Twee minuten stilte …


Vanavond herdenken wij weer de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. De laatste tien jaar concentreer ik me tijdens die stilte op de oud-wielrenner Wim de Ruyter (1918-1995), die in 1950 als enige Nederlander de Tour de France uitreed en met de dag beter ging rijden. Toen ik me in 2000 in zijn leven verdiepte, stuitte ik via Hollywood-acteur Dick Denne - zijn schoonzoon - op het oorlogsverleden van deze Rotterdammer. De Ruyter (foto) is als verzetsman zeer moedig geweest en hij ontkwam aan een zekere dood toen hij op transport naar Bergen Belsen uit de rijdende trein sprong, nadat hij in kamp Amersfoort door kampbeul Joseph Kotälla persoonlijk zwaar was mishandeld. Ook denk ik aan Jan van Hout, in de jaren dertig enkele dagen werelduurrecordhouder, die eveneens de zijde van het verzet koos en in concentratiekamp Neuengamme om het leven kwam. Het verhaal van Van Hout is door het noodlot verweven met dat van Cor Wals, die samen met de atleet Tinus Osendarp het symbool is geworden van de foute sportman. Goed en slecht gaan in ...

... deze dagen door ons hoofd en in deze vier gevallen zijn de feiten duidelijk. Er zijn echter ook verdachtmakingen die nergens op sloegen. Zo werden beroemde wielrenners die in de oorlogsjaren gewoon doorfietsten en geld verdienden met de vinger nagewezen als zijnde foute landgenoten. Ook artiesten die voor de Kulturkammer tekenden hebben dat na de bevrijding met hoon en uitsluiting moeten bekopen. Voor hen geen Berufsverbot, want door hun handtekening te zetten mochten ze hun beroep uitoefenen om vrouw en kinderen te eten te geven, net zoals honderdduizenden anonieme boekhouders, timmerlieden, fabrieksarbeiders, mijnwerkers, dat ook deden zonder dat iemand hen dat kwalijk nam. En dan waren er nog de geruchten en roddels. Na de oorlog werd er niet zoveel meer over die bezettingsjaren gesproken, maar wel werd er in het geniep driftig geroddeld over mensen van wie het gerucht ging dat ze ‘fout’ waren geweest. Zonder vorm van proces werden ze doodgezwegen of klandizie onthouden als het om winkeliers ging. Vaak alleen maar op basis van een onbewezen gerucht. Zo vraagt de Amsterdammer Pieter Buijsman zich al jaren af waarom de naam van Jaap van den Bergh nooit genoemd wordt als we het over grote Amsterdamse framebouwers hebben. Zelfs in wielerboeken is zijn naam verdonkeremaand. Pieter zat als jongen vlak bij de fietsenwinkel van Van den Bergh op school en iedere dag ging hij even langs om in de snoepwinkel te kijken, zoals andere Amsterdamse jongens verlekkerd voor de etalages van Bustraan en Joco stonden. Pieter hield er een levenslange liefde voor het materiaal aan over en is nu al jaren verzamelaar van mooie antieke racefietsen. Achter het geheim van Jaap van den Bergh is hij nooit gekomen en hij vreest dat hem dat ook niet meer zal lukken. Er was iets met die man en de oorlog is waarschijnlijk de oorzaak. De mensen die het kunnen weten leven echter niet meer of zijn zo hoogbejaard dat ze het niet meer kunnen vertellen, hun geheugen hen in de steek heeft gelaten of bang zijn iets te zeggen dat niet waar is. Pieter heeft ooit gehoord dat het Van den Bergh kwalijk is genomen dat hij in de oorlog een jonge man in dienst nam om te voorkomen dat die naar Duitsland zou worden vervoerd om daar in de oorlogsindustrie te werken. Dat lijkt me echter eerder een daad van verzet dan van collaboratie. Wie nog iets weet van Jaap van den Bergh en zijn mogelijk oorlogsverleden mag reageren. (Foto: archief Wim van Eyle)

 
DOE OP 26 JUNI MEE AAN DE S.P.A.A.K. CYCLING CLASSIC! (klik hier)

EN MAAK KANS OP EEN PEUGEOT 107!

 

Door Fred van Slogteren, 4 mei 2011 12:00

Jaap van den Bergh

...welke wielerboeken Pieter bedoeld weet ik niet maar de naam 'Van den Bergh' is nooit verdonkeremaand. In het rijtje Amsterdamse framebouwers neemt Jaap nog steeds een prominente plaats in. Dat hij niet ál te vaak genoemd wordt heeft te maken dat er geen of weinig 'kampioenen' op een Bergh-Sport reden. En dan over Jaap's vermeende oorlogsverleden. Die is er dus niet! Als Jaap fout was geweest dan had daar, in de enge jaren vijftig en zestig, in Mokum over geroddeld geworden. Ik heb daar dus nóóit iets over gehoord. Wat dat betreft zong over de eigenaar van Joco, Toon de Jonge, tientallen jaren de verhalen over diens vermeende collaboratie.
Nog een argument dat Van den Bergh niet fout was, was zijn biljartmaatje Willem Bustraan. Jaap en Willem zaten samen met op dezelfde biljartclub, en speelden vaak tegen elkaar. Als Jaap maar een heel klein beetje fout was geweest dan Bustraan, dat nooit gedaan. Willem Bustraan was, tijdens de oorlog, dwangarbeider in een Duits kamp.

Geplaatst door André Stuyfersant, 05 mei 2011 17:10:09

Jaap van de Bergh

Over de Jaap van de Berg en Berghsport is een boek te schrijven. Jan Legrand heeft het fietsen bouwen bij Jaap geleerd.
Stakenburg reed op een fiets van Jaap.

In de werkplaats in de Amsterdamse Jacob van Lennepstraat kwamen veel grote renners van alle Amsterdamse wielerclubs. O.a. Peter en Fons Post en vele anderen. Daar werden veel practical jokes uitgedokterd. Soms over de top.
Het huisgebak was de Amsterdamse tom-pouce. Elke nieuwkomer moest trakteren.

Zijn stokpaardje op maandag was altijd, als we daar verzamelden;
“Moeten jullie niet trainen. Zeker gisteren gekoerst. Nog geen platte prijs gewonnen. Weten jullie waarom je door die Brabantse jongens eruit gereden worden? Nou? Die zijn nu aan het trainen. Jullie hebben op zondag gekoerst. Maandag moet je een beetje aftrainen, dinsdag regent het, woensdag en donderdag wordt een beetje gefietst, vrijdag mag je niet forceren, zaterdag moet je je fiets in orde maken en zondag gaan jullie dan een wedstrijdje rijden.
Die slagersjongen uit Brabant brengt eerst de hele dag bestellingen rond. Vervolgens gaat hij weer of geen weer trainen en ‘s avonds gaat hij op de fiets naar één van zijn vrienden die en dorp verder op woont. Hij heeft inmiddels over de hele dag 200 kilometer afgelegd en julie komen hier binnen met die mooie kousen van Stephisport en zitten hier tom-poucen te eten.”

Jaap maakte ook fietsen voor Stephisport. Bij Stephisport kon je mooie kleding uit Italië kopen.

Als Jaap uitging of naar het Olympischstadion dan zag hij er zeer gesoigneerd uit. Hoed op, streepsnorretje en mooie schoenen.

Roel Geuzinge

Geplaatst door Roel Geuzinge, 28 augustus 2011 12:32:27

Jaap van de Bergh

Ja Jaap had wel gelijk over die jongens uit Brabant,hier een verhaaltje over jongens uit Gelderland.Oude manier van WARMING UP!!!.
Baanfiets pakken.oude wielen steken,rugzak met racekleding en daar boven op de goede baanwielen gesjort omgehangen,en dan op de baanfiets van Apeldoorn naar Wageningen of Nijmegen en zelfs naar Oss.Daar aangekomen,wielen wisselen,omkleden en dan rijden of je jeven er van afhangd en hopen dat je geen lekke band kreeg of zo,want veel materiaal hadden wij niet bij ons.Op de baan kwam een nette meneer in pak naar ons toe en zei: jongens ,De WARMING UP niet vergeten hoor!!! het was de consul van Gelderland,wist hij veel hoe wij naar de baan kwamen.Meestal waren er drie wedstrijden of trainings ritten per week en dan nog de grote zondags wedstrijden.Naar de banen fietsen was onze WARMING UP de weg terug en de westrijden onze training,en DOOP!! hadden wij ook:bruine bonen met siroop als ontbijt,de hele dag werken en een lichte maaltijd voor dat wij op weg gingen en de wil om te winnen(en dat lukte af toe ook).Ik hoop dat bij velen dit kleine verhaaltje,herinneringen op zal roepen,en zij dat met glimlach terug zullen kijken op die jaren van weleer.Ik moet wel bekennen dat ik geen wielrenner was,maar wel veel mee ging met mijn broers Nico en Gerrit Regter,ik fietste me eigen te barsten om ze bij te houden,dus heb ik wel een klein beetje het recht om te spreken uit naam van Nico en Gerrit(beiden helaas overleden)
Sportieve Groeten,
Ben Regter.

Geplaatst door Ben Regter, 01 september 2011 22:34:47

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web