Uit de ordners van Jan

"Ik heb tot mijn spijt Wim van Est nooit persoonlijk ontmoet. In 2001 was dat bijna gebeurd, maar dat is op het laatste moment niet doorgegaan. Wim van Est was een legende, een Tourlegende, en dat werd hij op 17 juli 1951 toen hij in het ravijn van de Col d’Aubisque viel. Die dag is de dag ervoor, toen hij als eerste Nederlander de gele trui veroverde, gaan overschaduwen. Een legendarisch verhaal dat onder meer uitgebreid is beschreven in het boekje ‘Wim van Est, zijn hart stond stil’. De rit waarin hij de gele trui pakte was de twaalfde etappe van Agen naar Dax en Van Est – een aanvaller pur sang – stond bij de start veertiende in het algemeen klassement. Er ontstond een kopgroep van tien man en die realiseerde een voorsprong van meer dan twintig minuten. Als best geplaatste in het klassement kwam Wimme heel dicht bij de leiderstrui, maar de bonificatie die hij op de sintelbaan van Dax opstreek gaf de doorslag. Hij won voor Louis Caput, Jacques Marinelli en ploeggenoot Gerrit Voorting. Na het finishen van het peloton werd IJzeren Willem in het geel gehesen en de gevolgen van dat feit zijn met geen pen te beschrijven. Nederland stond sportief op de wereldkaart en voor het eerst was er in ons land sprake van Tourkoorts. Het is al weer heel wat jaren geleden dat een Nederlander de gele trui droeg, maar de Tourkoorts is gelukkig altijd gebleven, al was het in mindere tijden wel eens een waakvlammetje.
De hierboven beschreven dag heeft ...

... een ploeggenoot van Van Est, de Amsterdammer Henk Faanhof, niet meegemaakt, want hij zat toen al weer thuis. Drie jaar later beleefde Faanhof op 16 juli zijn finest hour in de Tour. Hij won op die dag de negende etappe van Angers naar Bordeaux, een rit van maar liefst 343 kilometer.
In 1976 was Joop Zoetemelk op 16 juli winnaar van de twintigste etappe van Tulle naar de Puy de Dôme. Het was het jaar dat hij kampte met een zitvlakblessure en Joop Riethoven, de voorzitter van zijn wielervereniging Swift, beschrijft in het boek JOOP de ontmoeting die hij aan de finish met zijn oogappel had. “Daar kwam Jopie aan. Hij had een kleur als een dooie, niet te geloven. Die steenpuist had hij helemaal stuk gereden en het bloed liep zo langs zijn benen omlaag. Vreselijk. Als je Knetemann of Karstens in die situatie op dat moment gevraagd zou hebben waarom ze drie minuten op Van Impe achter stonden, hadden ze geschreeuwd: ‘Wat verwacht je dan klootzak, als je een steenpuist op je reet hebt?’ Maar Jopie zei: ‘Ik heb effe zitten slapen, niet opgelet, en toen is Lucien drie minuten weggelopen’. Dat bedoel ik nou, dat was Jopie. Hij zocht altijd de verantwoordelijkheid bij zichzelf en een steenpuist hoort erbij. Dat kan iedereen gebeuren, vond hij.”
Drie jaar later in 1979 is Joop de kritiek op zijn persoon een keer zat. Altijd dat gezeik over niet aanvallen. Alsof dat met renners als Merckx en Hinault iets uithaalt? Maar op 16 juli 1979 lukt het een keer. In een rechtstreeks duel met Bernard Hinault verslaat hij de Breton in de achttiende rit van Bourg d’Oissans naar l'Alpe d'Huez. Hij pakt 47 seconden van zijn achterstand terug, maar in het klassement moest hij voor de vijfde keer genoegen nemen met de tweede plaats.
De etappe van vandaag - 16 juli 2006 - eindigt in Gap. Dat was in 1989 ook zo en toen won Jelle Nijdam. Het was de veertiende rit gestart in Marseille. Er ontstond al vroeg een kopgroep van drie, die in de straten van Gap bijna door het peloton werden opgeslokt. Frans Maassen en Pascal Poisson sprongen naar het drietal toe. Toen kwam Snelle Jelle, de man met de turbodijen (Foto Cor Vos). Als een streep reed hij naar de vijf toe en het was erop en erover. Op de twaalf maalde hij een verschrikkelijk tempo en alleen Poisson kon even volgen. Tot het de Fransman te veel werd. Zonder op of om te kijken finishte Jelle net voor het op hol geslagen peloton. Hij had er direct een bijnaam bij: ‘De Terrorist van de Laatste Kilometer’.
De enige jarige Tourrenner met etappewinst op zijn naam behoort tot de groten van La Grande Boucle. Vijf keer was hij eindwinnaar, de meest zwijgzame van alle Tourgroten. Miguel Indurain (1964) won in zijn carrière twaalf Touretappes.
En de allergrootste uit de Tourhistorie won op 16 juli 1970 een tijdrit over 8 kilometer in Bordeaux en in 1972 een rit over 51 kilometer van Briançon naar de Col du Galibier. Ik heb het uiteraard over Eddy Merckx.

Tot morgen!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 16 juli 2006 10:15

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web