Uit de ordners van Jan …

 

“Op 7 juni 2002 werd onder grote belangstelling het eerste nummer gepresenteerd van De Muur, een journalistiek-literair tijdschrift met prachtige wielerverhalen. De heroïek, de dramatiek en de schoonheid van de sport werden er in beschreven door Nederlandse en Vlaamse auteurs. Op de omslag zien we het peloton in de beklimming van de Muur van Hoei. In de redactie zaten Bart Jungmann, Mart Smeets en Bert Wagendorp. In het voorwoord schreef Jungmann dat er voldoende verhalen waren voor pakweg 210 pagina’s. Uiteindelijk bleven er daar 128 van over, verdeeld over dertien hoofdstukken, elk geschreven door een lid van het Nederlandstalige schrijvers- en journalistengilde. In dit eerste nummer bijdragen van onder andere Jan Siebelink, Rik Vanwalleghem, Freek de Jonge, Wilfried …

… de Jong, Marije Randewijk, Mart Smeets, Jeroen Wielaert en Bart Jungmann. Uiteraard ontbreekt ook de Vlaamse wielerdichter Willy Verhegghe niet.

Maar liefst twintig pagina’s telt het hoofdstuk dat Peter Ouwerkerk schreef over Abdelkader Zaaf, hoofdperzoon in een van de meest fascinerende Touranekdotes aller tijden. Dat speelde in de Tour de France van 1950. Aan het woord komt de Brabander Frans Vos, die als lid van de Nederlandse ploeg na afloop van de dertiende rit in die Tour moest opgeven. Het verhaal van Zaaf is in het kort als volgt: In de 13e etappe van Perpignan naar Nîmes ontsnapte de Algerijn met zijn landgenoot Molinès en ze pakten maximaal twintig minuten voorsprong op het peloton. Door de enorme hitte dronk Zaaf twee flessen witte wijn leeg, die hem door het publiek waren toegestoken. Dronken slingerde hij over de weg, kwam te vallen en werd vervolgens door omstanders tegen een plataan gelegd om op die lommerrijke plaats direct in slaap te vallen. Als hij na enige tijd weer ontwaakt beseft hij vaag wielrenner te zijn en stapt weer op zijn fiets. Hij rijdt in de verkeerde richting nog vijftig meter, valt dan wederom en wordt even later door een ambulance afgevoerd. De foto van de donkere renner tegen een boom gaat de hele wereld over. Vrijdagochtend 28 juli 1950, zo schreef Ouwerkerk, stappen in Nîmes zowel Vos als Zaaf in de trein naar Parijs. Eenmaal daar besluiten ze samen op zoek te gaan naar de burelen van l’Équipe. ‘Ik had zo’n 2.300 gulden verdiend’, zegt Frans Vos. ‘We kregen 80 gulden per dag, plus wat premies. Was me een mooie hoor, die Zaaf. Wilde met dat geld Parijs wel eens zien. Ik geloof dat we drie dagen aan de boemel zijn geweest.’ Uiteindelijk spon Zaaf garen bij zijn historische optreden. Door het voorval werd hij razend populair en kon hij overal in Frankrijk criteriums rijden, terwijl er ook een naar hem vernoemde wijn op de markt werd gebracht. Zowel Zaaf als Vos zijn inmiddels overleden. Zaaf op 22 september 1986 en Vos op 17 april 2001. Gelukkig leeft de legende voort!

Tot slot het gedicht dat Freek de Jonge als zijn bijdrage schreef:

ze vroegen mij een wielrenvers
de vraag kon mij niet inspireren
ik dacht aan kleppers in een waaier
aan gladiolen en de dood
aan stilvallen en demarreren
ik zat een kermiskoers lang
naar een leeg vel te kijken
ooit zij een renner tegen mij
als de vorm er is
lijkt het peloton als vanzelf te wijken.


Waar ik in deze rubriek vaak moet eindigen met het gegeven dat het besproken tijdschrift na een korte periode het loodje heeft moeten leggen, daar heeft De Muur inmiddels haar bestaansrecht bewezen. Afgelopen maart verscheen editie 32 met daarin onder andere een verhaal over de aanrijding van Jesper Skibby op de Koppenberg en een interview met Maarten Tjallingii.

Tot volgende week!”

Jan Houterman
 

Door Fred van Slogteren, 6 juni 2011 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web