Uit de ordners van Jan …

“Vandaag aandacht voor het Franse maandblad Miroir du Cyclisme. Het blad verscheen al in 1960, maar pas vanaf januari ‘61 is men het blad gaan nummeren. Het werd snel populair bij de vele Franse wielerliefhebbers en al snel werd een oplage van 80.000 bereikt. Dat kwam voor een deel omdat vele kolommen werden gevuld met de rivaliteit tussen Jacques Anquetil en Raymond Poulidor, waar de Fransen wel pap van lusten en ook de vele berichten over Rik Van Looy legde het blad geen windeieren. In buurland België wilde men alles lezen wat over ...

... de Keizer van Herentals werd geschreven en dus ging jarenlang een flink deel van de oplage naar onze zuiderburen. Aan het eind van de jaren zestig kwam de kentering. Onder invloed van de televisie die steeds meer nieuws- en sportprogramma’s ging uitzenden, kregen de gedrukte media het moeilijk. De uitgever van de Miroir bond daartegen de strijd aan door het blad steeds mooier te maken met diepgravende artikelen van gerenommeerde wielerjournalisten en schitterende kleurenfoto’s. Vanaf 1972 werd het blad in het hart voorzien van een poster. Niet met een playmate zoals in de Playboy, maar met een wielrenner of een mooie actiefoto. De strijd was echter niet vol te houden. De papierprijzen, het dure drukprocédé, de stijgende posttarieven noopten de uitgever de abonnementen steeds duurder te maken met een groot aantal opzeggingen als gevolg. Zo ging het mooie blad tot spijt van de echte liefhebbers langzaam maar zeker ten onder.

Wielerfanaten in Frankrijk, in andere landen en zeker ook in Nederland koesteren heden ten dage de jaargangen die verschenen zijn als ware verzamelobjecten. Op wielerbeurzen worden er flinke bedragen voor betaald en ik prijs me gelukkig met de jaargangen die ik heb. Daarom vandaag mijn keus voor de uitgave van augustus 1975 met een terugblik op de Tour de France van dat jaar. Voor de Fransen was die Tour heel bijzonder. Hun idool Bernard Thevenet versloeg na zeven jaar buitenlandse overheersing de grote favoriet en vijfvoudig winnaar Eddy Merckx. Het blad blikt terug met een prachtig fotoverslag, waaraan je je zoveel jaar later nog kunt vergapen. De Fransen en waarschijnlijk ook alle andere niet-Belgen waren een beetje uitgekeken op de drukkende hegemonie van Merckx en dat stak de redactie bepaald niet onder stoelen of banken. De Miroir schreef zelfs dat het goed zou zijn voor de wielersport als de Belg een keer niet aan de start zou verschijnen, maar zo zat het idool aller Belgen niet in elkaar.

http://www.youtube.com/watch?v=5dLFj_3wPrg

Het zag er aanvankelijk goed uit voor Merckx en hij reed dagenlang in de gele trui. Nadat Francesco Moser de proloog had gewonnen en het eerste geel mocht aantrekken, bleef de Italiaan acht dagen klassementsleider met Merckx op het vinkentouw met slechts twee seconden achterstand. Na een korte tijdrit van 16 kilometer nam Merckx de leiding over en een ieder was er van overtuigd dat de Belg de basis had gelegd voor zijn zesde Tourzege. In de 14e etappe vond er echter een incident plaats op de hellingen van de Puy de Dôme, de uitgebluste vulkaan in het Centraal Massief waar zoveel Tourhistorie is geschreven. Merckx kreeg van een toeschouwer langs de weg een opstopper op zijn lever en reed de rit verkrampt van pijn uit. Hij verloor die dag 33 seconden op de oprukkende Thevenet, maar hij behield nog net de gele trui. In de twee dagen daarna sloeg de Fransman zijn slag. Hij won beide Alpenetappes en Merckx was het geel kwijt (zie ook bovenstaande link naar YouTube). Na de 16e etappe die over de Col de Vars en de Izoard ging, stond de Belg tweede in het klassement met een achterstand van 3’20” op Thevenet. In de rest van de Tour pakte hij nog wel wat seconden terug, maar hij bezat niet meer de macht om Thevenet op te vreten, zoals hij in de jaren daarvoor menig maal met zijn tegenstanders had gedaan. De sleet werd zichtbaar, hoewel hij zelf die stomp op de lever de schuld gaf. Met een achterstand van 2’47” stond hij in Parijs op het erepodium. Met een sip gezicht naast een stralende Thevenet en een eveneens vrolijk ogende Lucien Van Impe, die een jaar later de Tour zou winnen. Ondanks het verlies van Merckx was het een prachtige Tour voor de Belgen, met maar liefst tien ritoverwinningen. Nederland mocht ook niet mopperen met een vierde plaats van Joop Zoetemelk in de eindstand en vijf ritzeges, waaronder twee van de toen nog volkomen onbekende sprinter Theo Smit.

Met ook nog sprintoverwinningen van Rik Van Linden, Jacques Esclassan, Barry Hoban en Walter Godefroot (de eerste overwinnaar op de Champs Elysées) schreef de Miroir over ‘La vitesse est leur métier’, ofwel de snelheid is hun beroep. En over Theo Smit schreven ze zinnen als: l’Inconnu dans la maison, isolé sur la gaunche, de la route et dans sa supérioté, l'emportait de plusieurs longueurs. L’Hollandais véritable révélation, récidivait a Fleurence.’ Smit was voor de redactie duidelijk de grote onbekende in het spurtersgeweld en daarom de openbaring van deze Tour. Op pagina 13 staat een prachtige serie foto’s van de spurt op het autocircuit van Le Mans, waar Jacques Esclassan en Rik Van Linden elkaar in volle spurt raakten. Ze bleven overeind en de Fransman won, terwijl de Belg net over de streep zwaar ten val kwam. Hij kon de strijd vervolgen, nog een rit winnen om uiteindelijk in het groen als winnaar van het puntenklassement in Parijs te worden gehuldigd. Bladerend door het 65 pagina’s tellende blad kom ik prachtig fotowerk tegen. Zoals in de Pyreneeën waar Merckx in het geel wordt belaagd door Zoetemelk, Thevenet, Gimondi, Galdos, Ocaña, Van Impe, Pollentier en Lopez-Carill. ‘La minute de vérité’, lees ik over de prachtige rit naar het ski-oord Pla d’Adet, waar Zoetemelk en Thevenet bijna een minuut pakten op Merckx. Er werd ook gewandeld in deze tumultueuze Tour en dat was voor Gerben Karstens vaak aanleiding om de clown uit te hangen. In de door Gerrie Knetemann gewonnen etappe Tarbes-Albi klom de Leidse notariszoon in het wandelende peloton op de nek van de Belg Eddy Peelman, terwijl René Dillen zich over zijn fiets ontfermt. Iedereen lachen natuurlijk, maar de jury kon het niet waarderen. Beide renners kregen 200 francs boete en de Miroir reageerde met: ‘Avis au peloton: par arreté des organisateurs il est interdit de s'amuser! Vrij vertaald: doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg, want het is verboden anderen te vermaken.

En verder is het alles Bernard Thevenet dat in deze uitgave de klok slaat en dat blijkt uit de koppen en tussenkoppen. ‘Le Puy de Dôme de Bernard Thevenet’, ‘Allez Bernard!’, ‘Thevenet parmi les grands’ en ‘La solitude du champion’. De nieuwe held aller Fransen had de ongenaakbare Eddy Merckx van zijn voetstuk gefietst en dat wordt prachtig uitgebeeld met een tekening van de beroemde cartoonist Pellos. Maar de waardering voor Merckx blijft en onder een prachtige foto met Thevenet in het geel en Merckx in de regenboogtrui, staat: ‘Bravo Bernard, chapeau Eddy’. En dat tekent de klasse van de Miroir, want terwijl de rest van de Franse pers zeer chauvinistisch over die Tour berichtte was er in dit prachtige blad ook waardering voor de verliezers. Niet alleen voor Merckx, maar ook voor Van Impe, Zoetemelk, Gimondi, Lopez Carill, Moser, Fuchs, Janssens en Torres. Het was een gedenkwaardige Tour en vijfendertig jaar na dato heb ik er nogmaals van genoten, dankzij deze uitgave van wijlen de Miroir du Cyclisme.  

Tot volgende week!”
   
Jan Houterman

Steun onze actie!

WAAROM PIETER WEL EN JAN EN JOOP NIET?

Door Fred van Slogteren, 23 augustus 2010 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web