Uit de ordners van Jan

“Als in de Tour de stad Bordeaux wordt aangedaan komt altijd weer het verhaal van de Nederlandse stad, omdat een Nederlandse renner daar zo vaak gewonnen heeft. Onzin, want er heeft misschien wel twee keer zo vaak een Belg gewonnen. Maar het is toch een hele reeks die in de loop der jaren is opgebouwd. De laatste was enkele jaren geleden Servais Knaven, maar de allereerste was de Eindhovenaar Hans Dekkers. Dat was op 15 juli 1952. De vrijbuiters van Kees Pellenaars kenden maar één werkwoord: AANVALLEN!!! Was er een ontsnapping, dan ging er altijd een mannetje mee. In de negentiende etappe van Pau naar Bordeaux zelfs twee. De sierlijke Haarlemse stilist Gerrit Voorting en de eerdergenoemde Hansje Dekkers in de roodwitblauwe trui van Nederlands kampioen. Helemaal geen renner voor de Tour en we hadden tot dat moment nog weinig van hem gezien, hoewel hij voor zijn doen redelijk over de bergen was gekomen. Maar in de laatste Tourweek kreeg hij de geest. Het peloton – moegestreden – maakte er een lange wandeletappe van en tegen het einde probeerde Dekkers het eens. Hij sloeg een flink gaatje, dat alleen door de Franse regionaal Pierre Pardoen werd overbrugd. Uiteraard ging een Nederlander ter bewaking in zijn wiel mee. Tegen die Hollandse overmacht had de Fransman geen schijn van kans en in het zicht van de wielerbaan in Bordeaux liet Voorting het beslissende gaatje vallen en Dekkers maakte het vakkundig af. Enkele tientallen seconden later pakte Voorting de tweede plaats.
We moesten vervolgens 36 jaar wachten voor er ...

... weer een Nederlander succesvol was op 15 juli. Dat was Steven Rooks (foto Cor Vos), want hij won in 1988 de twaalfde rit van Morzine naar l'Alpe d'Huez. Met zijn maatje Gert-Jan Theunisse had hij het vaak over de Alp gehad en voor allebei was het een hartewens om daar te zegevieren. Op de Glandon, de voorlaatste col, ging Pedro Delgado er vandoor. Rooks ging makkelijk mee en ook Theunisse en Parra konden er nog bij komen. De Colombiaan had interesse in de ritzege, maar zijn pogingen werden steeds door de twee Nederlanders gepareerd. Toen Rooks in de beklimming van l’Alpe d’Huez een gaatje sloeg was het gebeurd. Theunisse dekte de vlucht en bij Parra was het beste er af. Delgado ging voor de eindoverwinning en calculeerde alleen.
De Tour van 1998 zal voor Jeroen Blijlevens (foto Cor Vos) altijd een zwarte bladzijde in zijn mooie carrière zijn, evenals voor zijn ploeggenoten en vooral voor de ploegleiding. De heksenjacht, waar de Nederlandse TVM-ploeg het slachtoffer van werd, sloeg diepe wonden en daar kon de fraaie sprintzege van Jeroen op 15 juli in de vierde etappe van Plouay naar Cholet niks aan veranderen. Waar het achteraf allemaal voor nodig is geweest, is een vraag die niemand meer stelt. De trein van de wielersport dendert altijd maar door en omkijken is er weinig bij. Ik hoop dat er dit jaar wel eens scherpe vragen worden gesteld en er ook eens antwoorden komen. Want hoe je het ook wendt of keert, Basso en Ullrich staan slechts op een lijstje van de Spaanse justitie en dat is de enige reden waarom ze nu niet in de Tour rijden.
In 2000 was Erik Dekker met drie etappezeges zeer succesvol geweest in de Tour en er werd in 2001 dan ook veel van hem verwacht. Een hattrick zat er dit keer niet in, maar op 15 juli pakte de Drent wel de zege in de achtste etappe van Colmar naar Pontarlier.
Vandaag geen jarige etappewinnaars uit het verleden. Wel deelnemers. Zoals de Fransman Jean Dargassies (1872), die elfde werd in de allereerste Tour de France van 1903 en die een jaar later zelfs als vierde eindigde. Hij overleed op 7 augustus 1965. Verder is vandaag de Duitser Stephan Schreck (1978) jarig en die was vorig jaar 86e in de eindstand.
Eddy Merckx behaalde op 15 juli drie overwinningen. Dat was in 1969, in 1971 en in 1972.

Tot morgen!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 15 juli 2006 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web