidaat voor de eindzege was de winnaar van 1976, de Belg Lucien Van Impe. De laatste vertegenwoordiger van het ras der geboren klimmers, aldus het blad. Helaas mist hij – volgens Marchand – nog wel eens de ambitie, omdat hij zich te veel zou concentreren op het bergklassement. Henri Anglade, zijn ploegleider, liet er echter geen twijfel over bestaan en had Marchand laten weten dat Van Impe naar de Tour zou komen om te winnen. Zes serieuze kanshebbers voor de eindzege, waarbij het opvallend is dat Hennie Kuiper niet werd genoemd, terwijl dat toch de man was die de Tour met luttel verschil op Thevenet zou verliezen.

Hennie werd echter niet vergeten, alleen werd hem een andere rol voorspeld. Samen met Gerrie Knetemann werd de Denekamper gezien als een vrijbuiter, die zich op allerlei gebied kon manifesteren, maar te licht werd bevonden voor de eindzege. De twee Nederlanders worden als zodanig in een leuk artikel aan de lezers voorgesteld. Knetemann, na Jan Janssen al weer een Nederlander met een bril, had ondanks zijn nog jonge leeftijd al een benijdenswaardige palmares opgebouwd. Winnaar van de Amstel Gold Race in 1974 en een jaar later een etappezege in de Tour de France. Was in 1976 ook de beste geweest in de Ronde van Andalusië en die van Nederland, terwijl hij dit jaar (1977 dus) al de Vierdaagse van Duinkerke en de Henninger Turm in Frankfurt op zijn naam had geschreven. Hennie Kuiper was in 1972 Olympisch kampioen geworden en in 1975 had hij in de strijd om de regenboogtrui alle favoriete Belgen in eigen huis geklopt. In 1976 won hij een Touretappe, maar moest later uitvallen na een zware valpartij. De 28-jarige Nederlander zou naar de Tour komen met nieuwe ambities en als lid van de TI-Raleigh-ploeg moest hij staat worden geacht een leidende rol op te eisen. Hoe het zou aflopen lezen jullie de komende weken.

Tot volgende week!”

Jan Houterman

SPEEL MEE IN HET SLOGBLOG TOURSPEL!
 

Door Fred van Slogteren, 20 juni 2011 8:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web