Op veler verzoek: Mijmeringen van Jan …

Wout & William

door Jan van der Horst

In 1967 waagde op 33-jarige leeftijd een renner uit ‘De Glazen stad’ de stap naar de beroepswielrenners. Geen hoogvlieger die Wout van den Berg uit de streek onder Den Haag, waar ook Leo Duyndam en later Leo en Teun van Vliet vandaan kwamen. Voor deze middelmatige coureur stonden de ploegen natuurlijk niet in de rij. Het deerde de vrolijke Wout niet, als hij maar met zijn trainingsmaat Leo Duyndam tussen de vedetten kon koersen.
Iedereen in het Westland kent hem als de man in het zwart. Tot zijn 51e had de voormalige tomatenkweker een proflicentie, maar zijn uitslagen zijn op één hand te tellen. Een 10e plaats in de Nationale Sluitingsprijs Putte-Kapellen was zijn hoogtepunt. Een droge snee brood, zou je denken. Wout lachte maar een beetje als wij naar zijn inkomstenbron hengelden, om vervolgens met een flinke dot gas op het pedaal van zijn BMW ons in ...

... raadselen achter te laten. De organisatoren van criteriums maakten dankbaar gebruik van de populariteit van de zwarte ridder door premies uit te loven als hij het klaarspeelde om bij de volgende doorkomst een plaatsje of meer op te schuiven. Het voltallige aanwezige publiek vond het al geweldig als Wout dan zijn hand op stak.
Regelmatig kom ik Wout van den Berg met zijn karakteristieke paardenstaart op de fiets tegen, nog altijd gekleed in het zwart. Nooit te beroerd om dan een hand op te steken.
(Foto: © Theo Buiting)

Wim Bas uit het Noordhollandse Graft was ook een individuele profwielrenner uit die jaren. Als amateur kon hij eens beide handen in de lucht steken als winnaar van de Ronde van Sint Oedenrode. Een wapenfeit dat nu niet direct een profcarrière deed voorspellen. Wim moest en zou echter beroemd worden, of in ieder geval bekend. Toen hij in België zijn lelijk eendje in de prak reed, maakte hij van de gelegenheid gebruik om aan zijn naam nadrukkelijk ‘profwielrenner’ toe te voegen om zo via het nieuws de aandacht op zich te richten. Teleurgesteld moest hij de volgende dag constateren dat men zijn naam met die van Bas Maliepaard had verward. ‘Weer niet in de krant’, moet hij gedacht hebben.
Bij het omkleden voor de koers  werd hij met de regelmaat van de klok gedold om zijn uiterst bizarre manier van prepareren.
Heel serieus klapte hij dan het meegebrachte tafeltje uit, bedekte het met een wit kleedje en zette daar een pikuurhouder op met een injectiespuit. Naast diverse vitamine- en ossebloed-ampullen, werd zonder enige gêne naar de anderen toe ook amfetamine als ritueel in de bil gespoten. Als een diabeet met insuline, zo vertrouwd ging Wim met die spullen om. Het leverde hem in de wandelgangen de naam van Dr. William O`Bas op. Roemloos, zonder aansprekende uitslagen van betekenis kwam aan zijn korte wielerloopbaan een einde.
Later lazen we wel in de krant dat hij een meisje had ontmoet, waarvan de ouders de deur voor hem gesloten wilden houden. In blinde woede heeft hij, geheel in eigen stijl, zijn auto toen maar met bruut geweld tegen schoonpapa’s gevel geparkeerd.
Hoe het Dr. William O`Bas verder is vergaan en hoe hij precies aan zijn eind is gekomen is niet helemaal duidelijk. Na de onvermijdelijke indianenverhalen daarover, vernam ik laatst dat ‘gewoon’ hartfalen hem op 29-jarige leeftijd fataal is geworden.

Door Fred van Slogteren, 21 februari 2010 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web