Follow me, I’m the Pied Piper (deel IV)


"Op de vijfde dag van onze reis besluiten we naar La Roche te fietsen, een redelijke plaats waar Dik een Nederlandse krant hoopt te scoren. De zon schijnt de hele dag en we raken gewend aan het klimmen op een volbepakte racefiets. In La Roche aangekomen blijkt de enige Nederlandse krant die er te koop is De Telegraaf te zijn, maar die leest Dik als voormalig communist uit principe niet. Hij is atheïst en ik ben katholiek. Zijn visie op de zin van het leven is dat het nergens toe dient, terwijl ik nog altijd hoop dat dit wel zo is. We lullen er die avond voor ons tentje urenlang over, maar komen er niet uit. Follow you, follow me, houdt Phil Collins aan. Dik´s stijl van argumenteren voert de boventoon en zijn woord is daarom meestal wet. Dat is de reden waarom we de volgende dag eerst naar Bastogne en vervolgens naar het Luxemburgse Wiltz fietsen. Het is druk onderweg, terwijl ik later op de kaart ontdek dat ...

... er vrijwel parallel aan onze route een fietspad loopt waar je geen hinder hebt van langs scheurende auto’s. Op de camping aangekomen horen we dat de winkels die dag dicht zijn en nergens een biertje is te krijgen. Gelukkig zit er een joviale Hollander voor zijn caravan en op mijn brutale vraag of hij een biertje voor ons kan missen, reageert hij met het aanschuiven van stoelen en voor ieder van ons een heerlijk uitziende blonde jongen. We kunnen alles van hem krijgen, lacht hij breed als we maar van zijn vrouw afblijven. Dat beloven we, maar de volgende morgen druk ik haar toch maar als dank een kus op de wang, nadat we hem langdurig de hand hebben gezwengeld om hem te loven voor zijn gastvrijheid. De loop van het riviertje de Sûre bepaalt die dag onze richting tot aan Diekirch. Op de kaart zien we dat er ergens een camping moet zijn. De weg er naartoe voert echter ergens anders heen. We keren om, om het terug bij AF via een omweg opnieuw te proberen. Ook dat loopt op niets uit en we zijn vastbesloten niet opnieuw terug te fietsen. Uiteindelijk vinden we de plaats waar de camping ligt, maar tot onze teleurstelling is het een vuilnisbelt geworden. De moed zakt ons in de schoenen en we hebben geen puf meer om verder te gaan. Gimme shelter, smeekt Mick Jagger in mijn hoofd en na enig overleg besluiten we de oorspronkelijke bestemming van het terrein enigszins in ere te herstellen en klimmen met onze fietsen over de gesloten slagboom heen. We vinden zowaar een redelijk plekje om de tent op te zetten. We hebben gelukkig voldoende eten en drinken bij ons en hebben dus niets nodig. Ik ontkurk de fles wijn en slurp in no time een halve liter naar binnen. De andere helft is voor Dik, maar die is druk in de weer met het bereiden van een eenvoudige maaltijd. Ik kijk er lodderig naar en krijg slaap. Ik onderdruk een geeuw en toets traag een sms’je naar Ria. Per kerende post komt het antwoord in drie woorden: ‘je bent bezopen!’ Zij gelooft in mij, zingt Hazes vol overtuiging. Hoewel niet erg op ons gemak vanwege de omgeving, waar de ratten vrij spel hebben, vallen we door vermoeidheid en de wijn in een diepe slaap. De volgende morgen zijn we direct in debat over de vraag gaan we door Frankrijk of door Duitsland? Dik wil liever door de Eifel en ik prefereer de Vogezen. Een uurtje later fietsen we langs de Moezel Duitsland in om via een mooie route weer naar Luxemburg te fietsen, teneinde in de buurt van Echternach te overnachten. Echternach is de stad van de grijze golf. We zien allemaal oude mensen op terrassen, vergeten onze leeftijd en besluiten weg te wezen en wel zo snel mogelijk! Holding back the years, galmt Mick Hugnall van Simply Red als we het stadje uitrijden. Gelukkig vinden we na een uurtje fietsen een camping. De volgende dag gaat het richting Vianden om vandaar de rivier de Our te volgen om wederom in Duitsland uit te komen. Het is goed weer en we karren lekker door. Blijkbaar zijn we die dag de enigen die zich verplaatsen, want we komen urenlang niemand tegen. We genieten zwijgend van de roofvogels en stoppen zelfs even om een gevecht om een prooi te volgen tussen een kraai en een buizerd. Sociaal gedrag kennen vogels niet en het komt niet bij ze op de buit te delen. Ze willen alles en daarin zijn het net mensen. Egoïsme zit in onze genen en de bereidheid met anderen te delen is aangeleerd. Even verder staan er plots enkele koeien op ons pad. Ze zijn uitgebroken en zijn niet van plan opzij te gaan, dus besluiten we ze weer de wei in te jagen. Met handgeklap en gestrekte armen krijgen we ze op eentje na weer waar ze vandaan zijn gekomen, maar die ene is ons steeds te slim af en loopt de andere kant op als we ook maar enigszins in haar buurt komen. Harry Connick Junior klimt in mijn hoofd en zingt: I´m an old cowhand from the Rio Grande. Ik kies een andere tactiek en met een luide schreeuw spring ik op het eigenwijze beest af met als gevolg dat de geschrokken koe een sprong over de omheining maakt alsof het een springpaard is. Hoewel ze bij een concours hippiqué zo maar vier strafpunten zou krijgen, komt ze met ongeschonden uiers over de hindernis. Opgelucht vervolgen we onze weg, terwijl we elkaar prijzen voor de goede daad waarvoor nooit iemand ons zal bedanken. We stoppen vroeg die dag omdat we een mooi gelegen camping tegenkomen waar we ook nog eens onze pannetjes kunnen laten volscheppen met een maaltijd bij de plaatselijke afhaalduitser. Ik heb honger als een paard en Rowen Hèze inviteert: Bestel mar, bestel mar, bestel mar. Het smaakt uitstekend en na het eten maken we een mooie wandeling langs de Our. Terug op de camping is er een groep toerfietsers gearriveerd. Het zijn jonge gasten die ons bergop moeiteloos uit het wiel zouden rijden, maar die kans gaan we ze natuurlijk niet geven. Met een biertje en een wijntje wordt het nog reuze gezellig, hoewel ik het tot ergernis van Dik niet kan laten over mijn successen als coureur te beginnen en uitgebreid mijn erelijst met ze doorneem. Dik vertelt nooit ongevraagd over zijn kunstwerken, terwijl ik nogal eens over mezelf wil opscheppen. Dat krijg ik in de afzondering van de tent uiteraard ingepeperd, waar ik zwakjes tegen inbreng dat het in moeilijke situaties nog wel eens makkelijk deuren opent. ‘Je bent de Privé niet’, zegt hij nijdig om het laatste woord te hebben. Met Ramses val ik in slaap LAAT ME, LAAT ME, LAAT ME! (wordt vervolgd)

Tot volgende week!”

Jan van der Horst

Door Fred van Slogteren, 12 juni 2011 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web