Het balhoofdplaatje van Otto …

 

“… komt deze keer uit Kuurne, een plaats die de rechtgeaarde wielerliefhebber bekend in de oren zal klinken. Je ruikt bij het horen van die naam bij wijze van spreken de koers. Net als trouwens bij namen als Harelbeke, Wevelgem en Robeke. Huh? Robeke? Dat is de beroemdste naam van allemaal, want Robeke is het Vlaamse woord voor Roubaix. Die tweetaligheid kom je in dat deel van België en Noord-Frankrijk overal tegen. Zo heet de stad Lille in het Vlaams Rijssel en Karel Van Wijnendaele schreef daar ooit over: ‘Lille, heet bij ons Rijssel, uitgesproken als Riessel. Dat is een verbastering van D’r insel, wat eiland betekent. Eiland is in het Frans l’île en dat spreek je weer uit als liel, Lille dus.’ Zo kun je iedere naam aan weerszijden van de …

… Belgisch/Franse grens wel verklaren als je er de tijd voor neemt. Ongeacht die scheidslijn is het allemaal Vlaanderen of het nou Belgisch Vlaanderen of Frans Vlaanderen is. De streek waar de coureurs over de Monteberg en de Boigneberg fietsen en in de Driedaagse van Duinkerke (Dunkerque) over de Mont Cassel. Aan weerszijden van de grens wonen mensen die zowel Frans spreken (eigenlijk is het geen Frans, maar Picardisch) als Vlaams klappen. Aan de Franse kant is die tweetaligheid aan het verdwijnen, maar aan de Belgische kant wordt het in ere gehouden omdat Frans daar de voertaal is en als enige taal op school wordt onderwezen. Iedereen spreekt er echter ook een Vlaams dialect. De meeste dorpen in dat gebied zijn onderdeel van zogeheten faciliteitengemeentes, waar je als burger het recht hebt om op het gemeentehuis tweetalig te woord te worden gestaan. Met dat recht kon er in Kuurne, midden in het Vlaamse land, een fietsenfabriekje bestaan dat Les Frères heette. De eigenaren waren de gebroeders Depypere en ze zetten per jaar zo’n duizend tot twaalfhonderd fietsen voor de verkoop in elkaar. Naar goed gebruik hadden ze er ook een onderdelengroothandel bij, alsmede een staminee, waar avond na avond onder het genot van grote pinten over de koers werd geklapt. Het hoofdmerk van de gebroeders was La Neva, met de afbeelding van een vliegtuigje erop. Dat dateerde uit de tijd toen een vliegtuig nog een bezienswaardigheid was. Een merk met aanzien voor de rijke boeren en de notabelen uit de streek. Voor de armelui hadden de broertjes de veel goedkopere Neptune-fietsen op voorraad en voor de coureurs het sportieve merk Les Frères.

Tot volgende week!”

Otto Beaujon

DOE OP 26 JUNI MEE AAN DE S.P.A.A.K. CYCLING CLASSIC! (klik hier)
 

Door Fred van Slogteren, 25 maart 2011 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web