De Burgerlijke Stand van 22 november.

Herman KROTT (1930, overleden 19.10.2010, Nederland)

De eerste keer dat ik de vorige maand overleden Herman Krott sprak, was in 1997. Ik was toen net medewerker van het blad Wieler Revue en dat vierde dat jaar het twintigjarig bestaan. Iedere maand zou ik een renner interviewen die in het oprichtingsjaar een bijzondere prestatie had neergezet. Een van die renners was Jos Lammertink die in 1977 als junior opzienbarende dingen deed. Hij kwam later in de Amstel Bier-ploeg van Krott terecht en ik vroeg Herman waarom dit grote talent het uiteindelijk niet heeft gemaakt. Zijn antwoord kwam er op neer dat Jos overliep van het talent, maar dat hij niet de juiste instelling had om een toprenner te worden. Op mijn vraag wat het grootste talent was dat ooit in zijn ploeg had gereden, verwachtte ik óf Joop Zoetemelk óf Fedor den Hertog als antwoord. Zonder een moment na te denken, zei hij echter: Arie Hassink. Hassink was inderdaad een groot talent, wiens carrière wreed werd onderbroken door ...

... een longziekte. Toen de omvang en ernst ervan was vastgesteld werd hij door de behandelende specialist uitgenodigd te komen praten over de mogelijkheden die er voor hem waren. Er waren er slechts twee. De ene was niets doen en het leven van een chronisch zieke leiden en de andere was een zeer riskante operatie met een kleine kans op een volledig herstel. Arie vroeg Herman met hem mee te gaan en nadat de arts de twee opties had voorgelegd, viel er een stilte. Het was Herman die dat doorbrak met de vraag: “Als Arie uw zoon zou zijn, wat zou u dan adviseren?” Daarop zei de arts zonder aarzelen: “Niet opereren, want te gevaarlijk.” Wielervader en wielerzoon (samen op de foto) wisten genoeg. Het is met Arie weer helemaal goed gekomen omdat hij besloot zijn longen te gaan trainen door permanent ballonnen op te blazen. Na drie maanden was het herstel al zo ver gevorderd dat de specialisten meenden met een medisch wonder te maken te hebben. Arie keerde terug in het peloton en realiseerde nog een prachtige tweede carrière, nog mooier dan de eerste. Als amateur, want hem werd door de artsen afgeraden prof te worden. Tot spijt van Herman die zijn ploeg immers had om zijn jongens op te leiden tot goede beroepsrenners. “Arie had alles in zich om te slagen, want hij hoefde voor geen van zijn generatiegenoten onder te doen. Hij was in alles beter dan Raas, behalve in het sprinten, hij kon Kuiper en Knetemann op alle onderdelen aan en van Roy Schuiten heeft hij nooit een tijdrit verloren. Bovendien was hij tactisch sterk en een heel slimme renner. Eeuwig zonde.” (Foto: © Cor Vos)

De andere op 22 november geborenen zijn:

BERKHOUT, Thomas (1984, Nederland)
DANGUILLAUME, Marcel (1928, overleden 04.10.1989, Frankrijk)
HERIJGERS, Paul (1962, België)
KREGEL, Jeroen (1985, Nederland)
MEIER, Roland (1967, Zwitserland)
MEULEN, Leen van der (1937, Nederland)
OLMO, Giuseppe (1911, overleden 05.03.1992, Italië)
PARRA PINTO, Fabio (1959, Colombia)
PREMONT, Christophe (1989, België)
ROCHE, Andrew (1971, Ierland)
SCHLECK, Johnny (1942, Luxemburg)
STÖPLER, Nick (1990, Nederland)
WESTRUS, Louis (1948, Nederland)

Steun onze actie!

WAAROM PIETER WEL EN JAN EN JOOP NIET?

Door Fred van Slogteren, 21 november 2010 23:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web