De Burgerlijke Stand van 10 oktober.

Gerrit-Jan SPENKELINK (1918, overleden omstreeks 1991/92, Nederland)

Deze rasechte Tukker uit Hengelo heeft op twee manieren naam gemaakt in de wielersport. Als wielrenner was hij tussen 1939 en 1954 een middelmatige profrenner die geen uitzonderlijke prestaties op zijn naam heeft staan. De Duitse bezetting zat zijn carrière danig in de weg en in de jaren na de oorlog was er geen droog brood te verdienen. Wel reed hij veel in Duitsland in de vele baanprogramma’s die daar werden verreden, met landgenoten als Harm Smits en Harry van de Kamp. Hij is bij toenmalige collega’s in de herinnering gebleven als de man met het busje. Daar zaten zijn pilletjes in en voor de start pakte hij er één, stak die in zijn mond en zei: “Die is voor Coppi”. Het volgende pilletje was voor Bobet en zo werkte hij alle toenmalige vedetten af. Tenslotte nam hij een handjevol uit het busje, sloeg die naar binnen, slikte en zei: “Voor de rest van het peloton”. Na zijn wielercarrière werd hij mecanicien, of zoals de renners zeggen mekanieker. Hij begeleidde als zodanig vele jaren de selecties van de KNWU bij buitenlandse wedstrijden en hij heeft ook vele malen de Tour de France gedaan. Hij was een stugge man, eentje van ...

... weinig woorden. Zo herinneren zijn collega Johnny Krijnen en oud-renner Arie Hassink zich Jan Spenkelink, met wie ze jaren hebben opgetrokken. Krijnen leerde hem kennen toen hij als mekanieker voor het eerst de Zesdaagse van Berlijn ging doen en zijn oudere collega om advies vroeg. Dat ging ongeveer zo: “Meneer Spenkelink?” “Wat mot-je?” “Weet u waar ik vanavond kan slapen?”. “Ga maar met mij mee”, was het stuurse antwoord. Diep in de nacht voerde hij Krijnen mee naar een kamertje boven een café, waar iets stond dat op een bed leek. De volgende morgen vroeg Krijnen waar hij kon ontbijten. “Ontbijten? Eerst een biertje.” Die stond beneden in de kroeg al klaar voor de stamgast, met een schnapps erbij als het equivalent van de Nederlandse kopstoot. Na een paar van die combinaties naar binnen te hebben geslagen ging het naar de baan. Van het merkwaardige ontbijt van de routiné was die dag niets te merken, want Spenkelink werkte als een bezetene en uiterst punctueel. “Een fijne collega”, kwalificeert Krijnen hem. “Hij kon stug en onbehouwen zijn, maar als hij je mocht dan kon je een potje bij hem breken. Een geweldige vakman.” Hassink deelt die mening. Hij kan het weten, want jarenlang ging hij met Jan, zijn persoonlijke mekanieker, naar de criteriums. “Een fijne vent”, herinnert de voormalige coryfée van de Amstel Bier-ploeg zich. “Een goed mens, met een klein hartje en een groot alcoholprobleem. Daar merkte je in zijn werk echter niets van, want niemand kon beter en sneller wielen spaken dan Jan. Hij is ergens in 1991 of ’92 overleden, maar dat weet ik niet precies meer.” (Foto: archief Wim van Eyle)

De andere op 10 oktober geborenen zijn:

BILLIET, Albert (1907, overleden 05.03.1977, België)
BOGAERT, César (1910, overleden 13.01.1988, Nederland)
BRENTJENS, Bart (1968, Nederland)
CHALMEL, André (1949, Frankrijk)
CLAES, Ronny (1957, België)
CORNU, Dominique (1985, België)
DE DECKER, Bjorn (1988, België)
DMITRIYEV, Valeriy (1984, Kazachstan)
HERRERO LLORENTE, David (1979, Spanje)
LE DROGO, Ferdinand (1903, Frankrijk)
LOOS, Gerrie (1921, overleden 31.05.1991, Nederland)
MOUSQUES, Nathalie (1987, Frankrijk)
NEK, Piet van (1885, overleden 14.04.1914, Nederland)
PALEO MOSQUERA, Alejandro (1981, Spanje)
PAUER, Karin (1978, Oostenrijk)
PIEDRA PEREZ, Antonio (1985, Spanje)
PIERINGER, Angelika (1969, Oostenrijk)
ROLLAND, Pierre (1986, Frankrijk)
SCANLON, Mark (1980, Ierland)
VAN IMMERSEEL, Gert-Jan (1990, België)

Steun onze actie!

WAAROM PIETER WEL EN JAN EN JOOP NIET?

Door Fred van Slogteren, 10 oktober 2010 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web