Uit de beeldentuin van Jac …

“Tijdens een van mijn omzwervingen op het internet kwam ik vorige week terecht op een webpagina van de Coureurs Club Jeroen Bosch. In juni van dit jaar schreef ‘Klepper’ een column waarin hele stukken tekst van de achterzijde van mijn boek letterlijk waren overgenomen. Daar kan ik wel mee leven, want het doel heiligt in dit geval de middelen. Hij betoogde dat ...

... de talrijke monumenten, die een gebeurtenis of een persoon uit de wielergeschiedenis gedenken, generaties lang de herinnering levend houden aan de grootste helden in een sport, die het best aangemerkt kan worden als de sport die de spiegel van het gewone leven is en dat die helden het verdienen om vereerd en herdacht te worden. Zodat ook onze kinderen en kleinkinderen, wanneer zij over een aantal jaren met hun kinderen door de stad lopen, met trots kunnen wijzen naar een grootheid die ooit in hun stad heeft rondgelopen en gewoond. En net als ik was hij van mening dat wij daar in Nederland niet echt in uitblinken. Hij koppelde dat aan een pleidooi voor een monument, in de vorm van een plaquette, voor het icoon van de club, Gerrit Schulte. Die is weliswaar in Amsterdam geboren, maar hij woonde sinds zijn huwelijk in 1938 in 's-Hertogenbosch en stond sindsdien bekend als ‘de Bossche Reus’. Blijkbaar heeft de club er geen gras over laten groeien, want al op 6 september werd er een prachtige koperen plaquette onthuld door de weduwe van Gerrit, mevrouw Toos Schulte-van der Kley, in aanwezigheid van zijn vroegere koppelgenoot Peter Post. De plaquette hangt aan de zijgevel van Grand-Café Carras in Den Bosch in het Eerste Korenstraatje, op de hoek met de Karrenstraat, dat eigendom is van Schultes zoon Jan. Alle belangrijke overwinningen van Gerrit Schulte staan er op vermeld en dat zijn er heel wat, zowel op de weg als op de baan. Wellicht de meest bekende is zijn wereldkampioenstitel achtervolging op de baan, in 1948, toen hij de  onverslaanbaar geachte en torenhoge favoriet Fausto Coppi in een zinderend duel klopte. Overigens doet het smeuïge verhaal de ronde dat hij naast zijn meer dan honderd overwinningen op de weg er wel meer dan vijfhonderd heeft verkocht, gewoon omdat dat meer opleverde voor zijn gezin. Het leven van Gerrit Schulte wordt goed gekarakteriseerd door de op de plaquette te lezen tekst:

“WANT KOERSEN ZAL HIJ”, AL VALLEN ZIJN HART EN WIELEN STIL.
HIJ GAAT IN DUIZEND HOOFDEN DOOR, MET DUWEN EN NOOIT DOODGAAN.

Met dit wielerjargon wordt een klein moment stilgestaan bij de dood van Gerrit in 1992 als gevolg van acute hartstilstand. Ondanks deze fatale gebeurtenis gaat hij in het hoofd van een Bosschenaar nog steeds door met Koersen en leeft hij in herinnering van velen door, als een Renner die altijd doorzet en nooit opgeeft. Schulte karakteriseerde zichzelf ook altijd als ‘een man van rukken en duwen, iemand die vuurwerk wil en als men wil losbandigheid omdat dat nu eenmaal in zijn aard ligt’. Toen hij nog maar pas professional was gaf de Franse pers hem al snel de bijnaam ‘Le Fou Pédalant’ (de fietsende dwaas), omdat men hem wel een renner vond die zeer sterk was en hard kon fietsen, maar wie het ontbrak aan het tactisch inzicht en de intelligentie die nodig zijn om grote wedstrijden te kunnen winnen. Schulte heeft later bewezen dat hij wel degelijk een winnaar was en heeft die bijnaam steeds gekoesterd als een geuzennaam. De conclusie is dat Nederland er een fraai wielermonument bij heeft, dankzij het initiatief van de CCJB en de Werkgroep van de ‘Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch’ Het Kleine Monument.

Tot over veertien dagen!”

Jac Zwart

Door Fred van Slogteren, 3 oktober 2009 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web