Die jeugd van tegenwoordig!


“Als vijftienjarige reed ik mijn eerste koersjes en vaak kreeg ik in de buurt en in de familie te horen dat het voordeel van al dat sporten is dat je dan niet in de kroeg hing. Dat kwam volgens de ouderen nogal veel voor en altijd begonnen ze hun verhaal met de woorden: die jeugd van tegenwoordig. Een kreet van alle tijden, maar in die van mij echter schromelijk overdreven want de toenmalige jongens van mijn leeftijd leden aan chronisch geldgebrek en een glaasje bier slokte al gauw de paar centen zakgeld op als je op een zaterdagavond wel eens in de kroeg kwam. Ik had daarvoor geen tijd omdat ik altijd trainde of in het weekend met m’n kameraden ergens koerste. Als het in de buurt was, fietsten we er naar toe, maar als het verder weg was, dan waren we aangewezen op autobezittende renners uit de omgeving om ons mee te nemen. Om dat goed te organiseren moest je ...

... lang van te voren al je vervoer regelen anders had je een probleem. Meestal lukte het wel, maar soms ook niet zoals die keer toen we hadden ingeschreven voor een nieuwelingenkoers in Heerjansdam, een dorp vlakbij Dordrecht. Er was niemand om ons te brengen en dus zat er niets anders op dan er naar toe te fietsen om na de koers weer diezelfde afstand terug te rijden. Met de koerskleding in de rugzak gingen we al vroeg op pad en we boften want het was lekker weer. Aan het eind van de ochtend kwamen we ruimschoots op tijd op de plaats van bestemming met de meegebrachte boterhammen al achter de kiezen. Ik kon me in de koers aardig roeren hoewel ik wel voelde dat ik al honderd kilometer in de benen had. Met een tiende plaats mocht ik na afloop een welkome waardebon in ontvangst nemen, die bij de plaatselijke wielerzaak kon worden verzilverd. Na  het prijsje trots in de achterzak te hebben gestoken, werd het tijd voor de terugreis met inmiddels 160 kilometer in de benen. Aanvankelijk ging het prima, maar in de buurt van Den Haag met nog een dikke veertig kilometer voor de boeg diende een zware inzinking zich aan. Als een dood vogeltje maalde ik verder, onderwijl elk kilometerpaaltje tellend om te weten hoe ver het nog was. Tergend langzaam zwoegden we verder en dat de laatste loodjes altijd het zwaarst zijn werd me goed duidelijk. Toen ik eindelijk de straat in reed waar ik woonde voelde ik het eind van mijn latijn. Maar moeizaam kreeg ik het voor elkaar om voor de deur af te stappen en staand naast mijn fiets voelde ik me heel beroerd worden. Kotsmisselijk hing ik even later brakend over de bovenbuis van mijn fiets en kwam alles eruit wat er zich nog in mijn maag bevond. Ik voelde me zo beroerd dat de dood mij op dat moment nog de meest barmhartige verlossing leek. Het braken duurde minuten tot ik me iets beter begon te voelen en in staat was me enigszins op te richten. Na wat bijgekomen te zijn, keek ik voorzichtig omhoog en kruiste de blik van de buurman die hangend uit het raam van één hoog mijn lijden had aanschouwd. Hij keek me misprijzend aan en riep: ‘Eigen schuld, moet je maar niet zo zuipen.’

Steun onze actie!

WAAROM PIETER WEL EN JAN EN JOOP NIET?

Door Fred van Slogteren, 9 januari 2011 12:00

wielrennen in de jaren veertig en vijftig

Vanaf midden jaren zestig steeg de welvaart in Nederland en daarmee samengaand het autobezit. Als wielrenner kon je vanaf die tijd met wat passen en meten wel met de auto naar een wedstrijd.Ik kan me nog herinneren dat we beginjaren zeventig met zijn vieren (Marcel Rehorst, Bert en Gerrit Pronk en ondergetekende)in een Fiat 600 naar België reden. Vier fietsen op het dak, de tassen op schoot. Van oudrenners hoorde je verhalen over de jaren veertig en vijftig dat ze voor een weekend wedstrijden in Brabant op vrijdagmiddag naar Brabant fietsten en dan hoopten bij een boer in de hooiberg of op een hooizolder te kunnen slapen. Er werden stapels boterhammen meegenomen, maar het was toch noodzakelijk om iets hartigs te eten in de vorm van biefstuk met patat. De kosten daarvan moesten wel met premies terugverdiend worden.
Over de omstandigheden van het amateurwielrennen in die tijd zou een boek geschreven kunnen worden.

Het begrip waardebonnen bij wielrennen zal wel niet meer bestaan. Een vriend van mij, een heel goede nieuweling, had een waardebon van 50 gulden. Hij had liever geld. Met die waardebon ging hij naar Gerrit Bontekoe (een zeer gerenomeerde wielerzaak in Den Haag) en kocht iets voor 2 gulden. Gerrit pakte de bon aan, dacht even na en gaf voor 47,50 aan waardebonnen terug. Gerrit teveden over deze oplossing, mijn vriend chagrijnig dat hij nog steeds geen geld had.

Geplaatst door Piet van der Meer, 09 januari 2011 22:24:45

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web