Van de boekenplank van Wim …

KAMPIOENEN EN KRUKKEN IN KNIEBROEK

door Pierre Heijboer

Een alleraardigst boek uit 1978 waarin op populaire wijze het ontstaan van vrijwel alle bekende sporten wordt beschreven. Het is rijk geïllustreerd met tekeningen en foto’s uit een ver verleden. Het 184 bladzijden tellende werk geeft een goed beeld van hoe het er toen in de diverse sporten aan toe ging en dat was zo tussen 1850 en pakweg 1920, schat ik. Voor de wielersport zijn elf pagina’s ingeruimd en daarin wordt beschreven hoe het toen was in de eerste edities van de Tour de France; wat de renners moesten doorstaan in de koersen ...

 

... op de hoge Bi en de driewieler; hoe hard en hoe lang er gereden moest worden in de eerste zesdaagsen waarin de strijd eens werd aangebonden met cowboys te paard uit de Wild West Show van Buffalo Bill; hoe een stayer in de luwte bleef achter de quint (een vijfpersoonsfiets) en de eerste primitieve gangmaakmotor met twee man op de bok, enzovoort, enzovoort. Het is leuk en onderhoudend opgeschreven door Pierre Heijboer, journalist bij eerst Het Parool en later bij de Volkskrant. We kennen Heijboer als een serieus onderzoeksjournalist die zich een aantal jaren heeft beijverd om de geheimen achter de vliegramp in de Bijlmermeer te achterhalen en er ook een boek over heeft geschreven. Ik vond zijn telefoonnummer op internet en besloot hem te vragen wat zijn persoonlijke beleving is bij de wielersport. Tot mijn verbazing antwoordde hij dat hij zijn leven aan onze sport te danken heeft. In 1934 was zijn vader Kees Heijboer als machinist werkzaam bij de staatsmijn Emma in Hoensbroek en in zijn vrije tijd was Kees amateurwielrenner. Op het landgoed van de rijke boer en grootgrondbezitter Pierre Cremers lag een houten wielerbaan en daar mochten de renners uit de omgeving trainen. Tijdens zo’n training kwam Kees te vallen en met een flinke jaap aan zijn dijbeen strompelde hij naar een bankje op het middenterrein. Even later kwam Fientje langs, de huwbare dochter van boer Cremers, want die wandelde daar regelmatig om met haar vriendinnen besmuikt en onder elkaar giechelend naar die stoere sportjongens te kijken die daar aan het trainen waren. Kees keek verrast op toen de mooie Fientje langs liep en riep op wervende toon: ‘Zo, kom je me troosten?’ Van het een kwam het ander en drie jaar later werd Pierre Heijboer geboren. Een leuk verhaal en een leuk boek, dat antiquarisch nog volop te koop is. De ondertitel is: Beelden en berichten uit de kinderjaren van de sport en die titel dekt de lading volkomen.

Door Fred van Slogteren, 29 januari 2015 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web