Uit de beeldentuin van Jac ...

“We bevinden ons al weer in het jaargetijde waarin het wielrennen voornamelijk plaats vindt in het veld of op de baan en misschien is dat de reden dat in het zonet verschenen nummer van het wielertijdschrift De Muur een mooi verhaal staat over het duo John Stol en Walter Rütt. Dit koppel won in 1907 de zesdaagse van New York, in Madison Square Garden. Rütt wordt daarin omschreven als een …

… formidabele sprinter die altijd met faire middelen de ene zege na de andere wist te behalen. Zijn bijnaam was ‘Der Kaiser’, lang voordat die titel opnieuw werd toegewezen aan een of andere voetballer uit Beieren. Walter Rütt werd in 1883 geboren in Morsbach, een kleine gemeente die behoort tot de stad Würselen, niet ver van Aken. Als kind liet zijn gezondheid te wensen over, maar al spoedig vond hij in de fiets het ideale middel om aan te sterken door het maken van lange ritten. Dat bleek al snel toen hij als zestienjarige besloot om een stukje mee te rijden tijdens een door zijn vader gesponsorde wedstrijd tussen twee wielerclubs, van Keulen naar Neuss en terug. De jonge Walter bleef tot verbazing van de amateurs met zijn toerfiets makkelijk in het wiel en maakte zich, toen de finish in zicht kwam, los van het peloton om de komst van de renners alvast aan te kondigen. Op aanraden van oud-wereldkampioen August Lehr werd Rütt al spoedig daarna professional en zijn ster rees snel in Duitsland, mede door zijn sympathieke optreden voor, tijdens en na de wedstrijden. Het waren de hoogtijdagen van het baanwielrennen met vrijwel dagelijks wedstrijden waarin goed kon worden verdiend. Rütt werd de logische opvolger van de op zijn retour zijnde Willy Arend en trok de aandacht van Floyd MacFarland, die zijn capaciteiten onderkende en hem overhaalde om met hem een koppel te vormen in de zesdaagse van New York. Dat leverde een eervolle derde plaats op en vormde de opmaat voor het jaar daarop toen hij met de Nederlander John Stol als eerste Duitser een zesdaagse wist te winnen. Rütt reed in het begin van zijn carrière alleen zesdaagsen in de Verenigde Staten en woonde in Frankrijk omdat hij militaire dienst had geweigerd. Om die reden mocht hij niet meedoen aan de eerste zesdaagse in Berlijn. Door toedoen van de Duitse kroonprins, die zich persoonlijk had ingespannen om hem aan de start te krijgen, lukte dat het jaar daarop wel. In totaal reed hij 23 zesdaagsen, waarvan hij er negen won. Vijf van die overwinningen behaalde hij met Stol. Zijn grootste persoonlijke succes behaalde hij in 1913 toen hij wereldkampioen sprint werd bij de profs en daarbij de zesvoudige wereldkampioen Thorvald Ellegaard versloeg. Na nog diverse Europese en Duitse titels behaald te hebben, beëindigde hij in 1926 zijn wielercarrière. Het was geen afscheid van de baan, want hij besloot om zijn totale, als wielrenner verdiende, vermogen samen met geld van Amerikaanse investeerders te steken in een eigen houten wielerbaan, de ‘Walter Rütt-Arena’, die datzelfde jaar nog werd geopend. Ook keizers kunnen diep vallen, want een combinatie van een gebrekkig zakelijk inzicht en tegenslag in de vorm van langdurig slecht weer (Rütt en Regen werden vrijwel synoniem), leidde er toe dat hij volledig werd geruïneerd. De genadeklap was een brand die in 1931 de baan volledig in de as legde en waarbij de verzekering niet uitkeerde omdat de premies niet waren betaald. Hij moest aan de slag als trainer om de kost te verdienen en was ook nog een blauwe maandag actief als radioverslaggever, om vervolgens als fietshandelaar en cafébaas te eindigen. Hij overleed in 1964 in Berlijn.

In 2000 besloot de gemeenteraad van Würselen om de nieuw gebouwde sporthal in Morsbach naar Walter Rütt te vernoemen. In de hal bevindt zich een plaquette die herinnert aan deze legendarische Duitse baanrenner. Meer informatie over het leven van Walter Rütt kunt u vinden op de fraaie website www.walter-ruett.de, die door een bewonderaar is samengesteld.

Tot over veertien dagen!”

Jac Zwart

Door Fred van Slogteren, 14 november 2009 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web