Uit de ordners van Jan …

 

“Op de verjaardag van onze koningin maak ik met een editie van de Miroir du Cyclisme weer eens een uitstapje naar Frankrijk. Die uitgave was de 166ste van dat gerenommeerde maandblad en verscheen in januari 1973, het jaar waarin Luis Ocaña de Tour de France zou winnen en Felice Gimondi wereldkampioen zou worden. Het blad had een redactie van grote reputatie onder leiding van hoofdredacteur Maurice Vidal. Vidal schreef zelf ijverig mee en de overige artikelen zijn van van de hand van destijds bekende wielerjournalisten als …

… Abel Michéa, Claude Parmentier, Robert Descamps, Roger Frankeur en J.B. Wadley. Ook als je de Franse taal niet machtig bent is het blad de moeite waard, vanwege de vele prachtige foto’s. Op de cover staat een fraaie afbeelding van het Franse talent Régis Ovion, hoofdpersoon in een voorbeschouwend verhaal over het komende seizoen. Nadat Ovion in 1971 wereldkampioen was geworden, werd hij op 1 oktober 1972 beroepsrenner. Behalve dat wereldkampioenschap had hij behoorlijke geloofsbrieven om die stap te rechtvaardigen, want hij won in datzelfde jaar ook de Tour de l'Avenir met meer dan 13 minuten voorsprong op nummer twee, onze destijds schier onverslaanbare landgenoot Fedor den Hertog.

Veel aandacht dus voor Ovion als het talent dat in staat werd geacht onder andere de grote Eddy Merckx te weerstaan. Abel Michéa stelt bijvoorbeeld dat hoe het seizoen 1973 ook voorbeschouwd wordt, steeds weer de naam Régis Ovion uit de journalistieke pennen zal rollen. Michéa vond dat Ovion al begin 1972 prof had moeten worden, maar anderen hadden hem geadviseerd nog even amateur te blijven om deel te kunnen nemen aan de Olympische Spelen in München. De medaillekandidaat werd slechts vijftiende ver achter winnaar Hennie Kuiper. Fransen zijn – net als Belgen – meesters in het grootschrijven van jonge talenten en zo werd Ovion in het blad nadrukkelijk aangekondigd als de renner die zich al in zijn eerste profjaar als een leider zou manifesteren. Het zou allemaal niet uitkomen en Ovion ontpopte zich in de jaren die volgden tot een modale profrenner die slechts een bescheiden palmares bij elkaar zou fietsen.

Robert Descamps schreef over een indrukwekkend peloton toppers die een punt achter hun  carrière hadden gezet en ze kregen allemaal de nodige journalistieke aandacht. Onze eigen Jan Janssen natuurlijk en verder Jean Jourden, Anatole Novak, Dino Zandegu, Antonio Gomez del Moral, Georges Chappe, Franco Balmanion en Ward Sels komen aan het woord met een terugblik op hun voorbije loopbaan. De Miroir hoopte daarmee een bijdrage te leveren aan een blijvende herinnering aan deze voormalige vedetten omdat kennis van hun prestaties onder jonge lezers beperkt zou zijn. Over de Belg Sels, toen 31 jaar oud, schreef Descamps: ‘Deze krachtige en snelle renner, een leerling van Rik Van Looy, was meerdere jaren een zeer grote specialist in de klassiekers. Na een paar zware valpartijen verdween hij geleidelijk van de voorgrond.’ Sels won Parijs-Brussel in 1965 en de Ronde van Vlaanderen in 1966. Ook zijn ritzeges in de Tour (7), Giro (1) en Vuelta (2) blijven niet onvermeld. In diezelfde tijd was ook zijn landgenoot Frans Melckenbeeck actief in de profrangen. Ook hij hing eind 1972 zijn fiets aan de wilgen en het blad schreef: ‘De solide Frans won als amateur in 1961 maar liefst 31 koersen, waaronder het Belgisch kampioenschap. In 1963, hij was toen 16 maanden professional, won hij Luik-Bastenaken-Luik. Hij werd door ploegleider Antonin Magne vooral ingezet als knecht van Raymond Poulidor en kon daarom zijn eigen mogelijkheden niet altijd uitspelen. Wel won hij regelmatig, maar daar zaten, behoudens een rit in de Tour en vier in de Vuelta, geen uitschieters bij. Hij bleef derhalve slechts in de buurt van een grote carrière.’

In het hart van het blad zit een mooie poster géant van Fausto Coppi. Meestal haalde ik die posters eruit om in mijn kamertje aan de muur te hangen, maar die van Coppi heb ik laten zitten. Hij was van voor mijn tijd en ik had toen meer belangstelling voor de groten anno 1973. Die decoratiewoede had voor mijn ouders het plezierige gevolg dat ze jarenlang mijn kamer niet hoefden te behangen. Hoewel ik altijd ook een groot voetballiefhebber ben geweest – ik sla geen thuiswedstrijd van NEC over – hingen er geen voetbalposters, maar wel levensgrote portretten van Eddy Merckx, Joop Zoetemelk, Bernard Thevenet en … jawel, Régis Ovion, de renner die in deze uitgave nog een grote belofte werd genoemd.

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Steun onze actie!

WAAROM PIETER WEL EN JAN EN JOOP NIET?

 

Door Fred van Slogteren, 31 januari 2011 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web