Het Luchon van Lucien Buysse

Vandaag start de Tour in Bagnères-de-Luchon en die plaats in de Pyreneeën is al vele malen in de geschiedenis start- of finishplaats geweest. Het is slechts een dorp met 2900 inwoners en het ligt in het departement Haute Garonne. In 1926 was Luchon de aankomstplaats van wellicht de meest helse etappe uit de hele Tourgeschiedenis. De renners begonnen om twee uur ’s nachts in Bayonne aan die verschrikkelijke rit over 326 kilometer. Het was vreselijk slecht weer met striemende regen- en hagelbuien en er wachtten die dag maar liefst zes cols, waaronder de Aubisque, de Tourmalet, de Aspin en de Peyresourde. Toen de eerste col – de Osquich - bedwongen was werd het dag en de renners waren toen al zo doorweekt dat ...

... hun fietsschoenen zompige geluiden maakten bij het omwentelen van de pedalen. “Wie zijn vader en moeder koelbloedig vermoord heeft, is nog te goed om coureur te zijn”, schijnt geletruidrager Staf Van Slembrouck toen uitgeroepen te hebben. Tijdens de beklimming van de Aubisque begon het te sneeuwen en op de top heerste bittere vrieskou. Nadat eerst de Belg Omer Huysse er vandoor was gegaan demarreerde de Luxemburger Nicolas Frantz en de Belg Lucien Buysse reageerde attent. Ook diens ploegmakker Leon Parmentier sloot aan. De twee losten Frantz en ze haalden, nog steeds in de beklimming, Huysse in. Die kon niet aanpikken en ook Parmentier kon het tempo van Buysse niet meer volgen. Bij de eerste controlepost kreeg de Kleine van Wontergem een drinkkruik met gloeiend hete koffie, die hij voor de helft opdronk en voor de rest over zijn verkleumde handen goot. Toen hij weer wilde vertrekken kwam Berten De Jonghe bij de controlepost. Buysse besloot op zijn landgenoot te wachten en samen vertrokken ze naar de voet van de Tourmalet. Halverwege de beklimming van deze Pyreneeënreus moest De Jonghe afhaken en moederziel alleen vervolgde Lucien Buysse zijn martelgang naar Luchon. Het bleef die hele julidag stervenskoud en de regen daalde onophoudelijk neer. Buysse reed als een robot. De benen maalden de kilometers weg als was hij een machine, terwijl ver achter hem een slagveld ontstond met tientallen slachtoffers. Buysse viel soms in de spekgladde bochten, maar dan krabbelde hij steeds weer overeind en veegde zijn wonden schoon met zijn doornatte koerspet. Achteraf wist hij daar niks meer van, hij was een automaat geworden niet meer gevoelig voor pijn en emotie. Aan de voet van de Aspin bedroeg zijn voorsprong meer dan een half uur. Ook hier was hete koffie een geweldige opkikker en hij hoorde daar dat hij nog veertig kilometer te gaan had. Toen de auto van Tourdirecteur Henri Desgrange hem in de beklimming van de Peyresourde passeerde, bleek Lucien Buysse toch nog iets van emotie in zijn lijf te hebben. “Smeerlap”, siste hij vol overtuiging tussen zijn tanden. Na een solo van tachtig kilometer bereikte de Belg na 17 uur en 12 minuten zwoegen uiteindelijk Luchon, waar Desgrange als een gebraden haan stond te pronken. Hij werd ovationeel verwelkomd en voorzichtig van zijn fiets getild, want de vingers zaten aan het stuur gevroren. Omwikkeld met dekens strompelde hij naar de eindcontrole, maar hij kon het potlood om zijn handtekening op het aankomstformulier te zetten, niet meer vasthouden. Tot meer dan een kras kwam hij niet. Hij werd daarna klappertandend in een auto afgevoerd en in het hotel in een gloeiend heet bad gelegd. Toen hij na een half uur verkwikt uit het bad stapte, kwam men hem vertellen dat de Italiaan Aymo net als tweede was gefinisht op meer dan 25 minuten achterstand. Nadat hij een lekkere tuk had gedaan kwamen pas zijn belangrijkste concurrenten voor de eindzege binnen. Uren na de aankomst van Buysse waren er nog maar enkele tientallen renners gefinisht. Meer dan de helft van het aantal deelnemers was nog onderweg of zat in berggrotten te schuilen. Desgrange stuurde daarom enkele vrachtwagens de bergen in om de renners te gaan zoeken, terwijl Buysse zich tegoed deed aan een omvangrijk maal en veel champagne. Om middernacht waren nog maar 47 van de 76 deelnemers in Luchon gearriveerd. Maar toen lag Lucien Buysse al lang als een baby te slapen.

Hij won de Tour van 1926 uiteindelijk met een voorsprong van bijna anderhalf uur op Nicolas Frantz. Lucien Buysse overleed op 3 januari 1980 op 87-jarige leeftijd. Zijn prestatie is door de journalist Jan Cornand vastgelegd in het kostelijke boekje Gouden Lucien Buysse, een uitgave van N.V. Drukkerij Het Volk (1976).

Door Fred van Slogteren, 14 juli 2006 6:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web