Uit de beeldentuin van Jac …

 

”Het sportcentrum in Sainte-Feyre kreeg in 2009 de naam ‘Espace Sportif Raymond Poulidor’. Ter gelegenheid daarvan is er op een muur bij de ingang een gedenkplaat opgehangen ter ere van deze sportman uit de Creuse, die in zijn vaderland nog steeds zeer populair is. Raymond Poulidor heeft nooit de Tour de France gewonnen. Hij heeft zelfs geen dag de gele trui gedragen. Hij stond wel acht keer op het podium, één keer meer dan Zoetemelk en Hinault. Hij kreeg er het etiket ‘eeuwige tweede’ door opgeplakt. Hierdoor is een beetje het beeld ontstaan van een ‘schlemiel’, maar dat is onterecht. Poulidor was wel degelijk een zeer …

… goede coureur die de pech had dat zijn carrière viel tussen de heerschappijen van twee superkampioenen, iets wat ook Joop Zoetemelk is overkomen. Toen Poulidor in 1962 voor het eerst aan de start van de Tour stond, had Anquetil die al twee keer gewonnen en diens positie in het peloton leek nog voor jaren onbedreigd. Die Tour begon voor Poulidor al slecht, want bij een training had hij zijn linkerhand gebroken en moest hij van start met een pols in het gips. De Tour was nog maar nauwelijks begonnen of hij werd door toedoen van Van Looy op afstand gereden. Hij verloor vervolgens ook tijd in de klimtijdrit naar Superbagnières, maar ondernam daarna een dappere solo in de Chartreuse die het publiek inspireerde hem de troetelnaam ‘Poupou’ te geven. Anquetil won de Tour en Poulidor eindigde als derde. In 1963 waren de tijdritten korter, wat een voordeel moest zijn voor een echte klimmer als Poulidor. In de eerste tijdrit hoefde hij maar 45 seconden toe te geven op de supertijdrijder Anquetil. Gaandeweg klom Poulidor steeds hoger in het klassement en hij nam zich voor een ultieme aanval op Anquetil in te zetten op de Grote Sint-Bernard. Toen bleek echter de waarde van een goede coach. Ploegleider Geminiani wist dat er op die berg altijd een snoeiharde wind stond en hij zette zijn kopman Anquetil op een superlicht fietsje. Poulidor voerde zijn strijdplan uit maar verbruikte nodeloos zijn krachten, stortte in en verloor vier minuten. In 1964 vertrok hij als de grote favoriet. Door een lekke band verloor Anquetil kostbare tijd, maar toen maakte Poulidor op de wielerbaan van Monaco een voor hem kenmerkende fout. Hij vergiste zich in het aantal nog te rijden ronden en Anquetil pakte de winst en de bonificatieseconden. Kenmerkend was ook de pech die hij steeds weer had. In de etappe naar Toulouse brak hij een spaak en nadat een nieuw wiel was gestoken kwam hij ten val door de wijze waarop de mekanieker hem aanduwde. Zo verloor hij nog eens twee kostbare minuten. Zijn koersinzicht was niet geweldig, want de Tour van 1964 vond zijn apotheose in de beklimming van de Puy de Dôme. Legendarisch zijn de beelden waarin de beide rivalen als uitgetelde boksers met de schouders tegen elkaar aan hingen. Anquetil was volkomen uitgeput. Iedereen zag het, behalve Poulidor. Toen hij het eindelijk in de gaten kreeg ging hij alsnog in de aanval maar miste de gele trui op veertien seconden. ‘Als hij mijn trui had veroverd was ik naar huis gegaan’, zei Anquetil later. In plaats daarvan won Maître Jacques de laatste tijdrit en voor de vijfde keer de Tour de France. In 1965 ontbrak Anquetil in de Tour, maar Poupou was niet direct de grote favoriet. In de Vuelta had hij zeer matig gepresteerd en er waren openlijk twijfels over zijn tactisch inzicht. Hij maakte de fout de concurrentie te onderschatten, waardoor uiteindelijk de jonge Italiaan Felice Gimondi als winnaar in Parijs arriveerde. In 1966, toen Anquetil wel weer meedeed, verkeek hij zich op Lucien Aimar. In 1967 werd er weer eens met landenteams gereden en Poulidor was de Franse kopman. Dat kopmanschap moest hij echter delen met Roger Pingeon die dat jaar in supervorm verkeerde. Toen die door een vroege aanval in een goede uitgangspositie kwam voor de zege, moest Poulidor lijdzaam toezien hoe zijn landgenoot de kansen bekwaam greep en de volle winst pakte. In 1968 werd hij aangereden door een volgauto. Hij bloedde hevig aan neus, elleboog en knie en gaf twee dagen later gedesillusioneerd op. In 1969 verscheen Eddy Merckx op het toneel en toen waren zijn kansen op een Tourzege definitief verkeken.

Tot over veertien dagen!”

Jac Zwart
 

Door Fred van Slogteren, 28 mei 2011 10:00

Poulidor, geen pech

Ik vind het te makkkelijk om het ontbreken van grote uitslagen van Pouidor en Zoetemelk te wijten aan de pech dat ze beiden te maken hadden met superkampioenen. Als de superkampioenen niet mee deden wisten Poulidor en Zoetemelk evenmin te winnen
Poulidor zou dan in 1965 hebben moeten winnen. In de voorbeschouwing van deze Tour vatte Jan Janssen het kernachtig samen (zie o.a. het boek van Fred van Slogteren over Jan Janssen)
“Zolang Anquetil aan de Tour deelneemt en hem niets ernstigs overkomt als een valpartij of iets dergelijks, is de uitlag 1. Anquetil, 2. Poulidor. Nu Anquetil dit jaar de Tour overslaat, rekent iedereen erop dat Poulidor wint. Laat ik dan nu maar zeggen dat Poulidor de Tour niet gaat winnen. Nu niet en nooit niet, daar heeft hij gewoon niet voldoende persoonlijkheid voor. Hij is goed als Anquetil erbij is. Dan kan hij zijn koers op Jacques afstellen. Maar hij kan de wedstrijd niet maken.”

Geplaatst door Piet van der Meer, 28 mei 2011 19:31:54

Poulidor

Als u de tekst nog eens nauwkeuriger leest dan zult u zien dat ik nergens zeg dat het ontbreken van grote uitslagen te wijten is aan die grote kampioenen, hoogstens dat dat op hun carrière wel van invloed is geweest. En bij de beschrijving van de Tour van 1964 wordt het ontbreken van koersinzicht bij Poulidor expliciet vermeld.

Geplaatst door Jac, 28 mei 2011 21:53:32

Poulidor, geluk

Geachte Jac. Zwart
Ik heb uw stukje met grote belangstelling gelezen. De etappe van de Tour van 1964 naar Toulouse staat me nog levendig voor de geest. Anquetil ging toen van start met een kater (had de avond ervoor te veel champagne gedronken). Hij miste de slag. Poulidor, Janssen Jo de Roo en Sels zaten wel in de ontsnapping. De Roo, ploegmaat van Anquetil, moest met nog een ploegmaat wachten op Anquetil en hem naar de kopgroep brengen. Ongeveer toen Anquetil aansloot, kreeg Poulidor een dubbele portie pech. Vervolgens bij het opdraaien van de wielerbaan viel Jan Janssen en verloor daardoor zijn groene trui.
Maar we dwalen af. Zonder Anquetil zou Poulidor geen eeuwige tweede geweest zijn. Maar hij zou ook niet gewonnen hebben. Als Anquetil er niet bij was (of er zoals in 1966 de brui aan gaf) werd Poulidor eerste noch tweede. Hij reed dan als een kip zonder kop. Dankzij Anquetil werd hij tweede en kreeg hij zodoende de titel "eeuwige tweede". De aanwezigheid van Anquetil was geen pech, maar een geluk voor hem. Jan Janssen, atletisch gezien de mindere van Poulidor, wist wel te winnen bij afwezigheid van een Anquetil en Merckx.

Geplaatst door Piet van der Meer, 29 mei 2011 18:45:49

Poulidor

Beste Piet,
Ik denk dat wij in de grond van de zaak helemaal geen groot verschil van mening met elkaar hebben. Het zijn enkele bewoordingen van mij die bij u blijkbaar wat moeilijk liggen. Het zij zo, het staat er nu eenmaal.

Wat Jan Janssen betreft: die heeft zich ook laten verrassen, nl. door Aimar. En atletisch gezien de mindere van Poulidor? Misschien, kan ik niet beoordelen. Maar ik weet wel dat er in die tijd geen renner was die zo geweldig kon afzien als Jan Janssen en dat dat, samen met zijn slimheid, m.i. de basis vormde voor zijn Tourzege.

vr.gr.

Geplaatst door Jac, 30 mei 2011 17:56:30

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web