Op stap met Henk Vogels …

“Met het nationale rood, wit en blauw om de schouders was het in 1966 in Nederland niet mogelijk om zonder stress te koersen. Om enigszins in de luwte toch aan de nodige wedstrijdkilometers te komen, gingen we naar België. Voor mijn metgezel Henk Vogels (foto: archief Wim van Eyle) was het de eerste koers na een lange revalidatie van een zwaar rugletsel, opgelopen door een val in de Ronde van Drenthe, veroorzaakt door een plotseling remmende jurywagen die hij niet meer had kunnen ontwijken. Ruim voor de aanvang van de wedstrijd stonden we, tegen een geparkeerde auto hangend, te praten met ons bekende Belgische wielerliefhebbers. Een forsgebouwde man met een BWB embleem op zijn jas kwam haastig aangelopen en snauwde ons toe dat die auto rap verwijderd diende te worden. “Nou, wat houdt u tegen mijnheer!”, vroeg Henk spottend. De slechtgehumeurde man zag al snel in dat de wagen niet aan ons toebehoorde en in zichzelf mompelend maakte hij ...

 

...  rechtsomkeerd ons in allerbeste stemming achterlatend. Een uurtje later tijdens de koers hadden we het er nog over, maar niet lang daarna schreeuwde Henk mij toe dat hij lek zat. Dat hem dat nu weer moest overkomen na al die narigheid van de laatste tijd. Dit kon toch geen toeval zijn? “Jij hebt altijd geluk”, riep hij wel eens. “Geluk is af te dwingen”, antwoordde ik dan altijd plagerig. Nu had ik echter echt met hem te doen, dus bood ik hem mijn fiets aan zodat hij de koers kon vervolgen. Voor mij kon een dagje rust geen kwaad. De pechvogel nam het aanbod dankbaar aan en reed rap terug naar het peloton. De jurywagen met daarin ‘sorry, dat ik het zeg’, de lompe BWB’er kwam naast hem rijden en sommeerde Henk op barse toon tot afstappen. Mijn door de adrenaline opgefokte vriend bitste terug: “Waarom, waarom?” “Omdat ik dat zeg”, treiterde de man. Waarop Henk hem weer voor vuile dikke papzak uitmaakte. Enfin, grote ruzie daar achter de groep. Met een rood hoofd, witheet en blauw van ergernis stapte Henk, als was hij de Nederlandse kampioen, zwaar teleurgesteld af. Na afloop van de koers bij het inleveren van de rugnummers kregen we te horen dat we om beurten bij de mijnheer op rapport dienden te komen. De loslippige Henk moest er op rekenen dat de hoogst mogelijke schorsing zou worden aanbevolen bij de strafcommissie, liet de man hem weten en voor mij was een iets mindere straf voldoende, omdat ik niet wist dat men niet onderling van fiets mocht verwisselen. Ook zou het verboden zijn om een wedstrijd als training te gebruiken. Buitengekomen vertelde ik verongelijkt aan omstanders wat ons was meegedeeld. Een van de toehoorders stormde vervolgens verontwaardigd naar binnen en greep de delegé bij zijn strot onder het toeschreeuwen van: “Wat, de Hollandse kampioen schorsen? Ik zal je leren!” om vervolgens in elkaars houdgreep broederlijk door het lokaal te rollebollen. De ijlings opgetrommelde politie moest de dolgeworden man tenslotte afvoeren. “We kwamen naar België om de stress te ontlopen”, lachte Henk op de terugweg naar Haarlem als een boer die kiespijn heeft. 
Voor mij persoonlijk had dat muisje nog een vervelend staartje, want de BWB rekende mij het gebeurde van de vechtpartij aan en twee maanden schorsing was het gevolg. In beroep aantonende dat de ‘supporter’ meer dan 200 kilometer bij me vandaan woonde en geen bekende van me was, werd de straf gehalveerd. Desondanks ergerde ik mij er als Nederlands kampioen rood, wit en blauw aan!

Tot volgende week!”

Jan van der Horst

Door Fred van Slogteren, 28 februari 2010 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web