Uit de ordners van Jan

“Op de datum van gisteren waren de Nederlandse successen in het verleden bescheiden. Slechts drie maal won een landgenoot op 18 juli in de Tour de France. Vandaag ziet het er wat dat betreft een stuk fraaier uit. Negen Nederlandse renners behaalden tussen 1953 en 2000 een ritzege in de belangrijkste wedstrijd van het jaar, waarvan drie op l’Alpe d’Huez en twee in Lausanne.
De eerste – zoals hij zo vaak ergens de eerste in was – was Wim van Est die in het succesjaar 1953 de zestiende etappe won van Marseille naar Monaco. Zijn ploeggenoten Gerrit Voorting en Jan Nolten hadden al een rit op hun naam geschreven en daar wilde Wimme niet voor onder doen. Bij de bevoorrading, toen iedereen even was afgeleid, knalde hij er tussenuit en hij gebruikte de lange afdaling naar de kust om veel snelheid te maken. Met 75 kilometer per uur wiekte hij omlaag, de wereld tonend dat hij wel degelijk kon dalen en sturen. Met twee minuten voorsprong arriveerde hij solo in het rijk van prins Rainier, toen nog een veelbegeerde vrijgezel.
Gerard Vianen (foto) was in de jaren zestig en zeventig een meesterknecht en toen hij in 1974 van start ging had hij er al vijf Tours op zitten. Hij reed dat jaar in dienst van Joop Zoetemelk, de kopman van de Franse Gan-Mercier ploeg. Dat betekende, zoals Knetemann meerdere malen heeft beweerd, dat hij soms ook zijn eigen gang kon gaan want Joop was geen veeleisende werkgever. Voor Vianen kwam de ...

... kans in de twintigste etappe van Saint Gilles Croix de Vie naar Nantes. De sympathieke Kockenees reed die dag in de kopgroep en 15 kilometer voor de finish ging hij er alleen vandoor. Hij bereikte een marge van 20 seconden en dat was genoeg voor de zege.
De eerste overwinning op de Nederlandse berg nabij Bourg d’Oissans werd in 1977 door Hennie Kuiper (foto: Cor Vos) behaald. Het was de zeventiende etappe die in Chamonix van start ging. Het was een legendarische rit waarover Kuiper later de vaak geciteerde woorden sprak: ‘Het gaat er in de wielrennerij om dat je eerst het bordje van je tegenstander leeg eet, voor je aan je eigen bordje begint.’ Die tegenstander was de Fransman Bernard Thevenet en diens bordje werd geheel leeggegraasd door de kleine Tukker. Toen hij het op had liet hij Thevenet en Zoetemelk ter plekke en ging op zoek naar de ontsnapte Lucien Van Impe. Diens bordje was inmiddels leger dan leeg en zegevierend kwam Hennie over de streep bovenop die berg, die toen al vol met Nederlanders stond. Kwiepèrre maakte toen een grote fout. Als een volleerd artiest nam hij het applaus in ontvangst en genoot hij stapvoets rijdend van het enthousiasme voor zijn prestatie. Als hij voluit tot de streep was doorgekacheld dan had hij geen tijd op Thevenet verspeeld en dan had hij wellicht ook de gele trui gepakt, want toen het klassement was opgemaakt stond Thevenet eerste en Kuiper tweede op slechts 8 seconden achterstand. Met nog maar één tijdrit te gaan. Dichter is Hennie nooit bij de eindzege geweest.
Op 19 juli 1978 won Gerrie Knetemann maar weer eens een rit nadat hij dagenlang met een pijnlijke knieblessure had rondgereden. De kunst om de winst in een kopgroep van vijf binnen te halen, verstond de Amsterdammer als geen ander en zo won hij de achttiende etappe van Morzine naar Lausanne.
Op de datum van vandaag in 1980 stelde Joop Zoetemelk in de twintigste etappe – een tijdrit van 34 kilometer rond Saint Etienne – definitief zijn Tourzege veilig. Het was de negende individuele etappeoverwinning van de Raleigh-ploeg en de twee zeges in de ploegentijdritten bracht het totaal op elf.
In 1983 realiseerde Peter Winnen zijn tweede zege op l’Alpe d’Huez, nadat hij dat in 1981 ook al had gepresteerd. Het was de zeventiende etappe die in La Tour du Pin was gestart. Het Limburgse strijkijzer versloeg in de sprint bergop de Fransman Jean-René Berneaudeau – een nog groter strijkijzer - en hij stelde met die prestatie zijn derde plaats in het algemeen klassement veilig. Hij stond enkele dagen later in Parijs op het podium met winnaar Laurent Fignon en de Spanjaard Angel Arroyo, de man die dat jaar een levensgevaarlijk ogende manier van dalen introduceerde, die sindsdien door velen is nagevolgd. De neus op de voorband, de borst op de stuurbocht en de kont hoog boven de bovenbuis.
Johan Lammerts, de huidige bondscoach van de veldrijders, won op 19 juli 1985 de twintigste etappe van Montpon Menestrel naar Limoges. De Zomenaar had al eerder in die Tour een rit moeten winnen, maar in de finale van de etappe naar Pontarlier maakte hij op het beslissende moment een schakelfout en hij moest de Deen Pedersen laten voorgaan. In Limoges maakte hij geen fout en ditmaal klopte hij een andere Deen in de sprint, de huidige ploegleider van CSC Kim Andersen.
Van de vijf Nederlandse renners die verantwoordelijk zijn voor acht dagzeges op l’Alpe d’Huez was Gert-Jan Theunisse (foto: Cor Vos) het meest bezeten van die berg. Ettelijke malen heeft hij er getraind, hij droomde ervan en het werd bijna een obsessie voor hem, die 1860 meter hoge Alpenreus bij Bourg d’Oissans. Na zijn positieve plasje in 1988 kreeg hij een enorme bak ellende over zich heen. Zijn manier om dat te overleven was zich volledig focussen op de zeventiende rit van de Tour van 1989, die van Briançon naar de Alp zou voeren. Hij stond maandenlang met de berg op en ging er mee naar bed en hij had bijna een jaar lang nergens anders belangstelling voor. Al in de afdaling van de eerste col begon de Brabander aan het afwerken van zijn droomscenario en hij reed de hele dag eenzaam aan de leiding. De reactie liet lang op zich wachten, maar toen die kwam was het ook menens. Van zijn grote voorsprong hield hij krap een minuutje over, maar zijn missie was volbracht. Hij had op zijn heilige berg eeuwige roem vergaard en de bolletjestrui veroverd. Die bracht hij ongeschonden in Parijs en hij eindigde net naast het erepodium, waar dat jaar drie Tourwinnaars op stonden: LeMond, Fignon en Delgado.
In 1978 won Gerrie Knetemann dus in Lausanne en tweeëntwintig jaar later op 19 juli 2000 deed Erik Dekker hetzelfde in de zestiende etappe die van Evian les Bains naar de Zwitserse stad voerde, waar de hoofdzetel van de UCI is gevestigd. De Drent was in de finale voorop met Mario Aerts en hij blufte de Belg naar de koppositie. Net voor het aanstormende peloton boekte hij zijn derde ritzege in één Tour, een prestatie die in deze moderne wielertijd hooguit aan een topsprinter is voorbehouden.
De enige nog levende jarige etappewinnaar is de Braziliaan Mauro Ribeiro (1964), die in 1991 winnaar was van de negende etappe. De Fransman Jean Mallejac (1929) – ook wel bekend als Malle Sjaak omdat hij eens in de Tour zo veel doping had geconsumeerd dat hij bijna het leven liet – won in 1953 de vijfde etappe. Hij overleed alsnog op 24 september 2000. René Pedroli (1914) won in 1939 de twaalfde etappe. De Zwitser overleed op 17 juli 1986.
Op 19 juli 1970 won Eddy Merckx de 54 kilometer lange tijdrit van Versailles naar Parijs.

Tot morgen!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 19 juli 2006 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web