Uit de ordners van Jan …

“In het Belgische Waregem wonnen onze zuiderburen in het weekend van 17 en 18 augustus 1957 beide wereldtitels. Op zaterdag won Louis Proost (foto) de titel bij de amateurs en een dag later prolongeerde Rik Van Steenbergen zijn een jaar eerder in Kopenhagen veroverde titel bij de profs. Omdat hij ook al in 1949 de beste van de wereld was, werd hij die dag met Alfredo Binda recordhouder regenboogtruidrager. Later zouden Eddy Merckx en Oscar Freire die prestatie evenaren. Proost dankte zijn triomf aan een indrukwekkende eindrush, waarmee hij een vermetele poging van de Italiaan Arnaldo Pambianco, die zich reeds winnaar waande, op slechte 2 kilometer voor de finish om zeep hielp. In de sprint versloeg de Belg zijn tegenstander met drie lengten. Kort na Proost en Pambianco flitste de Rotterdammer Schalk Verhoef over de eindstreep en diens derde plaats betekende een onverwacht succes voor Nederland. Jan Hugens was in dezelfde tijd 13e, Joop van der Putten 18e, Bennie Teunisse 25e, Ab van Egmond 38e en Piet Steenvoorden 44e. Een dag later maakten de weersomstandigheden de titelstrijd van de profs over 285 km tot een bijzonder zware opdracht, waarin vooral de Nederlandse renners ...

... zich hebben onderscheiden. Tot de laatste beslissende fase reed voortdurend een van onze landgenoten in de frontlinie. Eerst Piet van Est, die later steun kreeg van Daan de Groot en Piet de Jongh, en in de slotfase Wout Wagtmans. Van Est was onmiddellijk na de start weggesprongen uit het veld van 70 renners. Met de Spanjaarden Ferraz en Galdeano en de Zwitser Favre bouwde hij een voorsprong op van enkele minuten. Favre viel terug maar in zijn plaats kwamen De Groot, de Fransman Dupont en de Italiaan Sabbadin de kopgroep versterken. Zes renners op kop maar onder de hevige stortbuien konden Ferraz en Galdeano het tempo niet meer volgen. Nadat tweederde van het parcours was afgelegd verminderde de voorsprong snel. Rik Van Looy (ondanks vijf lekke banden) en Piet de Jongh haalden de vluchtelingen in. Het tempo werd verhoogd en na ruim 240 km was de poging van Piet van Est ten einde. Hij staakte later de strijd, evenals De Groot. In de voorlaatste ronde ontsnapte Wout Wagtmans. Hij liep 26 seconden uit maar werd 16 kilometer voor de eindstreep ingehaald door Marcel Janssens en Rik Van Looy. Achter hen joegen Gastone Nencini, Louison Bobet, Leon Van Daele, André Darrigade, Fred De Bruyne, Guido Boni, Rik Van Steenbergen (foto) en Jacques Anquetil op de koplopers. Ruim zeven kilometer voor de eindstreep vormde zich tenslotte de kopgroep die de strijd besliste. Leo van der Pluym werd als twaalfde de best geplaatste Nederlander voor Piet de Jongh (13e), Wout Wagtmans (16e), Wim van Est (21ste) en Frans Mahn (27ste). Behalve Piet van Est en Daan de Groot staakte ook Piet Maas na een valpartij in de derde ronde de strijd. De uitslag was 1. Rik Van Steenbergen, 2. Louison Bobet, 3. André Darrigade, 4. Rik Van Looy, 5. Fred De Bruyne, 6, Jacques Anquetil, 7. Leon Van Daele, 8. Germain Derycke, 9. Juliën Schepens en 10. Marcel Ernzer.

Op de wereldkampioenschappen wielrennen op de baan in het Tsjechische Brno vond op zondag 17 augustus 1969 een anti-Rusland-demonstratie plaats. Toen de Russinnen Raiza Obodowskaja en Tamara Gorkoesjkaja, die op de achtervolging voor dames de gouden en zilveren medaille hadden veroverd, het erepodium beklommen werden zij uitgejouwd. Daarentegen werd onze landgenote Keetie Hage (foto), die derde was geworden, stormachtig toegejuicht. De Tsjechen wensten het duidelijk te stellen. Voor het vierduizendkoppige publiek in Brno telde de Russische overheersing in het achtervolgingstoernooi van de dames niet. Het volk was niet bereid de twee Russinnen enig eerbetoon te geven. Slechts voor de winnares van het brons wilde de massa uit de stoelen komen. Keetie reed daardoor in het velodrome van Brno de meest merkwaardige ereronde uit de geschiedenis. Zwaaiend met de bloemen ging de Zeeuwse, stormachtig toegejuicht, over de baan. En honderd meter achter haar volgden twee Russinnen die zielig naar de tribunes blikten. Voor hen had het Tsjechische publiek een ijzige stilte over. Slechts een enkeling bracht de vingers aan de mond voor een schril fluitsignaal dat een handjevol Russen met hard handgeklap probeerde te overstemmen. De reactie daarop was een massaal fluitconcert. Duidelijker dan in de voorgaande dagen demonstreerde het publiek dat het de Russische sportwereld medeverantwoordelijk stelde voor de bloedig neergeslagen Praagse lente van 1968. De plechtigheid na afloop van het voor Nederland toch wel teleurstellende toernooi was daarmee een grandioze afgang. De Tsjechen wensten geen Russisch volkslied te horen bij de uitreiking van de medailles. In de halve finales koos men onverbiddelijk partij voor Keetie, die het ook niet kon helpen. Ze leek in haar rit tegen Tamara Gorkoesjkaja op weg naar een finaleplaats en met haar hoekige stijl vocht ze zich naar een tiental meters voorsprong. Tot de voorlaatste ronde bleef dit kleine verschil gehandhaafd. Toen kwam de Russische met een machtig eindschot. Hage, die een paar dagen later haar twintigste verjaardag zou vieren, verdiende nog geen kwartier later een handdruk van KNWU-voorzitter dr. Piet van Dijk en een zoen van bondscoach Hein van Breenen. ‘Ik zat wel in de put na de nederlaag maar je moet verder’, zei Keetie na haar gewonnen finale om de derde plaats tegen de Oost-Duitse Hannelore Mattig.

Op 17 augustus 1971 las ik in de krant dat Joop Zoetemelk, die door het ontbinden van de profploeg van Mars-Flandria, geen contract meer had, aan het onderhandelen was met het Italiaanse merk Salvarani en de Franse formatie Sonolor. Namens Zoetemelk had Herman Krott, zijn zaakwaarnemer, telefonisch contact gehad met ploegleider Adorni van Salvarani, die hem had toegezegd het met zijn bazen te zullen bespreken. Een paar dagen eerder had de directie van Mars besloten te stoppen met het sponsoren van een wielerploeg voor profs. Er waren nog besprekingen gevoerd met Goudsmit-Hoff om op fifty-fifty basis een formatie te sponsoren maar de voorwaarden waren niet interessant voor Mars. Pas op 14 september 1971 werd bekend dat drie Nederlandse wielrenners na lang onderhandelen hun handtekening hadden gezet onder een contract met Flandria, het merk dat een seizoen eerder nog samen met Mars een wielerploeg sponsorde en nu met tapijtfabrikant Beaulieu in zee was gegaan. Joop Zoetemelk, Jan Janssen en Eef Dolman hadden zich daarmee voor een jaar aan Flandria gebonden.

De onzekerheid ten spijt begon Zoetemelk aan zijn voorbereiding op het wereldkampioenschap in het Italiaanse Mendrisio, begin september. Behalve Joop waren ook Eef Dolman, Harrie Jansen, Jan Janssen, Gerben Karstens, Jan Krekels, René Pijnen, Gerard Vianen, Jos van der Vleuten en Rini Wagtmans voor deelname aangewezen. Eerste reserves waren Ben Janbroers en Jan van Katwijk. De sportcommissie van de KNWU koos voorts in overleg met bondscoach Joop Middelink de definitieve amateur-wegploegen. Een moeilijkheid daarbij was dat het niet vaststond of Henk Poppe zou kunnen starten. De Tukker kreeg tijdens de training op Papendal plotseling hoge koorts en werd in bed gestopt. Dokter De Jongste achtte het niet uitgesloten dat Poppe een of andere virusziekte had opgelopen. Voor de 100 kilometer ploegentijdrit werden Fedor den Hertog, Adrie Duiker, Arie Hassink en Frits Schür aangewezen en de reserves waren Aad van den Hoek en Toine van de Bunder. Voor de individuele wedstrijd kregen Fedor den Hertog, Jan Spetgens, Cees Koeken, Cees Priem en Toine van de Bunder een startbewijs. Voor de zesde en laatste plaats in de ploeg zou nog een keus worden gemaakt tussen een eventueel herstelde Henk Poppe en Cees Bal. Als reserves werden Arie Hassink en Frits Schür aangewezen.

In 1974 stonden er zo half augustus veel berichten in de krant over het naderende wereldkampioenschap in het Canadese Montreal en de naam Roy Schuiten kwam daar veel in voor. Naar later bleek terecht, want de Zandvoorter sleepte op zondagavond 18 augustus zijn eerste wereldtitel voor de poorten van de hel weg. Niet in de finale, tegen de bijna twaalf jaar oudere Belg Ferdinand Bracke, maar wel in de halve eindstrijd tegen de eveneens 23-jarige Knud Knudsen. Tegen die Noor keek Schuiten, met nog drie ronden te rijden, tegen een achterstand aan van meer dan twee seconden. Op de streep lag hij echter drie en een halve seconde voor en daarmee was het karwei geklaard, Bracke kon voor Schuiten in deze vorm geen hindernis meer zijn. Het grillige talent had zijn verrassende overgang naar de professionals meer dan waar gemaakt. Hij was onder de druk, tenminste zilver te moeten winnen, niet bezweken. Hij was zelfs overeind gebleven tegen die machtige machine uit Noorwegen die hem met een moordend tempo bijna in de afgrond had gestort. Net zo gelukkig als de nieuwe wereldkampioen was Peter Post die met de titel van zijn pupil eindelijk een groot succes bij zijn Raleighbazen kon overleggen, waar al een heel seizoen op was gewacht. Ook bondscoach Frans Mahn toonde zich gelukkig met het succes, want hij was het geweest die Schuiten er in de voorgaande winter van had overtuigd dat hij geen eind aan zijn wielerloopbaan moest maken. Door het plotselinge overlijden van Roy’s vader moest er een oplossing komen voor de zakelijke besognes van de familie. Mahn was daarbij behulpzaam, hoewel Schuiten tegen zijn wil voortijdig beroepsrenner werd en Mahn de eer voor de titel met Post moest delen. Er stonden daar in Montreal overigens twee Nederlanders op het erepodium, want René Pijnen pakte het brons door de nog steeds aangeslagen Knudsen te verslaan.

Diezelfde Pijnen was samen met Henk Lubberding op woensdagavond 17 augustus 1977 winnaar van wielerwedstrijden voor profs in Steenwijk. Pijnen won een race achter derny’s en Lubberding werd winnaar van een wegcriterium in twee delen. In de totaalstand werd de Voorstenaar eerste. Cees Priem was bepaald niet de meest eerzuchtige coureur die in het peloton rondfietste. De rustige Zeeuw had zich anno 1978 al lang verzoend met het feit dat hij nooit een vedette zou worden. Toch won de renner uit de zak van Zuid-Beveland regelmatig zijn koersen. Als hij niet te veel moordend werk voor zijn ploeg hoefde te verzetten, greep hij zo nu en dan zijn kans. Donderdag 17 augustus 1978 was zo’n dag toen hij aan het slot van de ten onrechte als koninginnenrit bestempelde etappe van de Proftour door Nederland in de laatste kilometers wegsprong en in Maastricht met een krappe 100 meter voorsprong als winnaar over de finish kwam. Daarmee boekte Priem zijn achtste overwinning van het seizoen. De uitslag van die zogenaamde koninginnenrit tussen Heesch en Maastricht was: 1. Cees Priem, 2. Johan van der Meer op 4 sec, 3. Jan Krekels, 4. Rudy Pevenage en 5. Walter Planckaert. In het algemeen klassement stond de Belg Daniël Willems aan de leiding voor Guido Van Calster, Leo van Vliet, Aad van den Hoek, Willy Planckaert, Gerrie Knetemann en Jan Raas. Door zijn overwinning klom Priem op naar de tiende plaats, maar de verschillen waren nog gering.

Op 17 augustus 1982 reed Tourwinnaar Bernard Hinault in Tiel zijn enige criterium dat jaar op Nederlandse bodem. In de finale werd hij verslagen door Joop Zoetemelk. Naar verluid streek de Breton pakweg 30.000 gulden op voor zijn aanwezigheid met enkele van zijn knechten. Er werd in de media verontwaardigd op gereageerd. Er was trouwens in die dagen nog meer te doen rond zijn persoon. Hinault had namelijk een boete van 1300 gulden gekregen van de Franse Wielerbond voor het niet verschijnen bij een dopingcontrole na afloop van een criterium in Callac, twee dagen na de Tour. Hij werd conform de internationale reglementen behandeld alsof hij inderdaad verboden stimulerende middelen had genomen. Hinault gaf de affaire in handen van de UNCP, de vakbond van Franse profrenners. ‘Ik heb geen spijt van mijn besluit van drie weken geleden. Het was belachelijk om bij een criterium een dopingcontrole te houden. In de Tour de France was er 21 dagen achter elkaar dopingcontrole. Niemand werd positief bevonden, daarom was dat gedoe in Callac volstrekt overbodig.’

Dan nog een oranje wereldkampioene op 18 augustus 1991. Ingrid Haringa, de doorgaans koele Noord-Hollandse, won de puntenkoers in Stuttgart. Het duurde minuten voordat de voormalige schaatsster na haar gouden puntenrit aanspreekbaar was. Haar handen trilden en haar rechter elleboog was geschaafd, het gevolg van een valpartij zestien ronden voor het einde. Een tuimeling zonder consequenties. ‘Ik wilde zo snel mogelijk weer op de fiets want ik wist dat ik de oriëntatie even kwijt was. Mijn eerste gedachte was als mijn fiets maar niet beschadigd is. Ik was niet met de gouden plak bezig. Brons en zilver had ik eerder verwacht. Het merkwaardige is dat ik me alleen kans gaf op de achtervolging. In mijn kansen voor de puntenkoers en de sprint ben ik pas op het laatste moment gaan geloven. En op die onderdelen word ik uitgerekend wereldkampioene, terwijl ik bij de achtervolging uitgeschakeld werd’. Haringa was een spijkerharde en bondsarts Wim Schreuder beaamde dat: ‘Iedere andere meid was na die val blijven liggen. Zij niet. Zij heeft een killersmentaliteit. Verbijt de pijn. Kijkt niet op een schrammetje.’ De Hoofddorpse politieagente verbijsterde in Stuttgart de internationale wielerwereld. Na het goud op de sprint won ze ook de regenboogtrui in de puntenkoers, in beide gevallen als eerste Nederlandse. Tegelijkertijd konden vraagtekens worden gezet bij het niveau van de vrouwen op beide onderdelen. Haringa had geen enkele ervaring met het rijden op een houten baan en tactisch en technisch reed ze als een beginnelinge.

Eddy Merckx won op 17 augustus 1964 als amateur in Vieux-Genappe; in 1968 werd hij op die dag in Malderen kampioen van Belgisch Brabant; in 1969 won hij een criterium in Moorslede en in 1973 in Italië de Monte Campione.

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 17 augustus 2009 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web