Uit de ordners van Jan …


“Vandaag maak ik weer een uitstapje naar België, want daar verscheen op 7 januari 1981 een fraai jubileumnummer van Sport 80 Super Magazine ter gelegenheid van het bereiken van 15e jaargang. Een sportblad met naar goed Vlaams gebruik een hoog wielergehalte. De verantwoordelijke uitgever was K. Van Der Mijnsbrugge en de wielerbijdragen kwamen uit de kundige pen van een journalist met de initialen R.D.M. Op de cover tussen de foto’s in het cijfer 15 herkennen we …

… Eddy Merckx, Michel Pollentier, Fons De Wolf, Jean-Luc Vandenbroucke, Roger De Vlaeminck, Freddy Maertens, Rik Van Looy en Bernard Hinault.

Op pagina 13 begint het wielergedeelte verdeeld over 28 pagina’s en die gaan uitsluitend over Belgische vedetten. Het is een lange terugblik aan de hand van een aantal covers die in die vijftien jaar het blad sierden. Uit een der eerste jaargangen wordt ‘de oorlog der Rikken’ opgerakeld over het tijdperk dat België verdeeld was in supporters van Rik I en Rik II, ook bekend als Van Steenbergen en Van Looy. In de rubriek ‘drama’s in de wielersport’ staat een verhaal met de titel: ‘zo hielp men Simpson naar zijn graf’, de al zo vaak vertelde story van het laatste uur van de Brit op de bloedhete flank van de Mont Ventoux in de Tour van 1967. Ook Roger De Vlaeminkck komt aan bod met zijn uitspraak: ‘op slechte wegen krijg ik vleugels’. Zo heeft het blad voor alle vedetten pakkende teksten als ‘vedette tegen wil en dank’ voor Michel Pollentier en ‘de wereldtitel die veel beloofde’ voor Freddy Maertens. Fred De Bruyne wordt opgezadeld met de kreet: ‘tegenslag is ook een slag’ en over Eddy Merckx raakt het blad niet uitgeschreven.

Ik laat ze allemaal voor wat ze zijn en kies voor een nadere toelichting voor Frans Verbeeck, een meer dan modale renner die, zoals velen met hem, een veel grotere palmares had opgebouwd als hij niet een tijdgenoot was geweest van Eddy Merckx. De redactie noemt hem: ‘de ideale sandwichman’. De melkboer van Wilsele werd hij ook wel genoemd, uiteraard omdat dat zijn stiel was voor hij beroepsrenner werd. Je mag gerust stellen dat Verbeeck één van de merkwaardigste figuren is geweest uit de wielergeschiedenis van de jaren zeventig en het blad schrijft: ‘In juni 1966 besloot hij er na drie jaar profkoersen mee op te houden. Hij zag er letterlijk geen brood meer in en in tegenstelling tot vele andere renners had hij wel de moed naar een ander vak over te stappen. De loopbaan van Frans Verbeeck uit Wilsele leek afgesloten. Maar drie jaar later, hij was toen al 27, dook Verbeeck weer op in het peloton. En toen hij nog eens tien jaar later de balans opmaakte, bleek dat niet tevergeefs te zijn geweest. Men heeft zich dikwijls afgevraagd hoe het mogelijk was dat iemand na drie jaar terug kon komen om een hoofdrol te vertolken in de professionele wielersport. Want Verbeeck was voor sponsors een dankbaar figuur. Niet alleen haalde hij eervolle resultaten, maar bovendien wist hij als geen ander zijn publiciteit te verzorgen. Toen hij in 1973 door Merckx in de sprint werd verslagen in Luik-Bastenaken-Luik klom hij op het podium en eiste luidkeels de film van de aankomst op. De hele bedoening werd door de televisie minutenlang in beeld gebracht en Frans had zijn doel bereikt. De sponsor, wiens merk al die tijd te zien was, zat thuis te gniffelen bij zoveel reclame.’

Frans Verbeeck heeft zich in heel wat wedstrijden aan Merckx opgetrokken en wist zich bij de fans van Eddy in een goede positie te manoeuvreren door, nadat hij weer eens tweede was geworden, te verklaren dat er toch niets aan te doen was en dat hij allang blij was zolang te kunnen volgen met de grootmeester. In 1973 werd Verbeeck Belgisch kampioen en in de kampioenschappen tussen 1969 en 1976 reed hij altijd binnen de eerste acht. Zijn favoriete wedstrijd was ongetwijfeld de Waalse Pijl. Hij won die in 1974, was er drie keer tweede en een keer derde. Voorts won hij twee keer de Omloop Het Volk en ook de Amstel Gold Race en de Scheldeprijs staan op zijn erelijst.

Frans Verbeeck legde – zoals de Vlamingen zeggen - er eind 1978 de riem af. Hij was toen 37 jaar. Hij werd geen melkboer meer, maar een succesvol zakenman in sportkleding onder zijn eigen merknaam Vermarc. Met hard werken heeft de voormalige melkslijter er een topmerk van gemaakt en in de loop der jaren ontelbare topteams in tal van sporten aangekleed. Hij is er nu niet meer dagelijks actief en zoon Marc, naar wie de merknaam is vernoemd, is nu de zaakvoerder, zoals ze in Vlaanderen, met hun afkeer voor Franse woorden, een directeur noemen.

Tot volgende week,

Jan Houterman

Steun onze actie!

WAAROM PIETER WEL EN JAN EN JOOP NIET?


 

Door Fred van Slogteren, 10 januari 2011 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web