Het loze vissertje …


“Wielrennen is de mooiste sport die er is. Dat vind ik althans. Ik heb er natuurlijk mee moeten leren leven dat niet iedereen dat vindt. Binnen mijn eigen omgeving zijn ze er na al die jaren wel van doordrongen dat er op dat punt niet met mij te praten is. Alleen mijn zwager wil nog wel eens het debat aanslingeren. Die heeft niets met hardfietsen, maar is wel helemaal leip van het sportvissen. Op familiebijeenkomsten pochen we daarom altijd tegen elkaar op over de geneugten en voordelen van onze passies. Het is een variant op het aloude ‘wie heeft de langste?’ en toen hij mij onlangs voorhield dat zijn nieuwe supersonische, volautomatische, computergestuurde carbonhengel meer had gekost dan mijn nieuwste TREK racefiets stond ik behoorlijk met de mond vol tanden. Nadat de ...

... prijzen tot op de euro nauwkeurig waren vergeleken, was er geen spaak of dobber tegenin te brengen. Iets anders ligt het met de discussie welke sport een grotere aanslag doet op het hart van de beoefenaar. Volgens mijn schoonbroer is sportvissen in dat opzicht net zo zwaar als wielrennen, zo niet zwaarder. In de strijd met een vis werk je het lijf net zo in het rood als op een racefiets in volle spurt of bergop. Ik vond het een boude bewering ondanks de voorbeelden die hij gaf van aan de waterkant acuut overleden collega-sportvissers die, wat reanimatie betreft noodgedwongen aan hun lot moesten worden overgelaten omdat eerst de vis van gigantische afmetingen op de kant moest. Om mijn gelijk aan te tonen nodigde ik hem uit voor een tochtje op de fiets, maar daar stak zijn vrouw met het oog op zijn gezondheid een stokje voor. De mijne had er echter geen bezwaar tegen als ik met hem een dagje mee ging vissen. Ik kon geen argumenten bedenken om het niet te doen, zeker toen de carbonhengel tevoorschijn kwam die ik eens van Tiemen Groen heb gekregen. Mijn zwager had met een satanische lachje de agenda al getrokken en voor ik het wist zat ik naast hem in de auto, op weg naar het Groene Rak, idyllisch gelegen aan de historische Leidsevaart ergens tussen Haarlem en Leiden. Eenmaal daar aangekomen en geïnstalleerd moest ik vaststellen dat er met mijn dobber niets gebeurde, terwijl hij - vlak naast me gezeten - de ene vis na de andere ophaalde. Bovendien moest ik mijn activiteiten al spoedig staken, omdat een overijverige politieman ons geluk kwam verstoren met de vraag of hij even onze visvergunning mocht zien. Mijn zwager trok het document direct tevoorschijn, maar ik moest bekennen een dergelijk papiertje niet te bezitten. Ik kreeg een visverbod. Het liefst was ik direct vertrokken, maar we waren met zijn auto en zijn geluk kende geen grenzen omdat hij steeds weer kon ophalen. Overigens een vrij zinloze bezigheid, omdat hij ieder visje steeds weer met precisiewerktuigen van het haakje ontdeed en vervolgens weer te water liet. Voor mij werd het de tijd doden, een lastige opgave want praten werd niet op prijs gesteld en toen ik uit pure balorigheid steentjes ging keilen met het oogmerk die zo vaak mogelijk op de waterspiegel te laten stuiteren, werd ik beloond met een venijnige snauw omdat hij daardoor niets meer zou vangen. Zo lag ik machteloos in het gras met de nare bijkomstigheid dat er alsmaar wielrenners langs fietsten en ik voor geen prijs herkend wilde worden. In mijn benarde positie kwam pas enige verbetering toen de vissen onder het wateroppervlak eensgezind besloten mijn zwager niet langer zijn geluk te gunnen. Geen aasje bewijs, kreeg hij meer en al spoedig begon het gekanker. Ik leefde helemaal op toen ik hem om de haverklap ander aas zag proberen of een nog lichter lijntje monteren. Niets hielp, de vissen waren weg en bleven weg, wat hij ook probeerde. Het was voor mij de enige overeenkomst met wielrennen, want vormcrisis veroorzaakt bij renners hetzelfde effect. Ze zoeken de oplossing altijd in het materiaal. Nadat hij alles had uitgeprobeerd pakte hij uiteindelijk morrend zijn spullen bij elkaar en samen maakten we ons op de stek te verlaten op weg naar de auto. Op dat moment passeerden twee trainende renners, waarvan ik er een direct herkende. ‘Dikkie’, riep ik luid. Dik Schouten keek om, vergat te sturen, raakte van de weg en dook zo de vaart in. Schaterend trok ik hem even later op de kant, waarmee ik alsnog de zwaarste vangst van die dag op mijn naam schreef. Hij was drijfnat, zijn fiets was kapot en er zat voor mijn humeurige zwager niets anders op dan hem eerst naar huis te brengen en vervolgens mij. Fluitend kwam ik thuis, smeet de hengel van Tiemen in het schuurtje en nam innig mijn mooie TREK in de armen om even later al mijn energie op de pedalen over te brengen en een sprintje te trekken langs de vaart waar ik een uur eerder nog had liggen balen. Sportvissen was toch al niet mijn hobby, maar na deze dag had ik er helemaal geen TREK meer in.

Tot volgende week!”

Jan van der Horst

DOE NET ALS JAN OP 26 JUNI MEE AAN DE S.PA.A.K. CYCLING CLASSIC! (klik hier)

EN MAAK KANS OP EEN PEUGEOT 107!

Door Fred van Slogteren, 15 mei 2011 10:00

Kostelijk verhaal Jan!

Geplaatst door Michel, 16 mei 2011 07:27:47

Schitterend!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

Geplaatst door Harry Hermkens, 16 mei 2011 10:56:46

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web