Het verlies van de winnaar …


“Elk jaar op 1 januari speelden de wielerverenigingen ASC Olympia uit Amsterdam en HSV de Kampioen uit Haarlem een potje voetbal met elkaar. Op een echt voetbalveld en altijd stipt om tien uur op de uitgestorven nieuwjaarsmorgen. De wedstrijd ging altijd door ook al vroor het, had het geregend of gesneeuwd en ik kan me niet herinneren dat het ooit is afgelast. Wel dat het altijd een schoppartij was. Omdat ik er als midvoor wel eens een paar in schopte, waande ik me een van de betere voetballers en ik verbeeldde me zelfs een soort Faas Wilkes te zijn. Niemand lachte me ooit uit of wilde op mijn zelfbenoemde status afdingen, wat in niet geringe mate te danken was aan het feit dat we altijd wonnen. Welk jaar het precies was weet ik niet meer, maar nog wel dat het treffen plaats vond op het terrein van de Haarlemse amateurclub EDO. In de warming-up voelde ik dat het lekker ging en als mijn ploeggenoten maar zo vriendelijk wilden zijn alle ballen op mij te spelen dan zouden we voor de zoveelste keer gaan winnen. We hadden immers Faas Wilkes in de gelederen, dacht ik niet zonder eigendunk. Dat was echter buiten de waard gerekend en die waard was niemand minder dan oud-wereldkampioen Frans Mahn (foto), die bij de Olympianen als stopperspil stond opgesteld. Als coureur was Frans een ...

... kwikzilverachtig rennertje geweest, maar als stopperspil was hij het evenbeeld van Rinus Terlouw, net als Wilkes een van de coryfeeën in het toenmalige voetbal. Terlouw was een onneembare veste en als karikatuur op de voetbalplaatjes stond hij altijd afgebeeld als een gemetselde muur. Om hem bij voorbaat te intimideren liep ik voor het fluitsignaal op hem af, klopte mezelf ferm op de borst en riep: ‘Ik ben Faas Wilkes en we hebben nog nooit van jullie verloren!’ Het antwoord van Frans was kenmerkend voor Rinus Terlouw, want hij keek me vijandig – om niet te zeggen moordzuchtig - aan en stroopte de mouwen op. Een kwartiertje lang golfde het spel heen en weer, maar toen kreeg Olympia een veldoverwicht. Mijn medespelers hadden er de handen vol aan en dus stond ik als diepe spits vaak alleen op de vijandelijke helft. Ik kreeg geen enkele bruikbare bal aangespeeld en als ik eens in balbezit was floot de scheids snerpend af voor een door hem geziene, maar niet door mij gemaakte overtreding. De enkele keer dat hij mij liet gaan stuitte ik op Frans, die alle trucs straffeloos mocht toepassen, zodat ik geen poot aan de grond kreeg. Aan de andere kant van het veld liepen de Olympianen dwars door onze verdediging heen en tot twee maal toe konden ze scoren. Het was 2-0 en dat was ook de ruststand. In de kleedkamer bedachten we een andere tactiek, want we hadden een reputatie op te houden. Altijd gewonnen en nu dreigden we op een lullige manier te verliezen. Dat nooit! Afgesproken werd dat ik achter de voorhoede zou gaan opereren om dan soms als Faas Wilkes de Tweede verrassend in het doelgebied op te duiken en hopelijk te scoren. Daar zou Frans Mahn, alias Rinus Terlouw, dan niet van terug hebben. Het liep niet zoals we hadden gedacht, want achter je voorhoede spelen betekent veel meer lopen en voor ik het wist hijgde ik als een postpaard en hing mijn tong op mijn kicksen. Frans heerste in het strafschopgebied en onderbrak iedere aanval. Wel wisten we de stand op 2-0 te houden, omdat we veel vaker op de andere helft waren dan voor rust. In het laatste kwartier besloot ik bij de volgende confrontatie met Frans mijn geheime wapen in te zetten. Dat was de dubbele schaar waarmee ik in het verleden wel eens succes had gehad, maar die ik al heel lang niet had geoefend. Het werd een drama, want ik struikelde over mijn eigen benen en kermend van de pijn ging ik gestrekt naar het gras. Frans boog zich over me heen en sprak de gedenkwaardige woorden: ‘Nog nooit van ons verloren? Eén keer moet de eerste zijn!’ Ondersteund door ploeggenoten strompelde ik van het veld en een uurtje later werd in het ziekenhuis vastgesteld dat ik een kapotte meniscus had en een afgescheurde kruisband. Voor het eerst in de reeks jaarlijkse wedstrijden had De Kampioen van Olympia verloren, maar ik maak me zelf nog altijd wijs dat dat niet gebeurd zou zijn als ik niet geblesseerd was uitgevallen. De instelling van een sportman: WINNEN, TENZIJ … (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Tot volgende week!”

Jan van der Horst

Steun onze actie!

WAAROM PIETER WEL EN JAN EN JOOP NIET? 

Door Fred van Slogteren, 26 december 2010 11:00

Uitstekend verhaal !

Goed geschreven verhaal, waar ik me een en ander nog voor de geest kan halen. Zowel Frans als Jan oude bekenden, helaas is Frans veel te vroeg gestorven.
Jan, een hartelijke groet!

André Jansen

Geplaatst door André Jansen, 06 september 2012 07:38:00

Het verlies van de winnaar.....

Ja de Jaarlijkse voetbalwedstrijd H.S.C De Kampioen tegen de A.S.C. Olympia op Nieuwjaarsdag kan ik mij nog goed herinneren.
Zelf heb ik nooit meegevoetbald, ik was meer voor de snert in dat cafe op de Rijksstraatweg na afloop.
Wel ben ik vaak wezen kijken. Ik kwam dan met mijn zwager Frans mee, (Rinus Terlouw of Rinus Israel?).
Ook ging ik soms met (jonge) Wim van Steenbergen en Joop Captein.

Het klopt dat zoals Jan omschrijft dat Frans niet van verliezen hield. Frans was een winnaar, een echte kampioen.
Hij ging voor de 1ste plek en met minder nam hij voor zijn gevoel geen genoegen.
Frans was een perfectionist, later heeft hem deze eigenschap als bondscaoch nog wel eens opgebroken.
Hij verwachtte van zijn renners dezelfde inzet die hij had en altijd heeft gehad.

En Frans kon aardig voetballen. Dat klopt ook. Zijn leerschool kreeg hij vóór het wielrennen bij het Amsterdamse Blauw-Wit.
Later, na zijn wielercarriére, speelde hij bij VVA.
Waar ik 's zondags altijd werd ingeschakeld als grensrechter. Ha, ha.

Je Frans is te vroeg overleden. Véél te vroeg.
Op de wereld is het raar verdeeld. Als iemand gezond heeft geleefd dan was het Frans. Nooit gedronken, nooit gerookt, altijd gezond geten en voldoende (nacht)rust.
Na zijn wielercarriére ook altijd blijven fietsen.
Hij werd 61 jaar.
En ik, na het fietsen nooit meer iets aan sport gedaan, gezopen, gerookt, nooit naar mijn bed, altijd onderweg.
's Avonds met Henk Koopmans naar de Atalaya op het Leidseplein.
En daarna, om vier uur 's nachts, naar de club Fiasco van Henk Wiersma in de Kinkerstraat.
Altijd geleefd als een waanzinnige.
Maar na twee open hartoperaties, (vier en zes omleidingen), twee infarcten, vier keer een hartstilstand en even zoveel keer met succes gereanimeerd werd ik twee maanden terug wel 72.
Heb jij daarvan terug?
Ik niet!

Overigens, André Jansen?
Dé André Jansen.
De enige echte?
De broer ván?
Zaterdag zag en sprak ik ze alle twee nog tijdens de receptie van een negentig jarige.
André, ik zie ik in mijn herinnering nog altijd jou ergens op straat liggen? Na een valpartij in Olympia's Tour?
Of haal ik nu dingen door elkaar...........?

Met groeten,
Henk Bruijntjes.

Geplaatst door Henk Bruijntjes, 06 september 2012 12:41:36

Henk Bruijntjes

Hallo Henk, leuk dat je reageert! Inderdaad de broer van. Misschien vind je het leuk om 's op facebook te kijken, in beheer een page over wielrennen:
Als je facebook opent, schrijf dan: wielrennen, ANEKDOTES, en de page verschijnt. Hartelijke groet, André (jaja, dé André!)

Geplaatst door André Jansen, 22 december 2012 08:39:49

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web