De Burgerlijke Stand van 18 december.


Kees KOOT (1923, overleden 11.12.2007, Nederland)

Ik heb hem een jaar of vijf geleden ontmoet bij de begrafenis van Toon Steenbakkers. Een aardige rustige man die net voor, tijdens en net na de Tweede Wereldoorlog wielrenner was. Een sterke coureur die het van solo-ontsnappingen moest hebben om te winnen. Sprinten kon hij niet dus moest hij alleen aankomen en daar was hij als amateur heel bedreven in. Bij de profs lukte het minder maar hij was dan ook prof in een beroerde tijd. Er was weinig startgelegenheid en de mogelijkheden om aan de start te komen waren ook niet ideaal. Meestal ging hij in de nachtelijke uren op weg met in zijn trui een pak boterhammen met spek. Zo reed hij naar de koersen in België en westelijk Nederland om na afloop weer terug te fietsen. Hij had de wielerbacil geërfd van zijn vader die ook wielrenner was en hij erfde van zijn vader ook het in 1922 opgerichte schildersbedrijf dat nog steeds bestaat. Hij had dus een alternatief naast het fietsen waarin in die tijd niets te verdienen was. Toen hij in 1952  ... 

... op 29-jarige leeftijd stopte kon hij zo in het bedrijf stappen. In de jaren zestig herhaalde de geschiedenis zich toen ook zoon Hans een aardige wielrenner bleek te zijn. Overal ging hij met zijn kind naar toe en fanatiek als in zijn eigen wielerdagen stond hij Hans aan te moedigen en van wijze raad te voorzien. Hij ontbrak alleen als zijn favoriete voetbalclub moest spelen. Een thuiswedstrijd sloeg hij nooit over al had Hans bijvoorbeeld in de Tour de France de gele trui moeten verdedigen. Als Eindhovenaar moest hij niets van PSV hebben en ook Eindhoven, de tweede club uit de Lichtstad, kon hem niet bekoren. De favoriete club van Kees Koot was namelijk Mönchen Gladbach. Hij bezocht niet alleen trouw alle thuiswedstrijden, maar ging met de supportersbus ook vaak mee naar de belangrijkste uitwedstrijden. Het scheelde maar een haar of hij was ook nog bestuurslid geweest van zijn kluppie net over de grens bij Venlo. In augustus 2006 sprak ik met een krasse 82-jarige die me vertelde nog elke week zo’n drie keer 60 kilometer te fietsen. Op de racefiets uiteraard. 16 maanden later overleed hij. In zijn slaap door een hartstilstand. (Foto: archief Wim van Eyle)

De andere op 18 december geborenen zijn:

ARMITSTEAD, Elizabeth (1988, Groot Brittannië)
BARRY, Michael (1975, Canada)
BRAJKOVIC, Janez (1983, Verenigde Staten)
BUYSSE, Achiel (1918, overleden 23.07.1984, België)
DIERCKX, Steven (1986, België)
GROOT, Bram de (1974, Nederland)
HATTELAND, Tone (1979, Noorwegen)
HUYSMANS, Jos (1941, België)
IVANOV, Ruslan (1973, Moldavië)
PESENTI, Guglielmo (1933, Italië)
SANDEN, Harm van der (1990, Nederland)

Steun onze actie!

WAAROM PIETER WEL EN JAN EN JOOP NIET?

Door Fred van Slogteren, 18 december 2010 0:00

Kees Koot

De Eindhovenaar Kees Koot heb ik destijds nog wel zien rijden. In de criteriums voor profs kwam hij inderdaad nauwelijks nog uit de verf, maar wie weet hoe vaak hij toen al moest bijspringen in het schildersbedrijf van pa, wat ten koste van de training zal zijn gegaan. Kees reed trouwens maar kort bij de beroepsrenners.

Dat hij als amateur een grote belofte was, moge wel blijken uit zijn zege in de eerste Benelux Tour. Dat was kort na de oorlog een aansprekende koers, die leidde van Breda naar halverwege Antwerpen en vandaar terug naar Breda, om vervolgens via de Langstraat op Den Bosch af te gaan en via Utrecht naar de wielerbaan van het Olympisch Stadion in Amsterdam te voeren. Olympia tekende voor de organisatie en beschouwde het evenement als proefproject ("pilot" schijn je tegenwoordig te moeten zeggen) voor de latere Olympia's Tour.

Han de Gruiter

Geplaatst door Han de Gruiter, 18 december 2014 14:30:21

Koot en Koot

Het ging hier laatst over Kees Koot uit Eindhoven en diens zoon Hans, beiden goed op de fiets en met de verfkwast. Er is in de wielerwereld echter nog een andere Koot geweest, iemand wiens voornaam mij onbekend is, want bobo's waren in zijn tijd nog geen Jan of Piet, tenzij ze roem hadden vergaard als actief atleet, maar "de heer". Bobo Koot ging dan ook door het leven als "de heer M. Koot", zelfs al toen hij tijdens de oorlog nog in het colofon van de Haagsche Courant stond vermeld als de sportredacteur.

Hij was toen al directeur van wijlen de Rijswijkse, door de Duitsers gesloopte, wielerbaan geweest en zou jaren later ook de scepter zwaaien over de Delftsche Courant, in welke functie ik de man één keer in levenden lijve heb gezien tijdens een vluchtig bezoekje aan de redactie. Had ik toen geweten dat die man dezelfde was die de oorlogskrant met sport en de wielerbaan met sprinters en stayers had gevuld, ik zou hem zeker en vast aan het colbert hebben getrokken. Die man, op dat moment nog "gedelegeerde" namens de wielerbond bij WK's, had ongetwijfeld een boeiend verhaal opgeleverd. Helaas, een mens als ik ontdekt vaak veel te laat wat er aan kopij in een ander steekt.

Han de Gruiter

Geplaatst door Han de Gruiter, 06 januari 2015 13:03:46

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web