Uit de ordners van Jan

“Vandaag is misschien wel de belangrijkste dag uit de Tour de France van dit jaar. Met geen mogelijkheid is te voorspellen wie aan het eind van de middag bovenop l’Alpe d’Huez de winnaar zal zijn. Er is in Nederland veel optimisme dat die winnaar wel eens Michael Boogerd zou kunnen heten. Daarom heb ik maar eens gekeken of 18 juli in het verleden een geluksdag voor Nederland was. Ik vond helaas slechts drie landgenoten die op die datum zegevierden en dat is in vergelijking tot andere data niet echt veel. Maar de geluksfee heeft zich nooit veel aangetrokken van de geschiedenis. Ze gaat haar eigen weg en Boogie lijkt er klaar voor. Ik gun het hem in ieder geval van harte.
Onderweg mogen zijn gedachten ter stimulering best teruggaan naar 1976 toen ...

... Gerben Karstens de tweeëntwintigste etappe Parijs-Parijs won. Het was dat jaar de tweede zege van De Karst in de Tour en het hadden er wel vijf kunnen zijn als er niet ene Freddy Maertens had meegedaan. Maar die deed wel mee en hij won acht ritten. In Bordeaux moest hij echter de eer aan Karstens laten, evenals in Parijs op de slotdag.
In 1981 ging Johan van der Velde in de Tour van start en in Nederland waren de verwachtingen hooggespannen. Zijn sterke optreden in de Tour van het jaar ervoor toen hij als meesterknecht van winnaar Joop fantastisch reed, had grote indruk gemaakt. Al in de derde etappe greep hij de winst en de verwachtingen werden nog groter. Maar in de etappes waar het er echt om ging daar moest Johan passen en daar baalde hij behoorlijk van. Hij had niet aan de verwachtingen voldaan, mede door eigen stommiteiten, vond hij zelf. In de voorlaatste etappe, de eenentwintigste, van Auxerre naar Fontenay sous Bois kreeg hij nog een kans en hij greep die met beide handen.
Het begin van de jaren negentig werd gekenmerkt door malaise. De Nederlandse renners devalueerden in die jaren tot figuranten die nauwelijks meer meetelden. Alleen Erik Breukink hield de eer van ons land hoog met mooie prestaties, maar dat was ook voorbij toen hij zich in 1992 aan het Spaanse Once verbond. Het wachten was op de doorbraak van jongeren. En dat gebeurde in 1996. Michael Boogerd won een rit en Jeroen Blijlevens toonde aan tot de beste sprinters van het peloton te behoren. We waren al dik tevreden met twee ritoverwinningen, maar er kwam er in de laatste dagen nog eentje bij. Van Bart Voskamp. Dat was in de achttiende etappe van Pamplona naar Hendaye. Bart maakte deel uit van een kopgroep die ‘mocht’ wegblijven, omdat er geen toppers van het klassement in zaten. Onderweg merkte Voskamp dat hij een van de fitsten van de groep was en hij rook winstkansen. Op het eind werd er onophoudelijk gedemarreerd en Bart merkte dat hij alles met gemak kon pareren. Hij zat op het eind ook stuk, maar iets minder dan de rest en hij werd in Hendaye als de terechte winnaar gehuldigd.
18 juli is tevens de geboortedag van een van de allergrootsten uit de Tourhistorie. Zo mag je de Italiaan Gino Bartali (1914) toch wel noemen, de man die de Tour eerst in 1938 won en tien jaar later in 1948 nog een keer. Twee overwinningen, maar het hadden er ook negen kunnen zijn als de tweede wereldoorlog de Tourreeks niet voor zeven jaar had onderbroken. Gino Bartali is een van de grootste renners ooit geweest en de winnaar van twaalf Touretappes overleed op 5 mei 2000. De andere jarige vandaag is ook een Italiaan. Fabio Roscioli (1965) won in 1993 de twaalfde etappe naar Marseille.
Eddy Merckx was op 18 juli twee maal succesvol. In 1971 won hij de twintigste etappe, een tijdrit rond Parijs en drie jaar later de negentiende, eveneens een tijdrit maar nu in de omgeving van Bordeaux.

Tot morgen!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 18 juli 2006 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web