Uit de ordners van Jan …

“Zondag 24 augustus 1952 werd de Duitser Heinrich Müller (foto) in Luxemburg verrassend wereldkampioen bij de profs. Hij won na 7 uur 5 minuten en 51 seconden de spurt van een kopgroep van zes. Tweede werd de Zwitser Gottfried Weilenmann en Ludwig Hörmann maakte het Duitse succes compleet met een derde plaats. Achter dit trio werd de Italiaan Fiorenzo Magni vierde, de Fransman Robert Varnajo vijfde en onze Henk Faanhof zesde. In het peloton finishten Wim van Est, Gerrit Voorting, Hans Dekkers en Wout Wagtmans. Een dag eerder werd bij de amateurs Piet van den Brekel gediskwalificeerd nadat hij precies gelijk met de Italiaan Luciano Ciancola als eerste over de streep was gekomen. Het verschil was met het blote oog niet te zien en fotofinishapparatuur bestond nog niet. Goede raad was duur en de jury besloot dat de twee er de volgende dag maar om moesten spurten. Een onbevredigende oplossing die niet ...

... hoefde te worden uitgevoerd nadat de een of andere klikspaan was komen melden dat de Limburger tijdens de koers na een lekke band een reservefiets had aangenomen van een toeschouwer. Dat mocht niet en daarom werd de naam Van den Brekel uit de uitslag verwijderd en was het probleem opgelost. Zijn daad was in strijd met de reglementen want de deelnemers mochten slechts bij aangewezen materiaalposten van fiets wisselen. Een behoorlijke domper voor de oranjeformatie die het overigens prima deed. Achter de eerste drie Ciancola, de Belg André Noyelle en de Luxemburger Roger Ludwig werd Hein Gelissen vierde, Piet Kooyman vijfde en Cees Aanraad zevende.

In 1969 leed de nationale amateurploeg, met favorieten als Fedor den Hertog, Popke Oosterhof en Joop Zoetemelk, een gevoelige nederlaag tijdens het wereldkampioenschap in het Tsjechische Brno. Geen enkele keer namen de Nederlanders het initiatief. Coach Middelink, die om duistere redenen Sjef van der Burg uit de ploeg had gelaten, weet de geringe activiteit van zijn équipe aan angst voor het parcours. De Nederlanders konden echter niet beter. In de achtste ronde probeerde Fedor weg te komen. Twee Polen, Szurkowski en Zcechowski en de Engelsman Daily sprongen mee, maar de door Zoetemelk gedekte vlucht duurde slechts vierhonderd meter. Vervolgens trachtte de Rotterdammer Wim Bravenboer een afscheiding te bewerkstelligen. Met de Italiaan Bergamo, de Franse kampioen Danquillaume en de Duitser Peschel haalde ook hij echter nauwelijks honderd meter en viel even later uit. Henk Benjamins uit Hollandseveld zat na een lekke band in dezelfde groep als Bravenboer. Een enorme solo bracht hem echter terug bij de eersten. De geloste Ben Janbroers putte zich daarentegen in een eenzame achtervolging volledig uit. Alleen Popke Oosterhof was in de laatste ronden nog in staat de hoog aangeslagen Nederlandse kansen te verdedigen. De Drent deed dat tot ieders tevredenheid. De uitslag luidde 1. Leif Mortensen (Denemarken), 2. Monseré (België) op 59 seconden 3. Van Roosbroeck (België)  4. Oosterhof 5. Bergamo (Italië) 6. Dimitrov (Rusland) 7. Saez (Spanje) 8. Smith (Groot Brittannië) allen in dezelfde tijd als Jempi Monseré 9. Sanchez (Spanje) op 1’9” 10. Hlabus (Tsjechoslowakije) op 1’41”. Van de overige Nederlanders werd Benjamins 20ste, Janbroers 29ste, Zoetemelk 40ste en Den Hertog 49ste, allen op 2’50”.

Vrijdagavond 24 augustus 1973 werd in het Spaanse San Sebastian de finale verreden om de wereldtitel bij de amateurstayers. Het lukte de 27-jarige Gaby Minneboo niet de felbegeerde titel binnen te halen, want de West-Duitser Horst Gnas ging er met de buit vandoor. Minneboo werd de dupe van een slecht startnummer ten opzichte van zijn belangrijkste tegenstrever en werd bovendien door de twee Spaanse finalisten in de tang genomen. Tot tweemaal toe verdedigde Bordqy zich tot het uiterste, terwijl hij al op ronden achterstand lag en kansloos was. Pas nadat Minneboo tot zware inspanning was gedwongen greep de jury in en werd de Spanjaard uit de strijd genomen. Het kwaad was echter al geschied, want terwijl een door de herhaalde aanvallen uitgeputte Minneboo even op adem hoopte te komen, sloeg Gnas onverbiddelijk toe. Het deerde de nieuwe wereldkampioen niet dat hij achter de inderhaast uit West-Duitsland opgetrommelde gangmaker Kaeb reed en nauwelijks tien minuten met deze man had kunnen trainen. Gnas zag echter zijn kans schoon om Minneboo te kloppen. De kwade genius was de Spaanse gangmaker Mora, die volgens KNWU-voorzitter Juuf van Ballegoijen de Jong beter Morta had kunnen heten, die er voor verantwoordelijk was dat onze landgenoot werd gesloopt, waardoor Rainer Podlesch, de tweede West-Duitser, het zilver nog kon pakken. Gelukkig bleef het daarbij, hoewel het onsportieve Spaanse publiek graag had gezien dat hun landgenoot Caldentey het brons had gepakt. Op dezelfde dag bereikten zowel René Pijnen als Keetie Hage de halve finales van hun achtervolgingstoernooi. Pijnen moest het daarin opnemen tegen de Belg Ferdi Bracke en Keetie tegen de Britse Beryl Burton. Ze bereikten allebei de finale en behaalden daarin eveneens allebei zilver. Pijnen verloor van de Brit Hugh Porter en Hage moest de Russin Tamara Karkoesjina voor laten gaan.

Op zaterdag 24 augustus 1985 won Eric Vanderaerden voor het eerst in zijn loopbaan een etappekoers en wel de Ronde van Nederland. In Den Bosch won hij eerst zelf het korte ochtendritje om later op de dag zijn leidende positie in het algemeen klassement te verstevigen door de overwinning van zijn ploeg in de afsluitende ploegentijdrit. De Belgische sprinter uit de Panasonic-ploeg van Peter Post wierp zich in deze ronde, die hij als voorbereiding op het WK reed, op als een serieuze kandidaat om in Italië wereldkampioen te worden. Wat dat laatste betreft ging Vanderaerden nog een turbulente week tegemoet, want op de steun die hij in de Ronde van Nederland van zijn ploeg kreeg, hoefde hij met de Belgische WK-ploeg niet te rekenen. Zoals altijd slaagde men er bij de Belgen weer niet in om als ploeg een hechte eenheid te vormen. Hoe sterk Vanderaerden was in de rondrit door Nederland bewijst het feit dat hij voor een unicum zorgde. Nooit eerder won een renner in de Ronde van Nederland drie truien, want zowel de oranje, de witte als de groene trui gingen mee naar Belgisch Limburg. Het eindklassement was: 1. Eric Vanderaerden, 2. Theo de Rooij, 3. Adri van Houwelingen, 4. Adrie van der Poel, 5. Leo van Vliet, 6. Twan Poels, 7. Jörg Müller, 8. Jan van Houwelingen, 9. Sean Kelly, 10. Johnny Broers. In de rest van de uitslag komen we Joop Zoetemelk nog tegen op een 18e plaats op meer dan 5 minuten achterstand op de winnaar. Dat was dezelfde Joop, die een week later vriend en vijand zou verbazen door op 38-jarige leeftijd de wereldtitel te pakken.

Monique de Bruin gaf het kwijnende Nederlandse baanfietsen op woensdag 24 augustus 1988 een forse injectie in de eerste puntenkoers voor vrouwen met als inzet de regenboogtrui. Aanvankelijk zou deze wedstrijd als probeersel dienen. In de voorafgaande vergadering van de jury werd echter besloten dat dit met zeventien inschrijvingen niet nodig was. De dames waren er maar wat blij mee. De 22-jarige Sally Hodge uit Cardiff veroverde de eerste wereldtitel wielrennen aller tijden voor Wales. Zij verzamelde in de eerste koershelft voldoende punten om de eindrush van de Zwitserse Barbara Ganz te weerstaan. Ganz drukte wel Monique de Bruin van de zilveren podiumplaats.

Onklopbaar was ze tijdens de wegkoers tijdens het wereldkampioenschap in Stuttgart op zaterdag 24 augustus 1991. Leontien van Moorsel, 21 jaar, werd met overmacht ’s werelds beste wegrenster. De immer ambitieuze Boekelse liet haar ‘helpsters’ Schop, De Rooy, Vink en Overgaag het voorbereidende werk doen. Die moesten de koers om beurten hard maken. Schop reed het gat met de ontsnapte Italiaanse Turcotto makkelijk dicht, waarna Van Moorsel aan haar solo van veertig kilometer begon. Peter Ouwerkerk schreef over haar: ‘Ze wist dat ze sterk was en dat ze er naar toe had geleefd als een professional. Ze had de gok genomen alles op het wegkampioenschap te zetten. Ze mocht na donderdag niet meer op het WK-parkoers trainen omdat ze anders sommige amateurs een complex zou bezorgen.’

Jeroen Blijlevens won op 24 augustus 1999 in Tilburg de eerste etappe van de Ronde van Nederland en dat gebeurde uiteraard in een massaspurt. Het was alweer de vijftiende zege van het seizoen voor de Brabander, waarmee hij dat jaar een van de meest succesvolle Nederlandse coureurs in het peloton was. Niet alleen kwantitatief, ook kwalitatief scoorde Jerommeke goed. Twee etappezeges in de Ronde van Italië en een aantal dagen in de leiderstrui; de Scheldeprijs en een hele reeks minder aansprekende ritzeges. In de Tour kon hij zijn snelle benen niet tonen vanwege het verbod op deelname dat directeur Leblanc TVM oplegde, na de dopingperikelen van een jaar eerder. In Tilburg versloeg Blijlevens op fraaie wijze McEwen, Hammond, Koerts, Van Heeswijk, O’Grady, Zinetti en Kemna. Extra kers op de taart was de oranje leiderstrui die hij op het podium kreeg uitgereikt.

In 2003 ging het niet bepaald goed met de Rabobank ploeg. Op 24 augustus werd de Ronde van Nederland afgesloten zonder één enkele overwinning. De eindzege ging naar de Rus Vjatseslav Ekimov van de US Postal ploeg van Lance Armstrong. Oscar Freire kreeg voor Rabobank in de slotetappe de kans van zijn leven om de rit te winnen. In een kopgroep van zes werd hij slechts tweede achter Bradley McGee. Ploegleider Theo de Rooij was zwaar teleurgesteld: ‘Freire had moeten winnen, daarom lieten we die kopgroep doorrijden.’ In feite stond Freire model voor de prestaties van de gehele Rabobankploeg. De laatste overwinning dateerde al weer van medio juli toen Maarten den Bakker een etappe won in de Uniqa Classic. Ook op eigen bodem wist de miljoenenploeg dus niet te winnen. ‘Dit is precies dezelfde ploeg die tot eind maart wél goed reed, dus radicale veranderingen zijn niet nodig’, vond De Rooij. De Australiër McGee was in Landgraaf de snelste van zes koplopers. Michael Boogerd was op de Eyserbosweg de aanstichter, waarna klassementsleider Ekimov, McGee, Gontsjar, Florencio en Freire de aansluiting vonden. In de slotkilometer deed Boogerd nog een gooi naar de dagzege, maar de Hagenaar kwam nauwelijks los van de groep. ‘Met meer dan een minuut achterstand op Ekimov ben ik niet met het klassement bezig geweest, daarvoor zijn de klimmetjes te kort. Mijn doel was om de etappe te winnen’, zei de Hagenaar die uiteindelijk vijfde in de daguitslag werd. Met Boogerd op de zevende plaats leverde Rabobank nog wel de beste Nederlander in het eindklassement. ‘We hebben een moeizame Ronde van Nederland gereden’, verzuchtte De Rooij.

Eddy Merckx boekte op 24 augustus 1963 als amateur in Anderlecht de 40ste zege in zijn nog prille loopbaan. In 1967 was hij de sterkste in het criterium van Liedekerke, in 1970 won hij in het Franse Bussiéres en in 1973 was hij op de datum van vandaag de sterkste in Heusden. Op 25 augustus 1974 behaalde Merckx in Montreal zijn laatste wereldtitel op de weg, voor de Fransen Martinez en Poulidor. 

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 24 augustus 2009 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web