Uit de ordners van Jan …

"Op de baan van het Velodrome d’Hiver in Parijs werd op zondag 30 november 1952 een internationale koppelwedstrijd over 100 kilometer gehouden. De Nederlands-Italiaanse combinatie Gerrit Schulte–Fausto Coppi won deze koers in 2 uur 6 minuten en 26 seconden voor het Nederlandse koppel Gerard Peters en Jan Derksen. Zes jaar later was Schulte (foto: archief Wim van Eyle), 42 jaar oud inmiddels, nog steeds aan de winnende hand. Op zondag 30 november 1958 won hij met groot machtsvertoon in het Brusselse sportpaleis de wedstrijd om de Grote Prijs Stan Ockers. De renner uit Den Bosch eindigde niet alleen op de eerste plaats in het eindklassement, maar bracht tevens de tweede en de derde manche over 20 kilometer achter dernies op zijn naam en verbeterde ook nog tweemaal het baanrecord. De laatste maal zelfs met bijna een halve minuut. De Belg Rik Van Steenbergen werd tweede en Wout Wagtmans negende.

De deelnemers aan de Zesdaagse van Amsterdam, die van 7 tot en met 13 december 1967 in het RAI-gebouw werd gehouden, wisten al op 30 november dat tijdens het evenement een ...

... dopingcontrole zou worden ingesteld. Als de KNWU dat niet zelf zou doen, dan zou organisator Kurt Vyth die taak op zich nemen, zo maakte hij bekend. De consequenties voor de renners, zowel amateurs als professionals, zou dan kunnen zijn dat ze geschorst zouden worden. Vyth hoopte met zijn waarschuwing vooraf uiteraard dat doping geen roet in zijn zesdaagse-diner zou gooien, want het gecontracteerde deelnemersveld was nog sterker dan in 1966 het geval was. Naast topkoppels als Post-Pfenninger en Eugen-Lykke waren ook de Duitsers Altig-Renz gecontracteerd. Jan Janssen zou aan de start verschijnen met de jonge Amsterdammer Gerard Koel, met wie hij kort daarvoor in Madrid zijn vierde zesdaagsezege boekte. Vyth cs. was er voorts in geslaagd maar liefst zes oud-wereldkampioenen aan de start te brengen, te weten de Italiaan Giuseppe Beghetto, de Australiër Sid Patterson, de Duitser Rudi Altig, de Belg Romain Deloof en de Nederlanders Jan Janssen en Henk Nijdam. Tot zijn grote spijt lukte het Vyth niet het wereldkampioenskoppel Sercu-Merckx (foto: © Cor Vos) aan de start te krijgen, omdat Eddy Merckx begin december zou gaan trouwen en zijn wittebroodsweken liever in zonniger oorden wilde doorbrengen, ver van de rokerige piste in het RAI-gebouw.

Peter Post was begin december 1973 druk bezig met het formeren van een profformatie met twaalf Engelse en zes Nederlandse renners, die in 1974 zou debuteren als de TI-Taleigh-ploeg. Onder die Nederlandse renners bevonden zich Tino Tabak, René Pijnen en Jos van Beers. Ook de talentvolle amateur Wim de Waal (foto: archief Wim van Eyle) uit Axel, die in 1973 maar liefst 37 overwinningen op zijn naam had geschreven, waaronder een etappezege in de Tour de l’Avenir, had een voorlopig contract getekend. Voor directeur Frans van Turenhout van de breigoederenfabriek Trico-Noble uit het Zeeuws-Vlaamse Aardenburg, was het vertrek van De Waal aanleiding te stoppen met het sponsoren van een amateurformatie, zeker toen hij er achter kwam dat nog een renner uit zijn ploeg een contract was aangeboden. Dat was Jan Raas uit Heinkenszand, maar die was daar niet op ingegaan. Het nieuwe sponsorreglement van de KNWU, dat besliste dat oudere amateurs niet meer gesponsord mochten worden, een maatregel die kort daarna door de rechter was nietig verklaard, was voor Van Turenhout mede aanleiding geweest om zich met onmiddellijke ingang uit de wielerwereld terug te trekken. ‘De KNWU is eveneens oorzaak van mijn besluit, want de sponsors mogen wel veel geld in de wielersport steken maar hebben totaal geen inspraak. Aan de wantoestanden, van enorme premies en startgelden voor amateurs in criteriums waaraan de sponsors geen schuld hebben, doet de KNWU niets. Men moet eerst eens de hand in eigen boezem steken.’ Peter Post ging echter gewoon verder en maakte bekend dat zijn nieuwe formatie niet alleen in Engeland maar vooral op het vasteland van Europa zou gaan rijden. Voorlopig zou er nog niet worden gestart in grote evenementen als de Tour de France.

Het Nederlandse koppel Leo Duyndam-Piet de Wit won op 2 december 1973 de 21ste Zesdaagse van Zürich. Het was de eerste keer dat deze vermaarde SIX door een geheel Nederlandse combinatie werd gewonnen. Voor De Wit betekende het zijn eerste (en enige) zesdaagse-overwinning, voor Duyndam zijn twaalfde. Cees Stam werd met Albert Fritz tweede, hoewel ze 130 punten meer hadden verzameld dan Duyndam en De Wit. De ronde achterstand die ze hadden opgelopen deed hen echter de das om. De Hagenaar Harrie van Leeuwen werd met de Zwitser Ulli Sutter twaalfde.

Hermann Krott (foto: © Cor Vos) werd op 29 november 1989 in Amsterdam benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. De in Leimuiden woonachtige Amsterdammer had die onderscheiding te danken aan een grote staat van dienst in de wielersport. Halverwege de jaren zestig tilde Krott de Amstel Bier-amateurploeg van de grond, een formatie die furore maakte als kweekvijver waar grote talenten als Joop Zoetemelk, Gerrie Knetemann, Fedor den Hertog en Leo van Vliet uit zijn voortgekomen.

Voorzitter Hein Verbruggen (foto: © T&T Tekst & Traffic) van de Internationale Wielren Unie (UCI) werd op 30 november 1994 benoemd tot erelid van de KNWU. De Brabander kreeg de titel en de bijbehorende speld tijdens de jaarlijkse wielerlunch van Amstel Bier, omdat hij nadrukkelijk zijn stempel had gedrukt op tal van vernieuwingen binnen de wielersport. Tevens maakte het blad Wieler Revue de winnaars bekend van de verkiezing van beste renner en renster van 1994. TVM-coureur Maarten den Bakker veroverde de gouden spaak als beste prof en de lezers beloonden wereldkampioene puntenkoers Ingrid Haringa met de zilveren spaak als beste vrouw van het seizoen 1994.

De Belgische overmacht in het internationale veldrijden was anno 2003 imposant. Wereldkampioen Bart Wellens behaalde op 30 november van dat jaar in het Drentse Gieten zijn tweede overwinning op rij in het Superprestigeklassement. Die zege was alweer zijn elfde in het lopende seizoen. Met zijn derde overwinning in vier races verstevigde hij zijn leidende positie in het klassement. Wellens was dat seizoen bijna niet te kloppen, de regenboogtrui had hem kennelijk vleugels gegeven. Na een ongelukkige start, sloeg hij al binnen het half uur het beslissende gat en liet hij zijn landgenoten Vannoppen en Nys ver achter zich. Nederlands kampioen Richard Groenendaal kwam niet verder dan een zevende plaats.

Veldrijder Klaas Vantornout (foto: © Cor Vos) boekte op zondag 30 november 2008 zijn eerste grote zege. De Belg won in Gieten de vijfde cross uit de Superprestigereeks. Vantornout was in de sprint een fractie sneller dan Bart Wellens. Belgisch kampioen Sven Nys werd derde en behield daarmee de leiding in het klassement. Vantornout was zonder twijfel de smaakmaker in de Drentse veldrit. Hij zocht al in de tweede van de elf ronden de aanval. Op ruim twee ronden voor het einde moest hij na een schuiver in de modder toestaan dat Wellens bij hem aansloot. Die probeerde weliswaar de latere winnaar een paar keer af te schudden, maar slaagde daar niet in. In een sprint à deux was Vantornout vervolgens de snelste. Daarmee boekte hij de eerste grote zege in zijn loopbaan. ‘Ik was er vaak dichtbij en wist dat het een keer moest lukken. Het vernieuwde parcours hier in Gieten beviel mij vanaf het begin uitstekend. Het was nu meer een weideparcours, waarin ik mijn kracht goed kwijt kon. Die schuiver was pijnlijk. Ik heb er nu nog last van en ook geestelijk liep ik een deuk op, maar de adrenaline hield mij op de been.’ Zonder wereldkampioen Lars Boom, die kampte met een nierbekkenontsteking, deden de Nederlanders dat weekend niet mee voor de prijzen. Gerben de Knegt was twee keer de beste landgenoot. Na zijn zevende plaats in Koksijde, waar de Belg Erwin Vervecken de cross om de wereldbeker won, werd hij in Gieten achtste.

Danny Stam en Robert Slippens (foto: © Cor Vos) wonnen in de nacht van 30 november op 1 december 2008 de Zesdaagse van het Noorden. Het Noord-Hollandse koppel bleef op de wielerbaan van Zuidlaren de Zwitserse combinatie Risi-Marvulli voor. De Duitser Leif Lampater en zijn Zwitserse partner Alexander Aschbach eindigden als derde. Wim Stroetinga viel met zijn Duitse maat Andreas Beikirch net buiten het podium met een vierde plaats. Stam en Slippens verzamelden in zes dagen 383 punten en hadden daarmee slechts acht punten voorsprong op hun naaste belagers. Risi en Marvulli zochten tijdens de laatste onderdelen veelvuldig de aanval, maar konden de marge niet meer overbruggen. Slippens keerde in Zuidlaren terug op de fiets nadat hij wegens een schouderblessure de Zesdaagse van Gent had moeten missen. Nadat ze eerder dat seizoen ook al in Amsterdam de besten waren, boekten Stam en Slippens hun elfde gezamenlijke overwinning.

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 30 november 2009 9:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web