De Stinkende Emmer …


“Vroegere schaats- en wielerkampioenen uit de buurt van Haarlem kregen in hun tijd bij Kraantje Lek conditietraining van Ben Holleboom. Kraantje Lek is een duingebied tussen Haarlem en Zandvoort waar De Blinkert ligt, een hoge duintop waar je je als kind zo lekker van af kon laten rollen en dat daarom het doel was van vele schoolreisjes. Er is ook een speeltuin, een restaurant en een oeroude iep, die de holle boom wordt genoemd. Die holle boom was het afspreekpunt waar gymnastiekleraar Holleboom uit Overveen wekelijks zijn pupillen ontmoette. Vanwege dat afspreekpunt heb ik jaren gedacht dat het zijn bijnaam was, maar hij heette echt zo, net zoals er bakkers bestaan die Bakker heten en ik ooit over een uitvaartverzorger heb gelezen met de familienaam De Dood. Ben Holleboom was een pionier op het gebied van droogtraining. Zijn destijds vernieuwende opvattingen werden gretig opgevolgd, lang voordat het gemeengoed werd en onderdeel van de trainingsprogramma’s van alle topsschaatsers en –wielrenners. Ben leeft al lang niet meer en de holle boom is in 2007 vervangen door een bronzen replica, als permanent gedenkteken voor de ...

... vele kampioenschappen, wereldrecords en Olympische medailles waarvoor hier de basis is gelegd. De reden waarom Ben Holleboom juist deze plaats uitkoos, om er loodzware trainingsarbeid te verrichten, was het feit dat hier eeuwenlang de visvrouwen hebben gelopen die de tot de rand gevulde emmers met vis van het vissersdorp Zandvoort dwars door de duinen naar de markt in Haarlem sjouwden, waarbij ze bij iedere stap tot hun enkels in het mulle zand zakten. Wat die vrouwen konden, moet voor getrainde sportmensen een fluitje van een cent zijn, moet Holleboom hebben gedacht, waarbij je in plaats van een visemmer een andere sporter op de nek moest nemen om De Blinkert op te zeulen. Alleen valt dat al niet mee, maar met het gewicht van een trainingsmaat op je schouder is het helemaal niet te doen en mijn respect voor die visvrouwen is nog steeds levensgroot. Als de schaatsers in de wintermaanden hun wedstrijden reden kwamen de wielrenners iedere zondagmorgen tegen half tien aangereden om deze Spartaanse trainingen blijmoedig te ondergaan in het besef dat ze daar enkele maanden later in de voorjaarskoersen veel profijt van zouden hebben. Coureurs van naam als de gebroeders Voorting schikten zich zonder morren in de bijna sadistische oefeningen die Ben weer had bedacht. Pas als ze kapot van die training een kwartiertje liggend of zittend, maar vooral hijgend, in het zand op adem waren gekomen, kwam de bal tevoorschijn die iedere week weer op een geheime plaats werd begraven tot de volgende zondag. Met de opgedane conditie werd dan fanatiek een balletje getrapt alsof ons leven er van afhing. Op een keer letterlijk, toen een van de mannen in elkaar zakte en ter plekke het leven liet. Nadat het nodige was ondernomen hem weer tot leven te wekken, stonden we er zwijgend en verslagen bij. De stilte werd pas  verbroken toen iemand de opbeurende woorden sprak dat Manus dan wel dood was, maar op het veld van eer was gesneuveld. Ook ik heb jaren tot De Duintrappers behoort, zoals het ploegje werd genoemd. Ik verfoeide iedere week weer het moment dat ik een andere renner op m’n schouder moest hijsen om in de looppas het steile duin te beklimmen, maar ik heb bij mijn weten nooit verzuimd. Sterker, ik deed het in de wintermaanden elke dag als ik op weg naar mijn werk in Zandvoort langs Kraantje Lek reed. Dan ging de fiets op de schouder en rende ik zeven kilometer door de duinen, waarbij ook De Blinkert niet vergeten werd. Het was een dagelijkse routine, waaraan ik jaren verslaafd ben geweest. Als ik het een enkele keer oversloeg, dan had ik de hele dag de pest in omdat ik mijn training had verzaakt. Na ieder wielerseizoen hunkerde ik er naar om ter afwisseling van het koersen en het reizen en trekken, door de duinen te struinen, er de frisse zeewind op te snuiven en aan die visvrouwen te denken die hier ooit met die loodzware emmers vol met verse vis langs zeulden. In mijn verbeelding rook ik dan de vislucht die ze moeten hebben verspreid. Helaas is dit alles verleden tijd, waar ik nog wel eens met Jan Holleboom over praat. Jan is een jongere broer van Ben en samen mijmeren we nog wel eens nostalgisch over De Blinkert op rennen en daarna een balletje trappen. In plaats daarvan gaan we dan een wijntje drinken in Het Wapen van Kennemmerland. Dat was vroeger een herberg met de prachtige naam De Stinkende Emmer. Dat was namelijk de plaats waar die visvrouwen hun emmers neerzetten om even te rusten en de rug te rechten om daarna weer verder te gaan als paarden in de nooit eindigende tredmolen van de armoede.

Tot volgende week!”

Jan van der Horst

DOE OP 26 JUNI MEE AAN DE S.P.A.A.K. CYCLING CLASSIC! (klik hier)

Door Fred van Slogteren, 20 maart 2011 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web