Uit de ordners van Jan …


"Iedereen kent Vrij Nederland als een opinietijdschrift waar sport geen hoofdzaak is. Behalve in de jaren zeventig toen de journalistieke tweeling Frits Barend en Henk van Dorp deel uitmaakten van de redactie en met enige regelmaat een sportief onderwerp aan de orde stelden. Soms in de reguliere kolommen en soms – als het onderwerp goed uitgediept moest worden – als bijlage of Special, zoals we dat tegenwoordig noemen. Op 25 maart 1979 kwam het blad daarom met een geheel aan de voorjaarsklassiekers gewijd kleurenkatern met als titel: Langs berg en dal, DE KLASSIEKERS. Bijgestaan door de fotografen Bert Nienhuis en Eddy de Jongh waren de latere tv-coryfeeën op zoek gegaan naar de achtergronden van de voorjaarsklassiekers. Hoofdredacteur Rinus Ferdinandusse zal het allemaal prima hebben gevonden en …

… ongetwijfeld positieve commentaren hebben gekregen. Zeker wat de uitvoering betreft, want er zullen zelden zoveel losse nummers verkocht zijn.

Voor de niet ingewijden in de internationale wielersport is de inleiding beslist aanleiding de 25 pagina’s dikke special door te lezen, want: ‘Wie wel eens denkt dat wielrenners mensen zijn die met z’n allen aan de start staan te dringen om zo gauw mogelijk na het startschot weg te rijden en proberen als eerste bij de finish te komen, heeft het goed mis. Reeds aan de start weten 140 renners dat ze nooit zullen winnen. Als het namelijk om een eendagsklassieker gaat, zijn er (anno 1978) maar tien rijders die kunnen en mogen winnen. Die tien renners zijn de kopmannen, de overige 140 zijn knechten, al naar gelang hun capaciteiten superknecht of gewone knecht. En dan nog is er geen enkele garantie dat de sterkste wint. Dit kleurenkatern hoopt iets meer te onthullen van de geheimen die wedstrijdverlopen en overwinnaars van klassiekers vaak omgeven.’ Barend en Van Dorp hadden hiervoor deskundige hulp ingeroepen en laten onder andere Gerrie Knetemann en Eddy Merckx aan het woord in hun ontdekkingstocht door de wondere wereld van de klassiekers.

Merckx, nog ongewis van het feit dat hij met de laatste maanden van zijn wielerloopbaan bezig was, mocht uitleggen wat het verschil is tussen een ronderenner en een klassieke renner. ‘Een ronderenner is completer, die kan tijdrijden, die kan klimmen en moet op het vlakke waakzaam blijven. Een klassiekerrenner hoeft geen specifiek klimmer te zijn, hij moet redelijk bergop kunnen, maar hij moet als specifieke kwaliteit vooral kunnen spurten.’ Knetemann zegt op de vraag of de sterkste altijd wint: ‘De klassieker is niet te koop. Wel is het zo dat de globaal vijf à tien grote namen elkaar soms het balletje toespelen. In de trant van: als jij vandaag iets voor mij doet, doe ik de volgende klassieker iets voor jou terug. Daarom is het voor mij zo moeilijk als ik op kop zit. Aan mijn wiel zit altijd wel een van de toppers. Wil ik hem lossen, dan moet ik tien keer zo hard op dat ding rossen als één van dat elitegroepje. De toppers anno 1978 zijn oud wereldkampioen Freddy Maertens en Roger De Vlaeminck met een treetje lager Jan Raas, Didi Thurau, Bernard Hinault en, als ze deelnemen, de Italianen Francesco Moser en Gibi Baronchelli. Uit eerbied voor bewezen diensten horen daar ook nog een beetje Felice Gimondi en Eddy Merckx bij.’  Parijs-Roubaix was niet bepaald zijn favoriete koers, waarin hij op zondag 13 april 1975 debuteerde. ‘Het was een massaspurt naar de eerste keien. Levensgevaarlijk. Ik dacht, ik loop honderd meter. Toen wilde ik weer gaan fietsen. Ik zette aan en boem, daar ging ik met mijn benen omhoog. Toen ik weer goed en wel aan het fietsen was, lag ik al op vijf minuten.’

Wat is trouwens ‘klassiek’? Barend en Van Dorp leggen het uit. ‘Een klassieker is een wedstrijd over 250 tot 290 kilometer, over vaak zwaar geaccidenteerde of moeilijk begaanbare wegen en klassiek geworden om niets meer of minder dan de historie. Officieel wordt het wielerseizoen geopend via een van de zes klassiekers die, gezien hun belang, de titel hors categorie mogen dragen: de Italiaanse klassieker Milaan-San Remo, voor het eerst gereden in 1907 en in 1978 ook nog altijd over een afstand van 288 kilometer.’ Eddy Merckx: ‘Als je Milaan-San Remo hebt gewonnen, heeft de sponsor de eerste belangrijke publiciteit en heb jij bewezen dat je iets kunt. Het winnen van deze koers versterkt het vertrouwen van de ploegmaats in jou. Je kunt daardoor iets rustiger aan de volgende klassiekers beginnen. Je hebt voor dat seizoen tenminste iets op zak, al is het niet meer zoals vroeger dat je na het winnen van Milaan-San Remo over een geslaagd seizoen kunt spreken.’ Merckx kon het weten want die won de Primavera maar liefst zeven maal en op Parijs-Tours heeft de Kannibaal alle klassiekers een of meer malen op zijn erelijst staan!

Tot volgende week!”

Jan Houterman

DOE OP 26 JUNI MEE AAN DE S.P.A.A.K. CYCLING CLASSIC! (klik hier)


 

Door Fred van Slogteren, 21 maart 2011 10:00

Langs berg en dal

Ik ben lezer van VN. Er wordt nog zelden aandacht aan sport besteed.Tot mijn spijt. Want ze hebben redacteurs die het echt zouden kunnen.

Geplaatst door Gilbert Maes, 25 maart 2011 16:00:23

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web